Ethiopië
Addis Abeba
Bahar Dar
Gondar
Simien gebergte
Aksum
Adigrad
Lalibela
Senbete
Awassa
Yabello
Konso
Jinka
Turmi
Arba Minch
Lake Langano
Awash NP
Harar
Foto's van deze reis
|

Maandag 16 september
Om 6.30 uur Europese tijd (7.30 Ethiopische tijd) landen we op
Addis Abeba Airport. De Summum groep die bij ons in het vliegtuig zat, gaat
meteen op transit naar Kenia en ze hebben gelijk: het is mistig en het regent
hard (staartje van het regenseizoen) en het is niet veel warmer dan 100
C. Welkom in Afrika. Ron wisselt dollars (na de verhalen die we gehoord hebben,
gaat dit nog vrij eenvoudig) en ik wacht de rugzakken op. Buiten staat de
reisbegeleider toch op ons te wachten: het vliegveld zelf is niet toegankelijk
voor niet-passagiers. Het busje waarmee we de eerste 2 weken in het noorden gaan
trekken, ziet er goed uit. Ruimte genoeg voor 9 personen. We worden voorgesteld
aan de chauffeur, Brahna, die gelukkig redelijk goed Engels spreekt. We zien de
eerste gekleurde vogels; er vliegt er zelfs 1 het café in.
Het Holiday Hotel ligt op een kwartier rijden van het
vliegveld. De eerste indrukken van Addis zijn niet echt spectaculair: veel
troep, getoeter en golfplaten. Het straatbeeld wordt beheerst door blauwe taxi’s
en blauw-witte taxibusjes, waarmee je voor een birr (= € 0,11) een rit kunt
maken. Ze rijden vaste routes en zitten overvol. Het hotel ziet er van buiten
niet bijzonder uit, maar de kamers zijn niet onaardig en de Matrassen onverwacht
zacht. Nadat we ons hebben opgefrist, houdt Onze reisbegeleider zijn
welkomstpraatje in de lobby van het hotel. Hij vertelt hoe het programma er
globaal uit ziet en geeft uitleg over praktische zaken. We overleggen op welke
plaatsen we gidsen zullen nemen, stellen een fooien- en maaltijdenpot in voor
tijdens het kamperen. En zo zijn we al snel weer USD 200,- armer. Vinden we niet
erg, want we moesten al het geld contant meenemen en vinden dat niet echt
prettig.
We gaan nog maar USD 200,- wisselen bij de bank aan de
overkant van het hotel. De man achter de balie heeft er zichtbaar lol in en
voorziet ons op verzoek van stapeltjes nieuwe 1 en 5 birr biljetten. Die hebben
we straks nodig in het zuiden, waar voor foto’s moet worden betaald. Met een
dikke stapel flappen verlaten we het bankgebouw. De volgende stop is de
supermarkt. Het plan is om in het noorden onderweg zoveel mogelijk te
picknicken, om tijd de besparen en onnodig veel aandacht te vermijden. Wie had
gedacht dat je midden in donker Afrika chocoladepasta en La vache qui rit
kaasjes kunt kopen. In het restaurant van het hotel lunchen we (een waterig
soepje en een warme sandwich met een giga plak kaas ertussen).
Net na de middag gaan we de stad verkennen. We nemen een
taxibusje naar het station, het beginpunt van de treinverbinding tussen Addis
Abeba en Djibouti. De grote stationsklok geeft de Ethiopische tijd aan. Hier
tellen ze van 6.00 tot 18.00 uur in plaats van van 0.00 tot 12.00 uur. Het is
dus 6 uur later dan dat onze horloges aangeven. We lopen een stuk over Churchill
Avenue, waar veel kantoorgebouwen gevestigd zijn. Hier en daar herinneren
monumenten nog aan het voormalig communistisch regime. Dit was de eerste weg van
wat nu Addis is. Het is behoorlijk druk op straat, maar dat kan ook niet anders
in een stad van 5 miljoen inwoners (volgens de officiële telling). Addis kent
een werkloosheidspercentage van 80%. Veel mensen trekken naar de hoofdstad in de
hoop daar een betere toekomst te vinden. Er is echter niet voldoende werk en de
sociale voorzieningen ontbreken, als gevolg waarvan er volop wordt gebedeld en
veel mensen op straat leven en onder een plastic zeil slapen. Een hard leven.
Daar moeten we wel weer even aan wennen. We nemen een kijkje in een souvenirshop
om alvast een voorproefje te krijgen van het soort souvenirs, dat Ethiopië te
bieden heeft. Erg leuk, vooral de kleurrijke rieten manden, waarin de injerra
wordt bewaard (= een zure pannenkoek gemaakt van tef, het nationale gerecht,
geschikt voor ontbijt, lunch en avondeten. Injerra wordt geserveerd met
verschillende sausjes, groenten of vlees.), vallen erg in de smaak.
Voordat we in de taxi stappen naar de Piazza, spreken we nog
een geschiedenisstudent, Fazil, die erg goed Engels spreekt. Ook op de Piazza is
het een drukte van belang. Hier zijn de verschillende afkomsten van de inwoners
goed zichtbaar. Opvallend zijn de kleurrijke goed geklede priesters. Zij
verdienen dan ook het meest, ongeveer 1000 birr per maand; voor een boer is dat
ongeveer 250 birr. Onze reisbegeleider vertelt dat op 11 september, de dag van
het Ethiopische nieuwjaar, een bom is ontploft, waarschijnlijk een aanslag van
de Oromo, die onafhankelijkheid willen. De Ethiopische kalender wijkt af van die
van ons: ze telt 13 maanden (12 van 30 dagen en 1 van 4 of 5, vandaar de
affiches met de tekst: Ethiopia, land of 13 months of sunshine), en zij leven nu
in 1995. Onze grijze haren zijn op slag verdwenen.
Nog een taxi verder komen we bij het nationaal museum. We
worden gefouilleerd en Ron moet zijn zakmes inleveren. Binnen worden ook onze
fototoestellen geconfisceerd. Grootste attractie is Lucy, de overblijfselen van
een van de oudste homoniden ter wereld, door de Ethiopiërs ook wel Dinkenesh
genoemd (= je bent geweldig). Er zijn ook allerlei gebruiksvoorwerpen te zien,
schilderijen, wapens, sieraden en nog veel meer. Leuk om gezien te hebben. Het
etnologisch museum schijnt nog mooier te zijn, maar is op zondag gesloten. Nadat
we nog wat gedronken hebben (ook hier hebben ze Mirinda), wil iedereen wel terug
naar het hotel. Een nacht bijna niet slapen, begint zijn sporen na te laten. Op
straat worden voor 1 birr per stuk loten verkocht. De hoofdprijs: een visum voor
Amerika. Ze gaan als zoete broodjes over de toonbank. Na wat gesteggel over de
prijs van een taxi, worden we voor 1,65 birr teruggereden naar het hotel. Een
beetje gênant is het wel, want om plaats te maken voor ons, moeten anderen de
taxi uit. Met geld heb je blijkbaar toch een stapje voor op anderen. Terug in
het hotel, schrijf ik mijn verslag en eten we kip in het hotel (puf om verder
weg te gaan, hebben we niet). Rond 19.00 uur zijn we terug op de hotelkamer.
Dinsdag 17 september
Om 6.00 uur zijn we wakker. Het is nog aardig rustig op
straat. Het water onder de douche is heerlijk warm. Een uurtje later zitten we
aan het ontbijt. We kunnen er weer helemaal tegen. Brahna is een beetje te laat
(druk verkeer of een beetje te laat uit bed gekomen?). We rijden voor een deel
dezelfde route als gisteren. Ook nu valt de grote hoeveelheid zwervers op die op
de stoep liggen bedekt door een plastic zeil of een stuk karton. Een triest
gezicht. Langs het paleis van Haile Selassie rijden we de stad uit. Vroeger lag
de hoofdstad hoger in de bergen, maar de vrouw van Selassie wilde het dal in en
ook hier geldt: uiteindelijk krijgen vrouwen bijna altijd hun zin. Zo is
ongeveer 100 jaar geleden Addis ontstaan (Amhaars voor Nieuwe Bloem). Op de berg
komen we een groot aantal hardlopers tegen. Ze worden gesponsord door een
bekende Ethiopische hardloper, waarvan we de naam alweer vergeten te zijn. Voor
jonge mensen dé manier om in andere landen te komen.
Het gebied waar we doorheen rijden, is het gebied van de
Amharen. Het is dankzij het regenseizoen erg groen overal. We passeren enkele
mooie uitzichtpunten. Onze eerste stop is bij een klein dorp met lemen hutten.
Deze zullen we later nog veel meer zien. De op de muur geschilderde witte handen
zijn een teken van gelovigheid en gastvrijheid. We ontmoeten de bewoners van
deze compound: een man, 2 jongens en 2 kleine meisjes. Een van de jongens zegt
al zijn Engelse woorden voor ons op; we zijn onder de indruk. Ter ere van ons
wordt het familiepaard in vol ornaat opgetuigd en mogen we foto’s maken. Als
bedankje geven we hem 5 birr, waar hij erg blij mee lijkt te zijn (later komen
we erachter dat dat ook vrij veel is).
We vervolgens onze weg, die aanvankelijk nog redelijk goed is,
door dorpjes en langs velden. Overal worden we nageroepen, vooral door kinderen:
"forenji, forenji" (de verzamelnaam voor alle blanken). Net voor onze
stop in Debri Libranos zien we een groepje Gelada-bavianen, die er vlug vandoor
gaan als we dichterbij komen.
Debri Libranos is een van de bekendste bedevaartsoorden van
Ethiopië. Doordat er een bron is met heilig water komen er ook veel zieken en
gehandicapten op af, in de hoop op genezing en dat is te zien ook. In het
klooster, dat pas 40 jaar oud is (ze hebben het opnieuw moeten bouwen, nadat het
oude klooster onder Italiaans gezag verwoest is) hangen bij de entree de
voorwaarden om binnen te mogen: 1) je mag in de 24 uur voorafgaand aan het
bezoek geen seks hebben gehad en 2) vrouwen mogen niet ongesteld zijn. We
ontkennen alles en mogen naar binnen. Het klooster is van binnen niet echt
bijzonder. Wel mooi zijn de glas in loodramen, gemaakt door een bekende
Ethiopische kunstenaar, waarvan we de naam ook al weer zijn vergeten. Om binnen
te mogen, moeten we onze schoenen uit doen en Ron ontdekt even later de eerste
vlo op zijn broek. Weer buiten gaan Ron en een aantal anderen uit de groep naar
de heilige bron en ik loop met de rest het dorp in. Al snel zijn we omringd door
mensen. Een van hen weet te vertellen dat bij de kerk aan de overkant een
begrafenis gaande is van een jongen van een jaar of 13. Op onze vraag of het een
ongeluk of ziekte was, antwoordt hij: "Het was God". We vragen maar
niets meer. Als we alle aandacht beu zijn, gaan we de hekken van het klooster
binnen en zoeken een plekje in de schaduw. We proberen een picknickplaatsje te
vinden dat een beetje rustig is. Dat lukt uiteindelijk. De broodjes kaas en
chocopasta smaken bijzonder. Als we weer aan het rijden zijn, komen we onze
eerste gieren tegen, die zitten te snacken van wat bij nadere inspectie een berg
slachtafval blijkt te zijn. Tijd voor een fotostop. Als we het rijden een beetje
beu beginnen te worden, komen we aan bij de Kloof van de Blauwe Nijl. Vanaf het
uitzichtpunt kijk je de kloof in van ongeveer 1000 meter. Jammer dat het nogal
heiig is. Waar ze vandaan komen is een raadsel, maar al snel zijn we omringd
door een groep jongeren.
Van een goede weg is inmiddels geen sprake meer. Over de
resterende kilometers doen we nog 2 uur (met een gemiddelde snelheid van 20 km
per uur), met alle lof voor Brahna, die alle kuilen zo goed mogelijk probeert te
ontwijken. Een foto van de Blauwe Nijl maken, valt niet zo mee. Aan weerszijden
van de brug staan militairen en stoppen is niet toegestaan. Bruggen worden
gezien als spionagegevoelig object en je kan niet voorzichtig genoeg zijn. Even
verderop, uit het zicht van de militairen, lukt het wel. De weg waar we over
rijden is in ± 1940 aangelegd door de Italianen en lijkt daarna niet meer
onderhouden te zijn.
Dejen ligt aan de overkant van de kloof en we komen pas aan
als het al bijna donker is. Het hotel is niet slecht en de bedden zijn voorzien
van mooie glimmende spreien. We zijn allemaal een beetje afgebrand, dus eten we
buiten bij het hotel. Er worden razendsnel betere stoelen voor ons
georganiseerd. Qua menu is de keuze beperkt: spaghetti of omelet. We gaan voor
de spaghetti. Simpel maar best lekker. Als ik terugben op de kamer en Ron nog
aan het afrekenen is, breekt een gigantische onweers- en regenbui los. Even
later valt de stroom uit. Gelukkig hebben we de zaklamp zo te pakken.
Woensdag 18 september
Na een vreselijke nacht waarin we bijna niet hebben geslapen,
gaat om 5.30 de wekker. Hij is fijn! Er zaten ongelooflijk veel muggen op de
kamer vannacht en het leken wel gremlins: voor elke mug die Ron doodsloeg,
kwamen er 4 terug. We hadden de badkamerdeur al vergrendeld, want daar stond een
raam open dat niet dichtging, maar het mocht helaas niet baten. Het beloofde
water voor de douche bestaat uit een pissig straaltje. Ron gaat rond 5.45 naar
beneden voor het ontbijt. Daar blijkt dat wij niet de enige zijn met wallen
onder onze ogen. Door de sterke kopjes koffie worden de meesten uiteindelijk
toch wel wakker. Voor vertrek neem ik nog een kijkje in de keuken, waarin 2
vrouwen op een houtskoolvuurtje staan te koken.
De ramen van de bus zijn gewassen, dus kunnen we weer naar
buiten kijken. Vandaag rijden we naar Bahar Dar, een afstand van ongeveer 225 km
(8 uur rijden inclusief stops) van Dejen. Na de hevige regen van gisteren is het
nu zonnig en strakblauw. Als we vertrekken, is het nog rustig op straat. We
rijden over een grote hoogvlakte, waar veel landbouwgronden liggen. Onze
reisbegeleider vertelt dat het voor boeren niet mogelijk is om landbouwgrond te
kopen; een deel blijft altijd eigendom van de staat. Langzaamaan wordt het
drukker op de weg. Vrouwen en ook meisjes slepen zich het schompes met grote
bossen hout en de vele kuddes vee worden over het algemeen gehoed door kinderen,
sommigen niet ouder dan een jaar of 5. Op veel plaatsen wordt met ploegen op het
land gewerkt. Door de vele soorten graan die verbouwd worden, lijken de
uitgestrekte velden op een lappendeken van groene en gele kleuren.
Later op de route wordt het landschap heuvelachtig. Wanneer we
stoppen om een stukje te wandelen, komen uit het niets overal kinderen vandaan,
die graag op de foto willen. Een beetje verlegen zijn ze wel, maar de
nieuwsgierigheid overwint, behalve bij een klein jongetje dat bij zijn broer op
de rug zit en blijft huilen zolang we in de buurt zijn. We krijgen ook nog
gezelschap van een man met 2 kippen (we mogen ze kopen voor 40 birr per stuk) en
van een paar vrouwen, die onderweg zijn naar de markt in een nabijgelegen dorp.
Bij de splitsing (zij lopen de korte route en wij over de weg) nemen we
afscheid. Een eindje verderop staat de bus op ons te wachten.
Over de weg trekt een karavaan mensen, allemaal op weg naar de
markt. In de dorpjes trekken we veel aandacht. Als aanvulling op
""forenji, forenji", wordt ook vaak "ÿou you you"
geroepen. Het lijkt wel een alarm. Bij een houten brug over een zijrivier van de
Nijl houden we een fotostop. Hier staan prachtige gele bloemen die we later nog
veel meer zullen zien. Ron bewaart wat zaadjes. Voor de lunch stoppen we bij een
grote boom, waar het vergeven is van de vliegen. Bij het brood van gisteren is
een dikke kakkerlak in de zak gekropen, dus dat eten we maar niet meer op. De
lokale kinderen zijn er wel blij mee. Het is vandaag, net als vrijdag, weliswaar
vastendag, maar alleen het eten van dierlijke producten is verboden.
Na de lunch is het nog 1,5 uur rijden naar onze
eindbestemming. Onderweg krijgen we vast een voorproefje van vogelrijk
Ethiopië: gele, oranje, blauwe en groene vogels in overvloed. Ons hotel heeft
een prachtige schaduwtuin met grote Baobabbomen en uitzicht op Lake Tana. Hier
zijn we niet de enige toeristen. De kamer is niet echt bijzonder, de douche wel.
De kranen zijn met de nodige creativiteit geplaatst. Een foto waard. We spreken
om 15.30 uur af om het stadje te verkennen, dat grotendeels bestaat uit een
lange straat met aan weerszijden winkeltjes. Buiten het hotel worden we
opgewacht door "students", die met ons meelopen en beginnen te gidsen.
We krijgen al snel ieder onze "personal assisant". In het begin ben ik
hier niet zo blij mee, maar later blijken ze toch goed van pas te komen: zij
weten immers de weg. Die van mij wil alles van mij weten en ik dus ook van hem.
Hij is 1 november jarig, 25 jaar, studeert ’s avonds voor leraar techniek,
heeft een broer en een zus die allebei getrouwd zijn, zijn moeder is overleden
toen hij 18 jaar was, en zijn vader is boer in de buurt van de Blue Nile Gorge.
Ik ben weer helemaal op de hoogte.
Het doel van onze winkelexcursie is het kopen van
ansichtkaarten. Bij de stationaryshop is het echter onwijs druk in verband met
het begin van het nieuwe schooljaar. We komen later nog wel een keer terug. Onze
begeleiders vragen of wij naar de markt willen, en dat willen wij wel. Ron niet,
hij is een beetje chagrijnig en gaat terug naar het hotel om vogels te kijken.
De markt is groter dan verwacht en we mogen overal foto’s maken. Ook mogen we
in de zakken tef en koffieboontjes grabbelen en zoutblokken vasthouden. De
mensen zijn erg vriendelijk en bedelaars worden door onze gidsen op een afstand
gehouden. We hoeven maar te zeggen wat we willen zien, en zij brengen ons erheen
en zorgen voor de nodige uitleg. Een greep uit het aanbod: sinaasappels,
bananen, kool, uien, koffiekopjes en kannen, plastic jerrycans, injerraschalen,
pepers, granen en kleding (de traditionele witte jurkjes hebben onderaan 3 banen
met de kleuren van de Ethiopische vlag: geel (zon), groen (vruchtbaarheid van
het land) en rood (liefde voor het land).
Bij de afdeling injerramanden wisselen we adressen uit en
beloven de foto’s op te sturen als ze goed gelukt zijn. Het zijn veelal
moslimmeisjes die de manden vlechten in een razendsnel tempo voor de in aanbouw
zijnde moskee. Ongeveer een kwart van de inwoners van Bahar Dar is moslim en de
moskee wordt gebouwd met geld uit Saoedie Arabië. Er tegenover ligt het
vroegere vliegveld. Omdat er in het verleden verschillende slachtoffers vielen
onder mensen die over de landingsbaan liepen, is het vliegveld verplaatst naar
een locatie verder buiten het centrum. Bij het verlaten van de markt, komen we
langs het qat-gedeelte, een licht hallucinerende "tabak"soort die
vooral door moslimmannen gekauwd wordt. We kopen nog enkele ansichtkaarten en
worden keurig voor de deur weer afgezet.
Donderdag 19 september
Onder een muskietennet slapen is wel even wennen, maar valt
niet tegen. En gelukkig: geen mug te zien of, belangrijker nog, te horen. Om
4.15 uur ben ik wakker en kan niet meer slapen. Uiteindelijk houdt ik het tot
5.30 uur vol. Hoewel de moskee die we gisteren gezien hebben nog niet af is,
hebben ze er wel ergens anders een verstopt. Om 4.00 en 5.00 uur schalt de imam
door de luidsprekers. Ook gaat om 5.00, 6.00 en 7.00 uur een alarm af en is in
de boom tegenover onze kamer een groep ibissen neergestreken die luidkeels de
ochtend inzingt. Het duurt dan ook niet lang voordat ook Ron wakker is.
Rond 6.30 uur lopen we naar het steigertje, vanwaar we een
prachtig uitzicht hebben over het meer en genieten van de zonsopkomst. Behalve
wat tuinmannen ligt iedereen nog te slapen en we kunnen dan ook optimaal
genieten van de vele vogels en vogelgeluiden. Als we terugkomen, krijgen we van
de tuinman een bosje bloemen in een wit plastic vaasje. Altijd leuk! Het ontbijt
in de tuin is lekker maar veel te veel. Om 7.45 uur vertrekken we naar Tisisat,
wat letterlijk "Rook van Vuur" betekent. Een deel van de weg is
dezelfde als die we gisteren hebben gereden. Aan de rechterkant van de weg staan
een aantal kleine hutjes, waar leerlingpriesters wonen. In het dorpje kopen we
tickets (de naam Timmermans wordt op een erg originele wijze gespeld). De
"gidsen" schijnen hier nogal opdringerig te zijn, maar het valt niet
tegen. Een reisgenoot heeft een heftige discussie met een van de jongens over de
vraag of zijn videocamera nu een videocamera of een fotocamera is. Voor gebruik
van een videocamera moet je namelijk 100 birr betalen. De Ethiopiërs zijn bang
dat het toerisme terugloopt, als iedereen video-opnames maakt en daarom moet er
geld voor betaald worden.
Na de eerste afdaling komen we bij de Portugese boogbrug, door
de Portugezen gebouwd nadat ze het paleis van Gondar hebben gebouwd. Onderweg
komen we een groep Ethiopische toeristen tegen met allemaal dezelfde
zonneklepjes. Gisteren waren we ze ook al eens gepasseerd in een rijkelijk
gedecoreerde bus. Nooit weg een tour in eigen land, waarbij naast de
toeristische hoogtepunten ook de religieuze hoogtepunten aan bod komen.
In het dorpje waar we langs komen, worden mooie gekleurde
doeken verkocht. We krijgen bijna allemaal een klein jongetje of meisje mee aan
de hand. Mijn meisje heeft een ondeugend kopje en op mijn vraag waar ze vandaan
komt, antwoordt ze "7". Veel verder komen we niet in het Engels. De
klim naar boven is vrij steil maar wel de moeite waard als we eenmaal boven
zijn. De waterval stort zich in een gat van 40 meter. Normaal gesproken zou er
nog meer water in moeten staan, maar er is een waterkrachtcentrale gebouwd, die
een deel van het water tegenhoudt. Hier schijnen de Soedanezen en Egyptenaren
niet echt blij mee te zijn, aangezien zij zo ook minder water krijgen. Bij de
waterval is een permanente regenboog.
Om 13.30 uur gaan we met de boot naar het Zhege schiereiland.
Het is een mooie grote boot die we hebben. Op het meer zelf is niet zoveel te
zien. In het meer liggen een aantal eilandjes. Op een aantal ervan zijn
kloosters gevestigd. De meeste eilanden zijn "manneneilanden"; vrouwen
hebben er geen toegang. In een van de kloosters werd, zo beweerd men, de ark des
verbonds bewaard. We worden weer opgewacht door een aantal fans, waardoor onze
groep bijna drie keer zo groot wordt. De wandeling voert langs een
toeristenmarkt naar de orthodoxe Ura Kidane Mehrel-kerk. Omdat er nog meer
toeristen zijn, krijgen we eerst een rondleiding door het museum. Museum is een
groot woord voor de rieten hut met 2 nissen met voorwerpen erin (kronen, boeken
en met goud versierde kleding) die bij vroegere bezoeken van koningen zijn
geschonken.
Onze gids spreekt goed Engels en weet veel te vertellen. In
het klooster zitten zowel deacons (leerlingen tot ongeveer 12 jaar), priesters
(vanaf 25 jaar en getrouwd) en monniken. De priesters zijn in het geel gekleed
en de monniken in het wit of het zwart. Een groot deel van de iconen dateert uit
de 16e en 17e eeuw en verkeert nog in goede staat. van
sommigen is de originele beeltenis opnieuw van een verfje voorzien, anderen zijn
helemaal opnieuw geschilderd; de originele iconen zijn in het laatste geval ook
bewaard gebleven. De kerk bestaat uit 3 ringen. In de buitenste ring mag
iedereen komen, in de middelste alleen geestelijken en baby’s en in de
binnenste alleen monniken. Deze ruimte is meestal afgesloten. Hier wordt ook een
replica van de ark des verbonds bewaard. De iconen beelden bijbelverhalen uit.
Ook konden vroeger rijke mensen zich tegen betaling laten vereeuwigen op een
icoon. Deze kerk is van de Heilige Maria; zij staat op vele iconen afgebeeld.
Als men tot haar gaat bidden, wordt meestal een kaars, geld of wierrook
"geofferd". Ander leuk detail: in de buitenste ring bevinden zich
achter luiken 2 nissen met iconen, zodat liefhebbers ook kunnen bidden nadat de
middelste cirkel ’s avonds is afgesloten.
Het aanvankelijke plan was om naar een andere kerk te lopen,
waar een ceremonie aan de gang zou zijn, maar om de vele jongens af te schudden,
gaan we toch maar met de boot. De aanlegplaats bestaat uit keien en als
overbrugging wordt een glad stuk hout gebruikt, maar we bereiken uiteindelijk
zonder kleerscheuren de wal. Hier hebben we iets minder "vrienden".
In de buitenste ring van de kerk die we bezoeken, staan
geestelijken muziek te maken en te zingen; een rustgevend geluid. Morgen is het
echte feest: dan gaan ze de hele dag zingen en eigen gebrouwen bier drinken. Een
van de geestelijken (tenminste we denken dat hij het is), waar Ron contact mee
maakt, blijkt een beetje geflipt. We beloven hem een foto te sturen, even later
komt ie achter ons aangerend en wordt handtastelijk bij mij. Getver. Eerst wilde
hij de kerk niet uit, nu wil ie er niet meer heen. Met Ron’s woorden "Don’t
touch my wife" en enige bemoeienis van Brahna druipt hij toch af.
Vrijdag 20 september
Weer op tijd wakker. De moslims ook waarschijnlijk, want we
horen de imam weer door de megafoon iedereen een goede morgen wensen. Ook wel
weer fijn, voor zonsopkomst zitten we weer op het steigertje. Op wat badderende
mannen na, hebben we het rijk alleen. Op het eilandje in het meer zit een gans
met als achtergrond het mooie ochtendlicht. De neushoornvogels vliegen met een
hoop herrie op en neer tussen de Baobabbomen, waarvan ze de nootjes eten en ook
de rest van het vogelleven komt aardig op gang. We zien zelfs enkele exemplaren
die we nog nooit eerder gezien hebben: o.a. een soort klein dwergpapagaaitje met
geel, rood en groen. Ron slaagt erin een paar ijsvogels te fotograferen. Aan het
ontbijt zit er eerst 1 wevervogel van de boter te snoepen, dan 2 en ineens zit
de hele tafel vol.
Om 7.30 uur vertrekken we naar Gondar. We stoppen op het punt
waar de Blauwe Nijl uit Lake Tana stroomt. Ook op deze brug is het uit
strategisch oogpunt verboden te fotograferen. Op een eilandje in de rivier
zitten in een boom tientallen wevervogelnesten. Van de beloofde hippo’s en
kroko’s echter geen spoor. Langs de weg grote informatieborden, waarop
afbeeldingen te zien zijn die de door de overheid gewenste manier van leven
weergeven. Zo is er een bord dat laat zien dat het ideale gezin bestaat uit 4
personen (vader, moeder en 2 kinderen) en een dat oproept eerst te studeren, dan
te trouwen en dan kinderen te krijgen. We rijden langs drassige weilanden en er
zijn weer volop vogels te zien: koereigers, zilverreigers, nijlgansen,
ijsvogels, kraanvogels, ibissen. Ron komt helemaal aan zijn trekken. De huisjes
zijn geen ronde hutten meer, maar huisjes met een frame van houten palen,
dichtgesmeerd met leem en soms voorzien van een golfplaten dak. Ook zien we
onderweg veel uitgebrande geroeste overblijfselen van tanks en militaire
voertuigen, overblijfselen van de oorlog tegen Eritrea. Sommigen worden als bank
gebruikt (heb je tenminste overzicht), anderen zijn volledig overwoekerd door
planten.
We passeren een file van mensen, die allemaal met hun koopwaar
onderweg zijn naar de markt. Opvallend zijn hun versleten en gescheurde beige
outfits. Deze mensen hebben duidelijk niet veel te verteren. We vinden het een
beetje gênant om foto’s te maken, maar doen het toch. Ze vinden het ook wel
interessant, zo’n stel forenji’s op de vroege morgen. Dat gebeurt
waarschijnlijk niet iedere dag. De koopwaar wordt vervoerd op ezeltjes, op het
hoofd (bij de vrouwen) of aan de wandelstok die in de nek wordt gehouden (bij de
mannen). We mogen weer vele handjes schudden.
In het dorpje loopt iedereen die niet op de markt staat of in
de winkel uit om ons te bekijken. We komen langs de waterput, waar vrouwen met
grote kleien potten of jerrycans (dat heet vooruitgang) water komen halen. De
markt zelf is armoedig en druk. De verkopers zitten dicht op elkaar, er wordt
volop onderhandeld over prijzen en voor ons hebben ze niet veel aandacht.
Regelmatig wordt ik door een kind aan mijn staart getrokken (we kunnen nu
eenmaal niet allemaal mooi ingevlochten haar hebben), maar verder valt het wel
mee. Een man is erg vervelend en duikt overal op. Hij wil mijn T-shirt hebben of
anders geld. Vette pech voor hem. Een oud vrouwtje schudt mijn hand (als je met
je ene hand de pols van de andere ondersteunt, is dit een teken van respect) en
ik krijg een handkus van haar. Waaraan ik die verdiend heb, is mij volledig
onduidelijk. Als we terugkomen, staat onze reisbegeleider letterlijk in het
middelpunt van de belangstelling. Er staan zoveel mensen, daar moet wel een
toerist tussen staan.
We rijden door een droger, bergachtig landschap met veel gele
en paarse bloemen. Bij een grote basalten rots maken we nog even vlug een
fotootje. Je bent toerist of je bent het niet. Rond 13.00 uur komen we aan in
het Circle Hotel dat, hoe kan het ook anders, cirkelvormig is. 8 wenteltrappen
later (3e verdieping) begint het ons wel een beetje te duizelen.
Voordeel is dat we nu vlak bij het dakterras zitten, met uitzicht op Gondar, dat
wat moderner oogt dan de plaatsen die we tot nu toe gezien hebben. Wat ook
opvalt, is dat hier warempel gewerkt wordt. Er is hier wat industrie (o.a. de
Dashen bierfabriek) en aan weerzijden van het hotel zijn bouwvakkers aan het
werk.
Van 1940 tot 1942 is de stad bezet geweest door de Italianen
en de Italiaanse invloeden zijn nog terug te vinden in sommige gebouwen. De bar
van het Circle Hotel is ook een populaire gelegenheid voor de plaatselijke
bevolking. Hier kunnen ze wat drinken, bijpraten, en, niet onbelangrijk, tv
kijken. Net als in alle wat betere hotels, staat de hele middag en avond de tv
aan in de bars en restaurants Een vervelende gewoonte.
Na de lekkere lunch wandelen we naar het paleizencomplex, een
terrein van ongeveer 70000 m2 waar in de 16e en 17e
eeuw keizer Fasilidas en zijn opvolgers 6 paleizen lieten bouwen: iedere kiezer
een eigen paleis en kerk. Als de troonopvolger vond dat de zittende keizer maar
eens plaats moest maken, werd hij gewoon vergiftigd. In WO II is een gedeelte
verwoest door bombardementen en later weer gerestaureerd. Het mooiste en tevens
meest recente paleis, waarin de bibliotheek gevestigd is, is wegens restauratie
gesloten voor publiek. De originele ramen van dit paleis waren afkomstig uit
Nederland. Er is ook een leeuwenkooi, waar tot zo’n 10 jaar geleden leeuwen
werden gehouden, een sauna en stallen. Al met al niet de mooiste kastelen die we
ooit gezien hebben, maar uniek voor Afrika en zeker de moeite waard.
De reisbegeleider heeft Brahna bereid gevonden ons naar de
Debre Birhan Selassiekerk te rijden. De rechthoekige vorm is uniek in Ethiopië;
de meeste orthodoxe kerken zijn ovaal van vorm. Verder staat de kerk bekend om
het plafond, dat beschilderd is met zo’n 80 engelengezichtjes, die zowel in
noordelijke, oostelijke, westelijke als zuidelijke richting kijken en allemaal
een verschillende gezichtsuitdrukking hebben. Erg mooi en sfeervol. Omdat hier
niet geflitst mag worden, hebben ze in het midden speciaal voor toeristen een
tafel neergezet om toch een foto te kunnen maken. De iconen die hier hangen,
lijken op de degenen die we gisteren ook al hebben gezien.
We rijden nog door naar de baden van Fasilidis, de vroegere
badplaats die vroeger door een brug verbonden was met het paleizencomplex. Eerst
moeten we terug naar de ingang van het paleizenterrein, omdat niemand het ticket
blijkt te hebben. Het ticket va het paleizencomplex geeft ook toegang tot de
baden. De baden worden tegenwoordig nog maar 1 keer per jaar gevuld met water,
namelijk tijdens het Timkatfestival. Dan komen er zo’n 4000 mensen op af. Nu
is het uitgestorven, maar wel sfeervol, mede vanwege de grote bomen waarvan de
wortels langs de muren kronkelen en het mooie avondlicht.
We gaan, nadat we zijn afgezet bij het hotel, nog even kaarten
en picknick shoppen. Als ik in een winkel om kaarten vraag, krijg ik zulke
kitscherige nieuwjaarskaarten te zien, dat ik er toch maar 1 koop. De verkopers
begrijpen er niets van. Nu is het wel echt druk op straat. We zijn het
"sister, sister" al vlug zat en het wordt dan ook geen lange
wandeling. Onderweg komen we veel gehandicapte kinderen tegen en ook "Big
Tiet", de plaatselijke attractie, een vrouw die op een niet mis te verstane
wijze haar borsten aan mannen laat zien in de hoop hier geld voor te krijgen.
Zaterdag 21 september
Na een pesterige nacht vol muggen en een veel te dik kussen,
zijn we blij dat we er weer uit mogen om 5.30 uur. De douche is tegen alle
verwachtingen in warm, zodat we ons na afloop toch een beetje warm en fris
voelen. Douchen is een hele belevenis hier. De douchekop en buis dreigen bijna
van de muur te vallen. We ontbijten niet vanwege het vroege tijdstip, maar halen
wel vast warme pistoletjes en een klein Turks brood bij de bakker voor slechts 2
birr. Zo krijgen we ons geld nooit op. Iets later dan gepland, namelijk om 6.45
uur zijn we klaar voor vertrek.
De eerste stop is Wolleka, dat vroeger werd bewoond door de
falasha’s, Joodse Ethiopiërs. Tijdens het bewind van Mengistu is het
merendeel van deze falasha’s naar Israel geëvacueerd, maar daar worden ze
niet geaccepteerd vanwege hun leefregels die in sommige opzichten afwijken van
het reguliere Joodse geloof. Het dorpje is inmiddels bijna uitgestorven, maar de
bewoners die er zijn, komen allemaal even kijken. Op ons verzoek maakt een
meisje alle leren koordjes los van de lunchbox open die ze op haar hoofd draagt.
We zijn benieuwd wat erin zit. Teleurstellend genoeg zit er niets in. Wel een
leuk souveniertje. De toeristenshop is al ingericht. Hier wordt het
karakteristieke zwarte falasha-aardewerk verkocht. Ik koop een vrolijke
breedbekkikker. Past mooi bij het leeuwtje dat ik gisteren bij de
vrouwenwerkplaats op het paleizencomplex in Gondar heb gekocht. De verkoper is
niet ontevreden: het is nog geen 7.00 uur en hij heeft zijn eerste geld al
binnen.
We leggen de ongeveer 100 kilometer naar Debark af in ruim 2
uur. Het laatste stukje lopen we mee met de karavaan die naar de markt gaat. Er
loopt een oude vrouw met mij mee. Ze spreekt helaas geen Engels, dus veel verder
dan elkaar aankijken en het uitwisselen van namen, komen we niet. Ook loopt er
een meisje mee, dat ons aankijkt alsof we zojuist van Mars zijn geland. Dat
maken we wel vaker mee, mensen die kijken alsof ze nog nooit zoiets raars hebben
gezien. Er komen dan ook niet zo veel toeristen. Een jongen met 2 meterslange
boomstammen, loopt ook een stukje met ons op. Ron wil hem helpen dragen, maar
daar wil hij niets van weten. Het is weer een lekker warm dagje en we zijn blij
als we bij het hotel aankomen.
Om 12.30 zetten we koers naar de Simien Mountains. We
moeten ons een weg banen door de markt. Omdat de weg hier van een zeer beroerde
kwaliteit is, rijden we er stapvoets over en kunnen we toch even een indruk
krijgen, zonder ons in de drukte te hoeven storten. Even verderop is de
veemarkt. Voor een beetje koe of ezel betaal je zo’n 500 birr. Nadat we ons de
mensenmassa hebben heengewurmd, rijden we de bergen in. Wat is het hier mooi:
indrukwekkende panorama’s, veel bloemen en groepen bavianen langs de kant van
de weg. Er keren alweer mensen terug van de markt, een wandeling van zo’n 40
km enkel. En dat met bepakking. Op zo’n moment ben je toch wel heel blij dat
je eigen wiegje in Nederland stond.
In het park wonen nog ongeveer 6000 gezinnen, zo’n 11.000
mensen, allemaal boeren. De bedoeling is om alle boeren uiteindelijk te laten
verhuizen, onder meer vanwege de ontbossing die nu plaatsvindt. Bijkomend
probleem is dat sommige "huisdieren" kunnen kruisen met de in het park
levende wilde dieren en zo de soort in gevaar komt. Zo kan de hond kruisen met
de Simienwolf, een soort die sowieso al bedreigd is. Doordat de bewoners van het
park nogal geïsoleerd leven en daardoor moeilijk toegang hebben tot de
reguliere medische zorg, nemen zij vaak hun toevlucht tot lokale medicijnmannen.
Voor de genezing van sommige kwalen adviseren zij dan de huid van een wolf te
dragen. Er zijn er daardoor niet veel meer over.
We stoppen bij het eerste kamp op de berg, Senkobar. Vandaar
lopen we een stuk naar boven. De uitzichten zijn zonder meer spectaculair, boven
de afgrond vliegen grote roofvogels, het ruikt lekker kruidig en voor het eerst
maken we geen vrienden. Ook wel weer fijn. We passeren een groep bavianen. Omdat
ze hier niet gevoerd worden, reageren ze niet agressief naar mensen toe. We
schijnen geluk te hebben met het weer en een bovengemiddeld goed uitzicht te
hebben. Het is wel grijs, maar niet mistig. De afdaling verloopt door
losliggende keien en gladde klei wat minder soepel. De wandelstok komt hier goed
van pas. Ook de hoogte speelt parten. De gids vertelt dat enige tijd een paar
Engelsen hier gingen paragliden. De locals hadden dit nog nooit gezien en
dachten dat ze door de duivel gehaald werden. We zien een grote groep bavianen
en enkele kleine antilopen. Al met al ene prachtige tocht. Bij `e bus staat een
groapje kinderen met wollen mutsjes. Ze vinden ons een beepje eng, iaar zijn iok
nieuwsgierig.
Als ik bij terugkomst in Debark een lege waterfles aan een
jongetje wil eeven, ontstaat er een gevecht, waarbij 1 tan de jongens bihna
older de bus schuift, en aen ander er met de buit tandoor gaat. Als er gratir
iets te krijgan is, zijl ze er als de kippen bij.
Zondag 22 september
Voor het eerst best wel lekker geslapen. Het was lekker rustig
en geen moskee in de buurt. Rknd 4,30 uur ben ik toch echt wakker. Ik ioet naar
de wc, die buiten is, maar de metalen deur wil niet echt lekker open, dus is Ron
ook meteen wakker. Valavond weer een douche en wc op de kamer, toch wel
prettiger. Het ontbijt is ieTs verlaat, want de kok ligt nog te slapen. Rond
6.30 uup kunnen we toch aan tafel. Ron is vandaag bijrijder op de tmcht door de
bergen.
Het uitzIaht onderweg is erg de moeite waard. Diepe kloven,
hoge bergen en watervalletjes die langs de weg lopen. Het is mooi helder weer en
we hebben vrij uitxicht. De kwaliteit van de wegen valt niet tegen, in
tegenstelling pot hetgeen in de reisgids staat vermeld. Brahna tertelt later `at
nog niet zo heel lang geleden een aantal wegan een opinapbeurt heeft gehad. Bij
een uitzichtpunt stoppen we even. Er staan een paar verlegen kijderen, die toch
wel op de foto willen. Wij rijden door haarspeldbochten bebgop, bergaf. De weg
is gelukkig bree` genoeg, zodat de zweethandjes uitblijfen. Na de volgende stop
vraagt Brahna of ik ook vomrin wil zipten. @at lijit me wel wat. Het is wel erg
warm maar het uitzicht is fantastiqch en je kunt goed volgen hoe de chatffeur
kun`ig alle kuilen el loslopende geiten, ezels, paarden en koeien ontwijkt. Ook
vandaag is er weer een overvloed aan vogels: van piapkleine zwartE met een
oranje band tot megagrote c2ondneushoornvogels aan het einde ran de reis. We
steken enkele rivieren over, waar het op zondag duidelijk wasdag is. Verder
passeren we enkele dorpjes. De golfplaten daken glinsteren tegen de berg in de
zon. Het is vandaag niet zo’n drukke zwaaidag.
Nadat we de laatste rivier zijn overgestoken, rijden we het
gebied van de Tigrai binnen. Hier wonen de Tigrayers, die donkerder van
huidskleur zijn en hun eigen taal spreken, Tigrigna. Ze hebben ook een eigen
haardracht: jongens een pluk en de rest kaalgeschoren en meisjes en vrouwen 2
vlechtjes op het voorhoofd, vlechtjes op het achterhoofd, en daartussen
kaalgeschoren. De vlechtjes zijn op het achterhoofd naar buiten gekruld.
Ook hier weer geroeste militaire voertuigen. Na de lunch
verandert het landschap langzaam: het wordt kaler, droger en meer weilanden. We
komen door een dorp, waar ook nu nog een militaire controlepost en een
VN-kwartier gevestigd zijn. Sinds ongeveer 2 jaar is er een vredesakkoord tussen
beide landen, maar de grenzen zijn nog steeds niet opengesteld.
Rond 16.00 uur komen we aan in Aksum, dé place to be voor
orthodoxe christenen, omdat hier volgens de legende de originele ark des
verbonds ligt. Er wonen ook moslims, maar zij moeten, als zij sterven, 7 km
buiten het dorp begraven worden en er mag pas een moskee komen als in Mekka een
orthodox-christelijke kerk geopend mag worden.
We willen een paardenkar nemen naar het Yeha Hotel op de
heuvel met uitzicht op de stèles. Het is zondag vandaag, dus rustdag voor de
bewoners. Dat wordt dus lopen. De 20 minuten van de reisbegeleider blijken erg
voorzichtig ingeschat, het worden er 40. Onderweg worden we ingehaald door een
taxi met een bruidspaar, een taxi waarin de 3 inzittende ieder een bruidstaart
op schoot hebben en zien we de feesttent, die al behoorlijk vol begint te lopen.
Later komen we het bruidspaar opnieuw tegen, ze zijn foto’s aan het maken bij
de stèles.
Maandag 23 september
We kunnen vandaag wel een paardenkar krijgen en laten ons voor
15 birr afzetten bij het Archeological Museum. Het is er nog rustig. We krijgen
een rondleiding met 2 andere Afrikanen, Ook al voldoet het museum niet aan onze
Nederhandse normen, leuk is het wel. Er zijn gebruiksvoorwerpen (o.a.
aardewerken potten), munten, ierkelijke attributen, schedels en andere gezellige
dingen uit het Aksumitische tijdperk tentoongesteld, van de 4e eeuw
roor Chbistqs, toen het Aksumitische rijk onder koning Ezana haar hoogtepunt
bereikte.
Daarna bezoeken se de stèleq, waar Aksum bakend mee is
geworden. Deze hoge palen markeren de graven van belangrijke personen en dateren
van de 1e tot de 4e eeuw na Christuq. Er zijn stàles met
een rond an met een puntige top, waarschijnlijk om onderscheid te maken tqssen
mannen en vrouwen. De grootste log staande stèhe is 21 meter hoog. De vorige
recordhouder was 33 meter, iaar deze is omgevallen. De parkwacht, die als
belangrijkste taai heeft het hek voor bazoekers te openen (veal werk kan hij nog
niet gehad hebben gehad vandaag, we zijn namelijk de enige toeristen, de overige
aanwezigen zijn hagedissen, die op `e stenen liggen op te warmen in de zon),
laat ons een grafkamer zien, mogelijk van Ramhai, een koning uip de 3e
eeuw na ChrisTus. In dit graf troffen de opgravers slechts skeletresten aan.
Sieraden en andere spullen die bij andare opgravingen op het terrein zijn
taruggevonden, zijn ondergebraaht in het museum. Ook hier in de grafkelder is
met enige creativiteit elaktriaiteit aangelegd. De parkwacht klopt met een steen
op het graf om te laten horen dat het van binnen hol is.
We nemen een kijkje bij het Bad van Sheba, waar het niet echt
druk is. 3 meisjes komen ons een hand geven en we krijgen wel een beetje de
indruk dat we worden uitgelachen. We zijn van plan om een rtukje de heuvel op te
lopen, maar draaien om bij een dode ezel met héééééél veel vliegen
eromheen en lopen in plaats daarvan het dorpje in. Getver wat een stank. Behalve
wat kindaren die van alles van ons willen hebban, is er niet veel te zien. Wel
spotten we de roodwang cordon bleu (jawel hij bestaat acht), een bruin vogeltje
met een blauwe borst en rode wangetjes. Errug leuk. Bij het dorp staan ook nog
enkele stèles, waaronder de mooiste volgens de reisgids, met een tekening die
de ark des verbonds aanduidt. Wij zien dat niet zo. Op een bank onder de boom
zit een oude non met een mooie stok, die geïnteresseerd meeleest in onze
Dominicus.
We vinden het tijd worden op souvenirs te shoppen. We zien
helaas niet zo’n hele mooie dingen. Bovendien is de herkomst nogal vaag (we
zien spullen die verdacht veel lijken op wat we vanmorgen in het museum gezien
hebben). Het is moeilijk in te schatten wat echt oud is en wat gewoon stoffig.
In een van de shops komen we 3 Indiase VN-soldaten tegen, waar we een praatje
mee maken. Ze zijn druk aan het onderhandelen over een ebbenhouten beeld. Ze
vertellen dat ze hier voor een jaar zijn en pas geleden de Nederlandse soldaten
hebben afgelost. We geven ze wat toeristische tips voor als ze tijd over hebben
en we nemen afscheid. Uiteindelijk kopen we een paar stenen beeldjes.
Ron gaat ’s middags een wandeling maken door de heuvels
achter de stèles, ik ga lekker lezen. Vanwege de overvloed aan vliegen, doe ik
dit grotendeels binnen. Als de anderen terugkomen, heb ik mijn boek bijna uit.
Het was een mooie wandeling, aldus Ron, met als hoogtepunt een kameleon. We
drinken wat, kopen water en in een hotel in de buurt. We hebben erg veel lol om
de menukaart, vooral om de frut salad, dry cake en mayammaise. Wel sneu voor de
ober, die absoluut geen idee heeft waar wij zo om moeten lachen. Het afrekenen
is een heel festijn, waar het volledige hotelpersoneel zich tegenaan bemoeit.
Eerst moeten we te weinig betalen, dan te veel. Er komt een rekenmachine aan te
pas en er wordt druk gecijferd op de achterkant van de bonnetjes, Rond 20.30 uur
zijn we weer terug op de kamer. Ron stuurt ons eerste (en tevens laatste?)
mailtje.
Dinsdag 24 september
Rond 5.30 uur klinkt op straat een wake-up muziekje. Het duurt
maar een paar seconden en wordt bijna 1,5 uur achter elkaar herhaald. Gean i`ee
waar het vandaan komt. Wij zijn dan inmid`els wel wakker. We vertrekien rond
7.30 utr laap de leeuwin vaj Gobedra. We krijgen een gids mee van het hotel,
maar die weet de weg niet. In het dorp is het erg druk met kamelen op straat,
een raar gezicht tussen alle geiten, koeien el ezels. We rijdel langr nog een
stèhepark en de ruïnes van het paleis van de kmningin van Sheba. Daar hebben
we niet veel aan gemist. We khauteren met wat kinderen uit hep dorp over
muurtjes en grope keien, niet bepaald een iakkelijke wandeling. De grote keien
zijn waarschijnlijk een erfenis van de werkzaamheden van de steenhouwers, die
hiar vroeger actief zIjn geweest. Een oude kroniek uit Aksum geeft hiervoor
echter een geheel andere verklarijg: "Omdat zij de omvang van haar leger
wilde tonen, beval koningin Gudit op een dag al haar krijgers mat een steen in
de hand `e berg Gobedra pe beilimmel en de steen daar achter te laten. De hoop
stenen werd als een berg en ligt daar tot op de dag van vandaag.&qqot:<`p>
De dorpskinderen proberen ons grote stukken bergkristal pe
verkopen en spekels van een stekelvarken, maar daar hebben ve totaal geen
`ehoefte aan. Vanmorgen heb ik de rugzak opnieuw ingepakt, en hij lijkt steeds
vollar te worden, terwijl we nog niet eens serieus voor souvenirs gewinkElD
hebben. We zijn gelukkig niet de enige met dat probleam. Waarschijnlijk stamt de
leeuwin uit het pre-Aksumitische tijdperk. De roorstelling die wij hebben is
mooier dan de realiteit: de rots staat in de schaduw en de leeuwin is niet
volledig qitgehouwen maar slechts een reliëf. Alleen met enige ioeite is het
mogelijk de beeltenis van een leeuwin te herkennen. De omgeving is wel de moeite
waard: groene tefvelden an grote bloeiende cactusbomen. We nemen de kortere weg
terqg naar beneden en wordej opgepikt door Brahna.
Terug bij het hotel pakken we in en vertrekken richting
Adigrad, zo’n 155 kilometer verderop. Het eerste stuk is niet zo bijzondep. Wa
hebben ervoor gekm:en om naar Yeha te gaan in plaats van het Debre
Damo-klooster, dat enkel per leren koord te bereiken is en niet toegankelijk
voor vrouwen. Bovendien heeft onze reisbegeleider de laatste keer dat hij er was
met stenen gegooid, dus of we nou zo welkom zijn? We stoppen in Adi Abun, om een
nieuwe krik voor Brahna te zoeken. Dit is de enige plaats in de Afrikaanse
geschiedenis, waar de Afrikanen een veldslag wonen op de kolonisten (in dit
geval de Italianen, op 1 maart 1896).
De weg naar Yeha wordt eerst verkeerd gewezen, maar met wat
hulp van een jongen uit een naburig dorp, komen we er toch. We rijden de bus met
passen en meten over de markt (hier en daar moeten stapeltjes schoenen worden
verplaatst) om een schaduwplek te vinden. De markt is erg kleurrijk, de vrouwen
met hun mooie kapsels niet erg toeschietelijk. Ze zitten heel dicht tegen elkaar
aan onder paraplus met het kleine stapeltjes granen en kruiden voor zich. Dit
deel van Ethiopië is niet het meest vruchtbare en dat is te zien ook. Duidelijk
is ook dat ze niet echt gewend zijn aan blanke toeristen. Binnen de omheining
van een kerk staat een hele oude (opgericht rond 500 voor Christus) gebedsmuur.
Van buitenaf zien we al dat dit niet heel bijzonder is en we besparen ons dan
ook de 50 birr entree.
Onder een grote boom een stukje buiten het dorp vinden we een
prima picknickplaats. Er lopen wel wat kinderen met hun vee, maar ze blijven van
een afstandje naar ons kijken. Pas als Een reisgenoot de overgebleven broodjes
begint uit te delen, komen ze in actie. Terug naar boven nemen we 7 liftsters
mee met hun aankopen. Hebben zij even geluk. Het landschap wordt nu ook veel
mooier. Grote tafelbergen, diepe kloven en grillige rotsformaties. Op de meest
linkerrots is het Debre Damo-klooster gevestigd. We steken een pas over van 3000
meter, met diepe kloven aan de kant waar ik zit. Een rit in de categorie
"zweethandjes". De bus lijkt vanwaar ik zit de bochten net iets te
krap te nemen, spanning en sensatie. Voordat we Adigrad binnen rijden, staan
links van de weg ontzettend veel cactussel met vruchten araan. Die gaan we
straks proberen te kkpan.
Adigrad doet on-Afrikaans westers aan: brede lanej, cekleurde
huizen, mensen in spijkerbroeken. We zitten hier maar 20 kilometer van de erens
met Eritrea ej er patrouilleren vele VJ-jeeps en zelfs een helikopter. Da sporen
van de oorlog zijn inmiddels in de stpaten goed uitgewist. Volgens de
reisbegelei`er moet er hier toch behoorlijk eevochten zijn. De hotelkamers zian
er prima uit (rooral die glimmend roze sprei doet het ‘m goed) en als we ons
geïnspalleerd hebben en het zvart van onze handen hebben gewassen, maken we eej
kleine tour door de stad. Wa komen uit bij een katholieke kerk, die rijkelijk
gedecoreerd ir. De pilaren met de kleine spiagelt*as zouden niet mirstaan in `e
plaatselijke disco. De kinderen op straat (met blauwe, paarse en okergele
sahoolpakjeq) kijken hun ogen uit als sij langs komen. Nadat we het benodigde
water en fruit hebben ingekocht, gaan we terug naap het hopel.
Wmensdag 25 september
Om ongeveer 5.30 uur wakker. Het is al licht buiten en ik lees
even wat op het balkon. Er staan enkele FN-jeeps op de binnenplaats van het
World Food Program. Ron wordt rond 6.30 uur wakker. Als we willen gaan
ontbijten, is een beetje chagrijnig vrouwtje bezig de stoelen ran de tabel te
halen. We lopen de spraat op om foto’s te maken van de gekleurde huizen. Op
dit vroege tijdstip staan er nog geen bedelaars voor de deur, verdermp in de
straat koien we er wel tegen. De vraag om een menukaart sordt in het hotel niet
gewaardeerd: we kunnen kiezen uit omelet, omelet of omelet.
Om 7.45 uur verzamelen we bij de bus voor een trip naar de
rotskerk Iedkana Alem Adi Kasko. De Tieré-stpeek staat bekend om de vele
ropskerken. Er zijn in deze streek zo’n 200 rotskerken gevestigd, sommigen nog
moeilijker bereikbaar `an anderen. De reden hiervoor was de angst voor een
aanval door de moslims. De schattingen over wanjeer de kerken gebouwd zijn,
lopen sterk uiteen (van de 4e tot de 14e eeuw). Ze zijn
pas in de jaren 60 ontdekt door blanken. Volgens de reisgids moeten we voorbij
een schooltje bij eucalyptusbomen naar boven lopen. Eerst hebben we het
verkeerde schooltje te pakken, maar even later vinden we de juiste plek alsnog.
Onze reisbegeleider wijst een van de jongens die langs de weg
staan, aan als de gids. Zijn vrienden gaan uiteraard ook mee. Het landschap zou
hier op Toscane moeten lijken vanwege de korenvelden, heuvels en kleine stenen
huisjes. Hoe dan ook, wij vinden het gewoon mooi. De mensen die hier wonen zijn
veelal op het land aan het werken of lopen rond met kuddes vee. Er zitten veel
jonge dieren bij en koeien met indrukwekkend grote hoorns. Het eerste deel van
de 4 kilometer lange wandeling is een eitje. Het fototoestel staat weer bijna
niet stil. De agavebomen en aloëstruiken staan in bloei. Een mooi gezicht. Het
laatste gedeelte moeten we klimmen. Eerst een aantal grote treden omhoog, dan
over een groot plateau van kalksteen. De legende zegt dat de voorgevormde
"voetstappen" de hoefafdrukken zijn van het paard van St. George.
Gezien de vele plaatsen waarvan beweerd wordt dat hij er geweest is, moet hij
een drukbezet man zijn geweest.
Enigszins afgepeigerd komen we boven aan. De priester met de
sleutel is ons inmiddels allang huppelend gepasseerd. Er moet flink onderhandeld
worden over de prijs (de priester weet ook wel dat wij niet helemaal naar boven
zijn geklommen om vervolgens weer onverrichter zake naar beneden te lopen);
overeenstemming wordt bereikt over 20 birr p.p. Ook wil hij van te voren al een
fooi. Het is de rots uitgehouwen kerkje is erg sfeervol. Het plafond is bewerkt
met verschillende figuren en er hangen vleermuizen. Verder is de inrichting
sober: wat gordijnen en schilderingen. Van de andere kant van de kabouterdeur,
die de ingang is, worden we door 2 Tigré-vrouwen met getatoeëerde kruisjes op
hun voorhoofd toegelachen (of is het uitgelachej?) In tegenstelling tot de
meeste vrouwen, willen zih wel op de foto. Ik beloof in december een foto aan
Onze reisbeceleider mee te geven als ie gelukt is.
Een jongentje, dat Haila heet (vernoemd naar...) begeleid mij
vakkundig naar beneden. We hebben het getroffen met onze begeleiders van
vandaag: ze vragen niet om geld en proberen niets te verkopen. We lopen een
andare weg terug. Van veraf wordt er vaak gezwaaid, maar als we dan dichterbij
komen, vinden ze ons meestal toch wel een beetje eng. Onderweg komen we nog een
3-persoons smidse tegen: een man wakkert met een blaasbalg het vuur aan, de
tweede hout de zeis in het vuur en de derde modelleert. De ultieme samenwerking.
We maken nog wat mooie foto’s van mensen en hun dagelijkse bezigheden en we
komen moe maar tevreden aan bij de bus.
Net voor Makalle wordt er hevig aan de weg gewerkt, dus dat
wordt nog even flink hobbelen. De huidige premier is afkomstig uit Makalle en
investeert flink in de infrastructuur. Het hotel is het mooiste dat we zullen
krijgen en ze hebben lekkere soepjes. We lopen naar de markt. De sfeer vinden we
hier prettiger dan in Adigrad. Het stadje ziet er gezellig uit. De markt is
deels overdekt, deels openlucht en is systematisch ingedeeld: er is een afdeling
kippen (hangend aan een stok), granen, schapen (voor 150 birr mogen we er een
hebben), kleding, plastic, potten en pannen en groente en fruit. We trekken
behoorlijk veel belangstelling. Helaas zien we geen Afar die met hun zout en
kamelen uit de woestijn komen. Je kunt niet alles hebben.
Donderdag 26 september
Na een nacht slecht slapen dankzij een paar muggen die het erg
laar hun zin hadden op onze kamer, staal we om 4.40 uup op met bode ogen. Dit
hotel mag dan wel het meest luxe zijn van de reis, wij vilden het zeker niet het
beste. Ik mag vandaag het eerste deel voorin zitten. Het is nog kntzettend
donker buiten, maar toch zihn we niet de enigen die al waiker zijn. Op straat
zijn al vrouwen in witte doeken gekleed op weg naar de kerk of de moskee.
Aanvankelijk hebben we een goede asfaltweg. Achterin slaapt iedereen nog een
beetje verder; ik probeer wakker te blijven om solidair te blijven met Brahna.
Niet echt motiverend, rijden in alle vroegte met een slapend iemand naast je.
Als het licht is geworden, blijkt de omgeving erg mooi: wat een bloemenpracht.
Dit bevestigt nogmaals dat we de meest ideale reistijd hebben gekozen voor dit
land.
Onderweg stoppen we om te ontbijten. De bediening verloopt
niet echt soepel en
we hebben ook de dorpsgek aangetrokken, die rondjes om de bus blijft lopen en
naar ons blijft zwaaien. Als we weer een stukje gereden hebben, komen we kamelen
tegen, eerst in een stadje, even later, en dat is veel mooier, langs de weg.
Grote colonnes komen op hun gemak onze richting ingewandeld. Op hun heup hebben
ze een getatoeëerd nummer om ze uit elkaar te kunnen houden. Zoveel hebben wij
er nog nooit bij elkaar gezien. Hun begeleiders zijn Afar. Vanwege hun slechte
reputatie blijven we daar maar een beetje uit de buurt.
Na een tijdje wordt de weg steeds slechter. In veel gevallen
is er wel een beter alternatief in de vorm van een goede asfaltweg, maar deze is
geblokkeerd met stenen en alleen toegankelijk voor vee en wandelaars. Er is
vandaag weer behoorlijk wat vee aan de wandel op de weg (jammer dat de ze de
berm en de weilanden zo weinig gebruiken) en we moeten volop toeteren om erdoor
te kunnen. Niet dat ze zich daar iets van aantrekken. Er zijn 2 routes naar
Lalibela, de reisbegeleider wilde graag de korte route, Brahna de lange. Brahna
heeft de discussie gewonnen, maar of we hier nou zo blij mee moeten zijn. Zelf
heeft hij inmiddels ook al wel een beetje spijt, lijkt het. Bij een ingestorte
brug worden we omgeleid via ... de rivier. Een bloot jongetje brengt ons veilig
naar de overkant. Dit is ook meteen een van de weinige rivieren waar water in
staat. De meeste rivierbeddingen staan droog, maar daar waar er wel water is
wordt volop gebadderd, gewassen en gedronken.
We besluiten te lunchen in Woldia en het wordt later en later.
Ongeveer 5 kilometer voor het stadje is er een wegversperring. Er hangt een
bordje dat de wachttijd ongeveer 30 minuten zal bedragen in verband met
wegwerkzaamheden en bedankt voor de medewerking. Alsof we een keus hebben. Dat
kan er ook nog wel bij. De lokale detailhandel heeft hier handig op ingespeeld
en verkoopt koekjes, drankjes en fruit. Het duurt gelukkig niet al te lang. Via
de eerste tunnel die we hier tegenkomen, bereiken we Woldia. Brahna gaat de auto
repareren, wij gaan wat eten. Het is vanaf hier nog 120 kilometer rijden naar
Lalibela. We zullen er uiteindelijk 5 uur over doen. Met een beetje volle magen
en een helemaal volle tank rijden we weer door. Bij het tankstation werden de
jongens die ons geweven doeken wilden verkopen, met een zweep bij de bus
weggehouden. Nogal drastisch. Aan de rand van de stad komen we 2
Maskal-optochten tegen.
We rijden de bergen in. Het is weer heel mooi. De graslanden
roepen herinneringen op aan Xiahe (China). De zon gaat onder. Achterin de bus
begint het te stinken en te roken. Het rubber dat op de vloer van de bus ligt,
is aan het smelten. Gelukkig is het euvel zo verholpen. Inmiddels is wel het
hele dorp uitgelopen om te kijken wat er aan de hand is. Hoezo nieuwsgierig? De
weg waarover we rijden, is de weg tussen Gondar en Bahar Dar, die als vorm van
ontwikkelingshulp door China is aangelegd. Nadat we bij een dorpje zijn
afgeslagen, komen we op de slechtste weg tot nu toe. Het is hartstikke donker,
dus maken we er maar een nachtsafari van. We zien enkele vogels, een grote uil
en een heleboel hazen. Ron ziet ook nog een paar jakhalzen.
Onderweg staat een truck met pech. Twee mannen vragen of ze
een stukje met ons mee mogen rijden omdat ze een onderdeel verloren zijn en dat
vindt Brahna prima. We vinden dit een uitstekend scenario voor een overval, maar
ze blijken toch oprecht te zijn. Het onderdeel wordt teruggevonden en iedereen
is blij. Als we de hoop bijna beginnen op te geven, zien we lichtjes in de
verte. Het duurt toch nog 40 minuten voordat we de poort van het Lal-hotel
binnenrijden. We hebben een record gebroken: ruim 16 uur onderweg geweest. We
zijn zo stijf als een plank, het is inmiddels 21.30 uur. Gelukkig is de keuken
nog open, want we zijn wel toe aan iets eetbaars. Nadat we gedoucht hebben, op
muggenjacht zijn geweest en ons helemaal met Deet hebben ingesmeerd, kruipen we
rond 0.00 uur in bed.
Vrijdag 27 september
Om 5.45 uur ben ik wakker. Helaas is de enige mogelijkheid om
nog iets van het Meskalfeest mee te maken (herdenking dat de heilige Helena het
kruis van Christus terugvond in Jeruzalem) om 7.00uur ’s morgens. Ron, die
zich al een hele tijd heeft verheugd het Maskalfeest in Lalibela mee te maken,
blijft, nu het puntje bij paaltje komt, toch liever in zijn bed liggen. Onderweg
naar boven maken we al een aantal vrienden. Op het plein bij de ticketoffice is
het een drukte van belang. Iedereen ziet er op zijn of haar paasbest uit: het is
tenslotte een feestdag. De meeste vrouwen gaan gekleed in witte jurken (vaak
nieuw, dus nog echt wit), versierd met borduursels. Veel feestgangers hebben een
askruisje op hun voorhoofd. Er zijn wel wat toeristen, o.a. een groep
Israëliërs, maar niet overdreven veel. Door een grote megafoon klinkt het
ochtendgebed. Al snel komen de mensen naar het plein waar de ceremonie
plaatsvindt. Vanaf een hoger gelegen punt kunnen we het allemaal prima volgen.
Rondom een stapel hout worden er gezongen en gebeden. Alleen
het woord "Lalibela" klinkt ons bekend in de oren. Er loopt een
processie van enkele priesters met gekleurde paraplu’s en processiekruizen
enkele malen rond het hout en verdwijnt weer van het toneel. Vervolgens steekt
iedereen met een bosje hout, deze aan en gooit hem op de houtstapel waardoor er
een flink kampvuur ontstaat. Met de as die overblijft, worden door liefhebbers
askruisjes op hun voorhoofd getekend. Einde feest. iedereen gaat nu naar huis
voor een koffieceremonie of quality time met de familie; gewerkt en naar school
gaan hoeft vandaag niet.
We ontbijten op het terras van een lokaal restaurantje,
vergezeld van een heerlijk sapje. Onze reisbegeleider, die een donkerbruine
paardenharen vliegenverjager op zijn hoofd heeft gezet, trekt veel bekijks. Om
9.00 uur hebben we met de uitslapers afgesproken bij het ticket office. Gelukkig
heeft Ron de reservebatterij van mijn fototoestel bij zich. Tijdens de
Meskalprocessie stond ie op het punt het te begeven, niet echt een gunstig
moment. Een van de hongetjes, die met ons is meegelopen, met een flink gescheurd
Hardrock Café T-shirt, krijgt van een bewaker een flinke klap met de zweep. We
hebbej het met hem te doen.
Onze gids van vandaae is Ashnef, een vomrmalig priester, die
doordat hij is gescheiden, geen priester meer mag zijn. In Lalibela zijn 11
rotskerken te bezichtigen, die onderling verbonden zijn door middel van een
gangenstelsel. De bouw heeft als volgt plaatsgevonden: eerst werd een schacht in
de rots gehakt, waarna de kerken van boven naar beneden werden uitgehouwen. De
kerken worden ook wel het 8e wereldwonder genoemd (1 van de velen).
en vallen onder Unesco World Heritage. De meeste kerken staan in de steigers en
zijn voorzien van een golfplaten dak. Niet echt decoratief. De bedoeling is om
eerst de golfplaten daken te vervangen door glazen platen, zodat het zicht van
bovenaf mooier is.
Vanmorgen bezoeken we het eerste cluster kerken, bestaande uit
de Bete Maskal, Bete Debre Sina, Bete Golgotha, Bete Maryam, Bete Denagel en
bete Medhane Alem. Van hetgeen de gids vertelt, onthouden we niet zo veel. We
hebben dan ook geen christelijke opvoeding gehad. Bij elke kerk moeten we onze
schoenen uitdoen. Niet echt handig. Ron is zo slim geweest om sandalen aan te
doen, dat gaat toch een stuk sneller. We hebben 2 shoeboys bij ons die de
schoenen elke keer keurig netjes op een rijtje zetten en meteen doorhebben welke
schoenen bij wie horen. Een van de jongetjes is doofstom, maar wel erg
behulpzaam en hij loopt de hele dag te stralen. Voor hem duidelijk een topdag.
Vanwege Maskal is het druk in de kerken. Met kerst moet het hier werkelijk een
gekkenhuis zijn: dan komen tienduizenden pelgrims op bedevaart.
Op het binnenplein vindt een ceremonie plaats van priesters.
Er wordt gezongen, voorzichtig gedanst en met ratels en trommels muziek gemaakt.
Af en toe komt er een gekleurde paraplu voorbij. Onze gids legt uit dat er 2
soorten priesters zijn: de ene mogen in de kerken missen verzorgen, de andere
alleen muziek maken en zingen. Getrouwd zijn is geen bezwaar voor het
priesterschap in Lalibela. Op dit moment zijn er zo’n 500 priesters werkzaam
hier, een indrukwekkend aantal. In veel van de kerken, verkleedt de dienstdoende
priester zich in een kleurrijke cape, laat een paar kruizen zien en zich
vervolgens fotograferen tegen vergoeding van een birretje aan de kerk (of
verdwijnt het in de zak van de priester?). De meesten zetten hun zonnebril op,
omdat het flitslicht hun ziel zou aantasten. We krijgen ook het gouden kruis te
zien, wat heel bijzonder schijnt te zijn. Enkele jaren geleden is het gestolen
geweest en later door de Belgische douane aangetroffen in de bagage van een
Belgische kunsthandelaar. Nu wordt het achter slot en grendel bewaard.
De meeste kerken zijn sober ingericht, mooi zijn de plafonds
en de iconen. De sfeer is zeer prettig. We verbazen ons erover dat we op een
kerkelijke feestdag als deze overal toegang hebben en foto’s mogen maken. Als
laatste bezoeken we de Giyorgiskerk, de enige die van bovenaf niet is afgedekt
met een golfplaat. Daarna hebben we lunchpauze. Omdat dit een bedevaartsplaats
is, zijn er ook veel zieke en gehandicapte mensen en we zijn in no time door
onze voorraad vieze birr biljetten (weggevertjes) heen.
We lunchen bij The Blue Nile, een restaurantje met stro op de
vloer, kleine tafeltjes en gekleurde stoelen. Speciaal voor ons wordt een
koffieceremonie geënsceneerd: eerst worden de koffiebonden gebrand op een
vuurtje van houtskool, dan moeten we ruiken, worden de bonen gemalen, het water
in de koffiepot aan de kook gebracht, koffie toegevoegd en, nadat het nog even
doorgeprutteld heeft, ingeschonken. Volgens de kenners een lekker bakkie.
’s Middags bezoeken we het tweede complex: de Bete Emmanuel,
de Bete Marqorewos, de Bete Libanos en de Bete Gabriël-Rufaël. Deze kerken
zijn ook heel mooi, maar minder levendig en het nieuwe begint er een beetje af
te raken. We hebben in ons leven mp 1 dag nog nooit zoveel kerken gezien. Op de
geg terug naar het hotel, wordt er door onze gpoep begeleiders grof ingezet: ze
willen T-shirt, euro’s (dan kunnen ze kampimen mtnten verzamelen worden),
sokken, "roeken, postzegels en geld voor schoolboekel. Valdaag willen ze
allemaal dokter wkrden. Een hongen maakt het helemaal bont en vraagt Ron of hij
niet iedere 3 maanden even USD 100,- wil overmaken. We dachten van niet. Wa
laten ze achter bij de poort van het hotel en gaan op vlooienjacht. Volgens de
boeken verlaat niemand de kerken zonder een tlooiencircus mae pe nemen, en
inderdaad: Ron vin`t er een paar.
Zaterdag 28 september
Nadat we vannacht op vlooienjacht zijn geweest (we komen er
toch nog zo’n 5 tegen in bed), worden we rond 6.00 uur wakker van de wekker.
Ron heeft niet zoveel zin, maar gaat toch mee naar de kerken. Er is nog niemand
bij de receptie dus laten we onze spqllen maar voor de deur staan.
Waarschijnlijk kijken we nmgal chagrijnig, want er komt niemajd op ons af. Er is
al een begrafanis bezig, verder is het nog redelijk ruspig op straat. Vanaf de
mtur kujnen we alles eoed in de gaten houden: aan onze linkerhand wordt het dorp
langzaam wakker, aan onze rechterhand de activiteiten op het kepkplain. Er is al
een mis gaande, maar naar binnen gaan we niet. We hebben geen zin om nog een
keer vlooien op te lopen. Het gezang in de kerk en de in- el uitgaande
kerkgangers pikken we weL mee. Op het pleintje voor de kerk is een aantal
priesters in hun ochtendgebed verzonken. Een mooi begin van de dag.
Rond 7.00 uur lopen we via het bedelaarsstraatje het steile
pad het dorp in om te ontbijten bij het Lalibela Restaurant. Vandaag een
avocado/banaansapje, ook erg lekker. We komen ons doofstomme vriendje van
gisteren weer tegen en zijn broer, die erg veel op hem lijkt. Hij lijkt erg blij
ons weer te zien. Voor het terras zijn twee kinderen aan het wachten tot wij het
terras verlaten, in de hoop iets van ons te krijgen. Als er twee Afrikaanse
toeristen langs lopen, staan ze duidelijk in een dilemma: blijven ze staan of
zetten ze de achtervolging in. Ze kiezen voor het laatste.
Rond 8.00 uur pikt de bus ons op voor de lange rit naar
Kombolcha. Tot Woldia rijden we hetzelfde traject als eergisteren. Het eerste
stuk zit ik voorin. De vele bloeiende gele en oranje aloëplanten tussen de
rotsen zijn erg mooi. De weg is ontzettend slecht, maar toch gaat het sneller nu
we kunnen zien waar we rijden. Nu het licht wat minder mooi is en er meer
bewolking is, lijkt de omgeving ook minder mooi. Toch gaan we er maar even uit
voor een wandeling. Het is lekker fris, zo hoog boven op de berg. Er is veel vee
op straat, de ronde hutjes en groene velden zijn tegen onze verwachting in toch
erg fotogeniek.
Als we weer even gereden hebben, begint het hevig te regenen
en te hagelen. Vanuit het dal trekt een dikke laag mist omhoog. Het zicht wordt
er zo niet beter op. Even voor Woldia, nadat we nog bij een uitzichtpunt zijn
gestopt, picknicken we bij de rivier. Een jongen is bezig zijn vee een bad te
geven. Bovenaan de weg verzamelen zich mensen, die met interesse kijken hoe wij
de broodjes opeten. Net als Brahna kunnen zij zich niet voorstellen dat je
vrijwillig kiest voor een boterham aan de kant van de weg als je het geld hebt
om uit eten te gaan.
In Woldia en de andere plaatsen waar we doorheen rijden, is
het een drukte van belang. Ze sjouwen wat af hier. Het landschap is een stuk
minder spectaculair, minder hoog maar wel mooi groen. Het is ook een stuk warmer
en we stoppen om de benen te strekken en desgewenst te plassen. Het valt niet
mee een geschikte plaslocatie te vinden. Ook al denk je een rustig plekje
gevonden te hebben, je blijft nooit lang alleen. Er wordt in deze streek veel
sorghum gekweekt, die lijkt op maïs. Onderweg gaar er nog iets kapot aan de
bus, wat niemand echt verbaast. We kunnen wel doorrijden, maar dan minder snel.
Het is 18.00 uur als we aankomen, ook niet slecht.
In Kombolcha is niets bijzonders te zien, dus we gaan het
terrein van het hotel niet meer af. Van de menukaart blijkt niets aanwezig. Wij
maken de goede keuze: spaghetti. De kip is vrij duur, taai en blauwig van kleur.
De ober lijdt aan een acute vorm van Alzheimer. We bestellen groentesoep en even
later komt hij melden dat er geen Minestronesoep is? Om de drankjes moeten we
ook telkens een paar keer vragen. Je blijft lachen hier.
Zondag 29 september
Om 4.45 uur wordt er door een megafoon geroepen. Een typisch
geval van een moskee in de buurt. Als we buiten komen, zien we dat het flink
geregend heeft.
De weg waarover we rijden is in aanbouw door de Spanjaarden en
de Grieken. Er wordt inderdaad hard aan gewerkt. We worden van links naar rechts
van de weg omgeleid door diepe kuilen en plassen. Af en toe mogen we zelfs een
stukje over het nieuwe asfalt rijden. Daar zouden we aan kunnen wennen. Als de
weg eenmaal opengaat, hebben ze een ander probleem. De asfaltwegen worden
intensief gebruikt als voet-, fiets- en veepad, dus enige voorlichting lijkt wel
op zijn plaats. Het totaal aantal af te leggen kilometers bedraagt bijna 400,
een hele rit.
Nadat we door een mooi gebied met wetlands zijn gereden, komen
we aan in Senbete, waar een van de grootste markten in Noord-Ethiopië wordt
gehouden. Het speciale aan deze
markt is dat zowel de Oromo, Amhara als Afar vertegenwoordigd zijn: de Oromo met
landbouwproducten, de Amhara met vee en de Afar, die uit de woestijn komen, met
zoutblokken. Veel handelaren zijn moslim en laten zich niet makkelijk
fotograferen. De Afar ook niet, ze hebben de reputatie een van de gewelddadigste
volkeren ter wereld te zijn (en als hobby bij niet gewenste mannen hun edele
delen eraf te hakken met een mes), dus we houden een beetje afstand. Wel een
raar gezicht trouwens, die stoere Afar-mannen in een wikkelrok. De vrouwelijke
Afar, waarvan wij er ook enkele tegenkomen, kenmerken zich door hun blote
borsten.
Dit is de mooiste markt die we tot nu toe gezien hebben. De
vrouwen zien er bijna zonder uitzondering fantastisch uit. Ze hebben voor het
wekelijkse uitje hun mooiste jurken aangetrokken en zijn behangen met sieraden,
die ze maar al te graag aan ons willen verpatsen. We hebben geen interesse. Het
aanbod op de markt is groot: fruit, kruiden, lappen stof, kleding en er is een
grote veemarkt. Alles is systematisch geordend. We lopen wat rond en maken wat
foto’s: van de dieren gaat dat gemakkelijker dan van de mensen. De veemarkt
omvat onder meer een grote groep kamelen. Sinds India vertrouwt Ron ze voor geen
meter meer en als we bijna zijn ingesloten door kamelenkonten en koppen, gaan we
er vlug vandoor.
Dit is het laagste punt van de reis, ongeveer 1000 meter, Het
is vies, vochtig warm. Onderweg naar boven in het dorp, maak ik een praatje met
een vrouw die goed Frans spreekt. Dat verwacht je hier niet. Zij stelt me voor
aan de "chief" van het dorp, een man met een wikkelrok en een groot
geweer (kortom een Afar). Op zijn verzoek maak ik later een foto van hem en onze
reisbegeleider.
Als we weer een stukje op weg zijn, rijden we langs een veld
waar een feestje aan de gang is. Wij zijn nieuwsgierig dus gaan poolshoogte
nemen. Het blijkt om een inzamelingactie te gaan voor een nieuwe kerk of voor de
renovatie van een oude kerk te zijn. En waarom zou je een inzamelingsactie niet
combineren met een hapje, een drankje en een dansje. De priesters hebben de ons
inmiddels bekende gekleurde paraplus bij zich en zijn kleurrijk gekleed. Voor
hen ligt al een grote stapel geld, dus het zal wel goed komen met de kerk. We
staan in het middelpunt van de belangstelling. Terwijl wij foto’s maken,
worden we gefilmd door een Ethiopiër. We krijgen een stuk zuurdesembrood en ze
willen ons een drankje aanbieden van onbestemde afkomst uit een vieze kan. Het
wordt weer eens tijd om op te stappen. We hebben vakantie, dus moeten door. Aan
de rand van het veld staan hele foute mannen met witte petten en sjerpen met de
tekst "I love Ethiopia". Ze willen graag door ons vereeuwigd worden.
Vooruit maar weer.
Als we door een diepe kuil rijden, horen we een onheilspellend
geluid. Brahna kijkt bezorgd achterom. De vering blijkt kapot te zijn. We halen
het tot het volgende dorp waar we op een terrasje wat drinken, terwijl Brahna de
bus, onder toeziend oog van enkele dorpsbewoners provisorisch repareert. Aan het
terras verzamelen zich een aantal bedelaars en verkopers van hele foute naar
geit stinkende mutsjes. Ze raken er toch nog 2 kwijt. Na de reparatie moeten we
nog rustiger rijden en we gaan in een sukkelgangetje de berg op. Dit is de
laatste keer dat we door het groene hoogland rijden, ook de laatste dag van
Brahna als chauffeur. Net voor zonsondergang stoppen we om alvast afscheid te
nemen, omdat als we eenmaal in Addis zijn, iedereen waarschijnlijk vlug naar de
kamer wil. We geven hem een kaart met Hollandse tulpen en 250 birr fooi. Dat
heeft hij wel verdiend.
Het wordt langzaam donker. Een mooi gezicht, de silhouetten
van de strohutten in het licht van de ondergaande zon. Helaas kan ik al snel
niet meer lezen. Dan wordt het saai in de bus. Als we langs het vliegveld van
Addis rijden, denken we dat we er bijna zijn. Mooi niet dus. In de verte zien we
lichtjes en bij het oversteken van elke heuvel denken we uitzicht op Addis te
hebben. We moeten echter nog behoorlijk geduld hebben. Gelukkig zijn de
winkeltjes op de heuvel nog open, hebben we tenminste iets om naar te kijken. We
komen rond 20.30 uur aan, 2,5 uur later dan gepland. De vrouw van Brahna is er
ook en sommige van zijn vrienden. We hebben het plan om een keer ergens anders
te gaan eten, inmiddels al laten vallen. Als we lekker zitten te eten, zijn we
de lange rit zo weer vergeten. Spullen uitzoeken doen we morgen wel.
Maandag 30 september
Deze keer om 4.00 uur wakker. Ron moet dan naar de wc. Geen
moskee deze keer, maar blaffende honden en kraaiende hanen. We hebben de tijd
vanmorgen, we hoeven pas om 9.30 uur weg. We staan om 6.00 uur op, nemen een
heerlijke douche en zoeken de spullen uit die we niet mee gaan nemen naar het
zuiden. Dat scheelt weer in het gesleep. Na het ontbijt gaat Ron dollars
wisselen en kopen we wat lekkere dingen voor de komende weken. Ook kopen we voor
de zekerheid nog 2 fotorolletjes, die hier maar 20 birr per stuk kosten.
Voor de tocht in het zuiden hebben we 2 jeeps, 1 voor 4
personen, 1 voor 5 (exclusief chauffeur). We hebben een roulatiesysteem opgezet
waarbij we afwisselend in de 4- en in de 5-persoonsjeep zitten en afwisselend
voor- en achterin. Alleen de plaatsen voorin de 4-persoons jeep (waar je met z'n
tweeën op 1,5 stoel moet zitten) zijn niet echt comfortabel, verder is er
ruimte genoeg. Naast de kampeeruitrusting en het eten, is er voldoende ruimte om
al onze bagage achterin te zetten. De chauffeurs heten Elias en Mulugeta.
Rond 9.30 uur verlaten we Addis via de wijk waarin veel
ambassades gevestigd zijn. Het is behoorlijk druk op de weg. Als we Addis
uitgaan, zien we het landschap al snel veranderen. Dit is het landschap, zoals
we dit kennen van Afrika: droge vlaktes met acaciabomen. Voor het eerst tijdens
de vakantie kunnen we echt vaart maken, 100 à 120 kilometer per uur. We rijden
door een van de meest welvarende delen van Ethiopië. Het is het gebied van de
Oromo. De Oromo-grafstenen die tussen de bomen staan, zijn wel bijzonder. Ze
zijn voorzien van een tekening die het beroep of iets belangrijks uit het leven
van de overledene uitbeeldt. We denken dat veel van hen ruiter zijn geweest. Aan
de rand van een meer, waar ze vis aan het schoonmaken zijn, stappen we uit. Er
zitten hier heel veel maraboes, smerige vogels, maar we gaan toch maar even
kijken. De volgende stop is bij het Ziway meer. In de nabijgelegen wetlands zijn
talrijke vogels te zien: maraboes, pelikanen, aalscholvers, koereigers. Een waar
paradijs voor de vogelliefhebbers onder ons.
We eten, hoe kan het ook anders, vis in een lokaal
restaurantje en rijden door naar Shashamene, hometown van de Rastafaris. De
geschiedenis: de rastafari-beweging ontstond in 1920 onder de voormalige
negerslaven in Jamaica. Een van de politieke en geestelijke leiders, Marcus
Garvey, kwam tot conclusie dat Ethiopië het stamland was van het ware Israël
moest zijn en stichtte een orthodoxe kerk met oud testamentische trekken. De
beweging, die geen aansluiting kon vinden bij de reguliere orthodoxe kerken,
beperkte zich aanvankelijk tot Jamaica zelf, waar de "dreads" God
onder de naam Jah vereerden en net als Samson hun haar niet af lieten knippen.
Garvey zag in Ras Tafari de machtige koning die in Afrika zou opstaan. Toen ras
Tafari op 2 november 1930 daadwerkelijk gekroond werd tot keizer Haile Selassie,
wordt ook de rastafari beweging een feit.
In 1966 brengt Haile Selassie een bezoek aan Jamaica en zegt
de rastafari’s gebieden toe waar zij zich vrijelijk kunnen vestigen. Daarop
zijn duizenden Jamaicanen naar Shashamene gekomen. Na de dood van Selassie,
gevolgd door de terreur van Mengistu, zijn velen weer vertrokken. Er leven nu
naar schatting nog enkele honderden rastafaris in Shashamene. Hun hoofdkwartier
bevindt zich achter een gesloten poort. Na een paar keer flink kloppen worden we
binnengelaten. In de tuin hangen 3 wat oudere mannen onder een boom in de
schaduw. Daar zitten ze rustig te wachten tot een nieuwe koning opstaat. Hun
motto: "Alles met mate en in balans". Dat niet iedereen dit motto even
letterlijk neemt, bewijst een jongere rasta, die zo stoned als een garnaal tegen
de deurpost hangt. Deze plek is een uitvalsbasis voor alle rasta’s in de
wereld, ongeacht ras, afkomst e.d. We zijn allemaal broers en zussen van
dezelfde god, wordt ons uitgelegd. Binnen zien we foto’s van bijeenkomsten en
mogen we het gastenboek tekenen. De hennep, die ze eerst ontkennen te gebruiken,
groeit gewoon achter in de tuin. Zelf zeggen ze niet te weten waar die vandaan
komt; het is immers verboden. Relaxt en in peace verlaten we het terrein.
Van hier is het nog maar 25 kilometer rijden naar Awassa. Ook
in dit gebied zijn de ontwikkelingshulporganisaties volop aanwezig: we komen
onder meer Moeder Theresa en SOS Kinderdorp tegen. Geen wonder dat ze blanken
associëren met hulp en alvast preventief hun hand ophouden als er een voorbij
komt. Strak volgens planning komen we rond 16.00 uur aan bij hotel
Gebrekiristos. Het is niet te geloven, weer een moskee voor de deur. Als we wat
gedronken en gewassen hebben, lopen we langs de markt naar de dijk van het
Awassameer. Ron, die denkt rustig vogels te gaan kijken, komt bedrogen uit. De
school is net uit en zo’n 15 schoolkinderen vinden het interessanter om achter
ons aan te lopen dan naar huis te gaan. Hij is hierdoor enigszins geïrriteerd.
We hebben hier een nieuwe bijnaam: "He you, money". De vogels die we
zien zijn meerkoeten, ralletjes, ijsvogels, hamerkoppen, ooievaars, knorraven
(hoe ze echt heten weten we niet maar ze maken echt een heel raar geluid),
koereigers en nog veel meer. Het is een mooi plekje.
Het hotel vanwaar de zonsondergang het mooist zou moeten zijn,
blijkt verder weg dan we dachten. We zoeken een mooi plekje uit aan de oever om
naar de zonsondergang te kijken. Een topper.
Dinsdag 1 oktober
Rond 5.45 uur opgestaan en het verslag van gisteren
afgeschreven. Heerlijke douche hier. Ontbijten is weer een avontuur. Afrekenen
ook. Om 8.00 uur vertrekken we naar de vismarkt. De markt is voor Afrikanen vrij
toegankelijk, maar wij moeten 15 birr betalen. Dat heet commercie. Een paar
jongens gooien visafval in het water, zodat de pelikanen opvliegen en wij mooie
foto’s kunnen maken. Ze willen hiervoor uiteraard wel graag een vergoeding
zien. Niets voor niets in Afrika. Als ik ze een birr probeer te geven, probeert
een oudere jongen die weer af te pakken. Opzouten! Er zijn al veel
vissersbootjes terug en de verkoop is al in volle gang. De meeste vissen zijn
klein en worden onder de boom snel en vakkundig tot filet gemaakt. Omdat er hier
gratis te eten is, wemelt het van de vogels. De bootjes die nieuw binnenkomen
hebben wel grotere vissen bij zich. Bij de auto wacht nog een verrassing: de
apen met de blauwe ballen, die we nog kennen uit Zimbabwe.
De weg is weer van asfalt en van prima kwaliteit. Dit is de
weg die ook naar Kenia leidt. Het gebied waar we doorheen rijden, is
subtropisch: gigantische kerstrozen, Abessijnse gladiolen en ensete, de
nepbanaan. Alle onderdelen van deze plant worden gebruikt: de bladeren als
verpakkingsmateriaal of paraplu, de stam wordt fijngemalen en van dit meel
worden koeken gebakken. Deze streek wordt bewoond door de Sidama, die naast
ensete voornamelijk koffie verbouwen. Dat wordt ook wel duidelijk door de vele
tafels die we passeren, waarop koffie gedroogd wordt. Ook dit is een redelijk
welvarend stukje Ethiopië. Veel kleurrijk beschilderde stenen huizen en de
mensen zien er redelijk gezond uit. We stoppen bij een van de hutten waar koffie
verbouwd wordt. De 3 kinderen van het echtpaar dat er woont, blijven op een
veilige afstand naar ons kijken. We mogen ook binnen in het huis kijken. Het is
wel donker, maar erg schoon. En behoorlijk ruim. In het voorste gedeelte staat
een kalf en wordt gekookt, in het achterste gedeelte wordt geslapen.
In Dila stoppen we voor de lunch. Het is dan 11.00 uur, dus
nogal vroeg. We drinken op het terras een heerlijk fruitsapje met avocado,
ananas en papaja en eten allerlei lekkere cakejes. Dit is pas vakantie! Als we
een stukje de straat inlopen, worden we achtervolgd door de dorpsgek. Verder is
er niet zoveel te zien, een typisch Afrikaans stadje. Na Dila komen we in het
gebied van de Borana, die een donkerdere huidskleur hebben en een meer negroïde
uiterlijk: brede neus en dikkere lippen. De vrouwen gaan gekleed in felgekleurde
doeken, die afkomstig zijn uit Kenia. Het landschap wordt droger, de aarde roder
en er staan metershoge termietenheuvels en veel acaciabomen. In sommige bomen
hangen rolvormige bijenkasten. Nu weten we wat de rollen waren die we op de
markt in Senbete hadden gezien.
Rond 16.30 uur komen we aan in het hotel, dat een paar
kilometer buiten het centrum van Yabello ligt. Het is een mooi nieuw hotel, én
bijkomend voordeel is dat er alleen maar begane grondkamers zijn. Hoeven we een
keer niet met de rugzakken te slepen. Vlakbij het hotel staat een groepje
Borana-vrouwen. Een reisgenoot heeft ze gefilmd toen ze ruziënd de bus
uitkwamen en nu willen ze geld zien. Uiteindelijk moeten ze er toch ook wel weer
om lachen, zeker als ze de video-opnames zien. De rest van de groep stroomt ook
langzaam toe en de kinderen verbazen zich over het vele haar op Ron’s armen en
benen en willen om de beurt door onze camera’s kijken. De brutaalste van het
stel maakt stiekem een foto. Benieuwd wat er op staat.
Woensdag 2 oktober
Vannacht eindelijk diarree gekregen. Ik ben er 4 keer
uitgeweest. Zonde, want het is lekker rustig buiten en het had een prima
slaapnacht kunnen worden. Om 7.15 uur vertrekken we naar Yabello centrum om te
ontbijten. Er is namelijk geen restaurant in het hotel. Er zijn meer mensen met
darmklachten. Het belooft een gezellige dag te worden.
We rijden naar een Boranadorp, omdat we gisteren te laat zijn
aangekomen om nog naar een dorp te wandelen. Een aantal vrouwen heeft zich met
potjes melk op een kruispunt in het dorp geïnstalleerd. Gefotografeerd worden
willen de meesten niet, dan trekken ze vlug de doek over hun hoofd. De kinderen
van het dorp vinden ons een beetje eng. Hand in hand komen ze langzaam
dichterbij, om vervolgens weer keihard weg te rennen als we naar ze kijken. Een
leuk spelletje.
We pikken ook een man op die ons naar de "Singing
wells" zal brengen. Dit zou eigenlijk een excursie van gisteren zijn maar
dan op een andere plaats, die we hebben laten schieten omdat we al genoeg gebust
en gejeepd hebben de afgelopen weken. Van Crazy Johny, horen we dat er vlak bij
de weg ook een is. Daar willen we vanzelfsprekend wel even kijken. Dat we
vlakbij de weg niet al te letterlijk moeten nemen, blijkt als we ruim een half
uur, grotendeels over grote keien, zijn afgedaald. Op het eerste gezicht een
beetje teleurstellend. Het principe van de "Singing wells" is dat er
op verschillende niveaus in de put mensen staan die zingend emmers met water aan
elkaar doorgeven naar boven. Deze worden vervolgens in een reservoir geleegd,
waar de dorpsbewoners vervolgens hun water kunnen halen.
Onze komst veroorzaakt veel tumult. Er wordt met veel lawaai
onderhandeld over de prijs. Aan wat normaal de dagelijkse gang van zaken is
hangt een prijskaartje zodra er toeristen in de buurt zijn. Ook omstanders die
er niets mee te maken hebben , bemoeien zich ermee. Als we het bijna beu zijn,
komen ze toch tot een overeenstemming. De voorstelling kan beginnen en wel voor
40 Birr. Ik voel me niet echt fijn en kan een van de jongetjes ter plaatse wel
aan de hoogste boom opknopen. Met zijn openingszin "Give me a pen,
now" scoort hij niet direct punten.
Over de weg omen grote kuddes vee met hun hoeders
aangewandeld. Het zijn nomaden die deze kant inkomen op zoek naar water. De
kleine geitjes worden door kinderen in de armen gedragen. Ook komen er enkele
kamelen voorbij , bepakt met de hele huisraad van de familie. Bij een gemengd
Konso/Borana dorp stoppen we opnieuw. De hutjes die ze hier hebben zijn erg
decoratief. We rijden door een droog landschap naar Konso. Mooi zijn de rode
bloesembomen onderweg. Qua wild spotten we wat grondeekhoorns, Hornbills en
grote hoenders.
Rond 12.30 uur komen we aan in het hotel. Als we wat zitten te
drinken, komt een jongen een voor een al zijn koopwaar (souvenirs) laten zien.
De spinnenwebben hangen er nog aan. Ron waagt zich opnieuw aan de injerra.
Om 14.30 is er een excursie gepland naar een Konsodorp. We
moeten een staatsgids meenemen. We hobbelen tussen de landbouwgewassen naar
Meckege. Ook hier is gekozen voor terrasbouw om erosie tegen te gaan. Vlak voor
het dorp heeft zich een flinke groep bewoners verzameld om naar het slachten van
een geit te kijken. En wij maar denken dat er nu in het dorpje geen mensen meer
over waren. Het tegendeel blijkt waar.
We worden opgewacht door hordes dorpsbewoners die ons
gedurende de rondwandeling voortdurend achtervolgen. Om aan wat geld te komen ,
halen ze alles uit de kast: sommigen maken muziek, anderen bewerken huiden,
lopen met manden koffie rond, malen sorghum, roken pijp of leggen een baby aan
de borst. De kinderen van het dorp doen ook vrolijk mee. Als je iemand hebt
uitgezocht waar je een foto van wil maken, worden omstanders door onze gids
vakkundig met een stok uit de buurt gehouden. Voor zover we wat kunnen zien door
alle hordes mensen is het een mooi dorp. Er staat een wal omheen als bescherming
tegen wilde dieren (niet echt meer van toepassing) en vijanden. Ook de
compounds, die bewoond worden door één familie, zijn voorzien van een
omheining van sprokkelhout met een kleine opening als deur, zodat een eventuele
indringer moet bukken om binnen te komen en acuut op zijn kanis geslagen kan
worden. De compound bestaat uit een aantal hutten: een woonhut, een veehut, een
voorraadhut en een trouwhut. Gebruikelijk is dat de oudste zoon in de compound
bij de ouders blijft wonen.
Ook bezoeken we de Waga-beelden die worden neergezet ter
nagedachtenis aan overledenen. Er zijn er niet veel meer over omdat ze een
geliefd object zijn voor diefstal. Verder krijgen we niet zoveel mee van het
verhaal van de gids. Elke bocht die we omgaan zien we weer dezelfde mensen
fotogeniek opgesteld, in de hoop dat we nu wel een foto van hen willen maken.
Een aantal kinderen probeert hardnekkig zelfgemaakte voorouderbeeldjes te
verkopen. We vinden ze niet supermooi maar gaan toch overstag. Als we terug in
de jeep zitten en een reisgenote het raam opendoet om een van de meisjes een
haarspeldje te geven, breekt de pleuris uit. Zo'n 15 kinderen proberen met hun
armen de jeep in te komen en ook tegen alle andere ramen staan ze rijendik. Zo'n
gekkenhuis hebben we nog nooit meegemaakt.
De volgende attractie is de New York Canyon. Onderweg staan
enkele kinderen met zelfgemaakte camera's foto's van ons te maken. Ook hier
treffen we weer honderden mensen aan. In Ethiopië ben je nooit alleen. De
Canyon is niet groot maar erg mooi. Allerlei roodtinten met grillige
rotsformaties. Helaas begint het te regenen en we hebben genoeg mensen gezien
voor een dag dus blijven we niet lang. We zijn niet de enige toeristen, er zijn
ook twee jeeps met Fransen. Door de hevige regenval is de weg veranderd in een
glibberige modderstroom en we slippen langzaam terug naar Konso.
Donderdag 3 oktober
Best wel lekker geslapen. Qua diarree is het rustig. We
vertrekken om 8.30 uur en zijn om 5.30 uur al wakker dus dat schiet goed op in
het boek. Ik ga niet ontbijten, dus dat scheelt ook weer tijd. Uiteindelijk
blijken ze met z'n vijven maar liefst één ei te hebben gekregen. Naar mate we
verder zuidwaarts reizen, neemt de luxe duidelijk af. Het landschap lijkt
aanvankelijk op dat van gisteren. Het heeft vannacht nog flink geregend maar nu
is het gelukkig droog. Onderweg houden we een stop bij een dorpje dat een mooi
uitzicht biedt op de vlakte die in het dal ligt. Onze reisbegeleider breekt per
ongeluk een stukje van de namaak Kalashnikov van een van de tieners af, die
hierdoor erg pissig wordt. Hij dreigt 2 stenen door de jeep van Elias te gooien.
Met de betaling van een schadevergoeding van 3 birr mogen we toch verder. We
stoppen rond 11.00 in Weyto, een kruispunt van enkele wegen, om te ontbijten.
Het begint net echt heet te worden. We kunnen lekker onder een rieten afdakje
zitten, waar ook een koffieceremonie gaande is. De Franse groep is er ook weer.
Onze chauffeurs zitten in recordtijd aan de injerra; wij houden het bij
broodjes.
Onderweg hiernaartoe staan kinderen langs de weg met
houtgesneden poppen, tuimelaars en grote klonten wierrook die ook tijdens de
koffieceremonie gebruikt worden. Wierrook komt oorspronkelijk uit o.a. Ethiopië
(Ogadenwoestijn). Ze zien er echter niet aantrekkelijk genoeg uit om geld aan te
besteden. Zo komen we er nooit vanaf. We stoppen in een dorpje met hutten van de
Tsamai-stam. Ze staan ons al weer in vol ornaat op te wachten. Deze stam is ook
erg donker van huidskleur. Ze dragen geitenvellen en heel veel versieringen van
kralen. De vrouwen hebben soms een T-shirt aan, soms een geitenvel met schelpen
versierd en soms een ontbloot bovenlichaam. En ook hier geldt: dokken voor de
foto's.
Een uurtje later komen we bij de markt van Key Afar. Het is
een kleine markt, waar vooral de Banna en de Arie-stam samenkomen. Het aanbod is
vrij beperkt: granen, kruiden, koffie, lappen stof, zeep, snoepjes en fruit. De
Banna-vrouwen zijn herkenbaar aan hun met oker ingesmeerde vlechtenkapsel,
geitenvel dat met de punt naar achteren gedragen wordt en gekleurde versieringen
van kraaltjes. Sommigen hebben een kam in het haar of een kalebas. Een bijzonder
gezicht. De Arie-mannen hebben een kort rokje aan en kettingen, oorbellen,
hoofdbanden en enkelbanden van gekleurde kralen. Ze hebben hun benen ingesmeerd
met witte klei. Bij een van de eerste jongens die we hier zien komt nog een
kantenrandje van zijn zuurstokroze onderbroek onder zijn rokje uit.
De markt is een kleurrijk schouwspel. We kunnen redelijk
rustig rondlopen, op een paar jongens na die ons "begeleiden". Ron
trakteert ze later op een colaatje, wat bijzonder in de smaak valt. Op de markt
worden neksteuntjes en bewerkte kalebassen verkocht. Een kalebas vinden we wel
leuk. We scoren hem van een jongetje voor 10 birr. Nadat we wat hebben gedronken
en ballonnenpret hebben veroorzaakt, doen we een tweede rondje markt. We kopen
wat bananen (20 voor 1 birr) en snoepjes om uit te delen. Ook de Banna-vrouwen
zetten een deel van de omzet om in snoepjes. Deze keer loopt er een schattig
meisje met ons mee, dat in een kwartier tijd een ballon, een banaan en een
snoepje krijgt. Aan haar brede lach als we haar aankijken, maken we op dat dit
haar verwachtingen heeft overtroffen. De markt loopt op zijn eind en ook voor
ons is het tijd om op te stappen.
Onderweg stoppen we nog bij een boom met oranje bloesem die
hier veel voorkomt. Het landschap wordt hier weer groener en we moeten door een
riviertje heen. Onze reisbegeleider is zo slim geweest om de reistijden wat
ruimer in te schatten, dus in plaats van om 17.00 uur komen we om 16.45 uur aan
in Jinka, het laatste stadje voordat we de "beschaafde wereld"
verlaten.
Om er zeker van te zijn dat we tijdens het kamperen voldoende
WC papier hebben, trekken we het dorp in waar een jongetje al snel de juiste
winkel voor ons gevonden heeft. We komen een Mursi man tegen. Helaas: het
fototoestel hebben we op de kamer laten liggen. Tijdens het eten horen we het
laatste Mursi nieuws: als het vannacht of morgenochtend regent, gaan we niet
naar het Mago Nationaal Park, anders gaan we het proberen. Vandaag was de weg
naar het park erg slecht en zijn de jeeps er niet gekomen. Aldus besloten door
de 8 chauffeurs van de jeeps die morgen op Mursi-jacht willen gaan. We zullen
wel zien!
Vrijdag 4 oktober
Gisteravond om 23.15 uur werd al duidelijk dat we de trip naar
de Mursi op onze buik kunnen schrijven. Het komt met bakken uit de hemel. Ron
gaat nog even checken of het niet de kamer in kan regenen. Dat valt gelukkig
mee, maar de binnenplaats staat wel helemaal blank.
Om 5.00 uur zijn we wakker. Het is nog donker en er is geen
elektriciteit dus blijven we nog maar even liggen. Om 6.00uur hebben we het
helemaal gehad en horen we de reisbegeleider praten met de chauffeurs op het
terras. Elias is vanmorgen om 5.00 uur nog gaan kijken of we er echt niet door
kunnen met de jeeps maar alles staat onder water. Een paar jeeps gaan de gok
toch wagen; we wensen ze veel succes. Omdat de volledige kookploeg nog ligt te
pitten en we rekening hadden gehouden met een picknick ontbijt, halen de
chauffeurs de gastanks uit de jeeps en beginnen roerei met tomaat te bakken.
Wij gaan, om tijd te sparen, alvast het dorp in om het hotel
in Arba Minch te bellen. Plan B is om in plaats van het Mago park 2 dagen in
Arba Minch door te brengen. Het schijnt dat daar een mooi wildpark is waar we
vrijwel zeker zebra's gaan zien. Een prima alternatief. De chauffeurs voelen
zich erg schuldig dat we niet naar de Mursi kunnen, niemand schijnt er echt
problemen mee te hebben. Jammer maar helaas. Als we de poort uitkomen, zien we
meteen 4 Mursi-mannen staan. Die hebben we vast binnen. 2 van hen hebben mooie
inkervingen op hun armen en hun borst, een voor elke vijand die ze gedood
hebben. Omdat verschillende mannen in het dorp denken geld aan ons te kunnen
verdienen, willen ze als tussenpersoon fungeren om een Mursi-vrouw op te sporen.
Zoals we inmiddels gewend zijn, moet er weer flink onderhandeld worden over de
prijs. We kunnen van 200 Birr naar 50 Birr afdingen en gaan op pad. Een scout op
de fiets en een bij ons in de jeep. De zoektocht loopt op niets uit. Omdat
sommigen ze nog een kans willen geven wachten we tot 9.45 uur; zonder resultaat.
Er schijnen wel Mursi-vrouwen onderweg te zijn naar Jinka onder het motto: Als
Mohammed niet naar de berg komt… Toeristen zijn tenslotte een belangrijke bron
van inkomsten. Het is onduidelijk wanneer ze aankomen en we zijn in ieder geval
niet van plan om er op te wachten.
Het eerste deel van de trip naar Turmi hebben we gisteren ook
al gereden. Het vervolg bestaat uit kuilen, bulten of een combinatie ervan. Er
zijn hier wat minder hutten maar her en der komen we nog wel wandelaars tegen
die in de meeste gevallen vriendelijk en verbaasd naar ons zwaaien. De mooiste
begroeting krijgen we van een spiernaakte Hamar-man die enthousiast springend
naast de weg staat. We stoppen onderweg voor een foto van de in dit gebied veel
voorkomende rode en gele aloë en even later ook bij de Abbessijnse roos. Daar
voorzien we twee families van brood en delen enkele ballonnen uit aan de
kinderen. Ze weten niet zo goed wat ze er mee aanmoeten. De liefhebbers kunnen
nu ook een broodje eten.
Even na de lunch trekt het dicht en begint het hard te
regenen. De weg was her en der al glad en dit werd er door de regen niet beter
op. In een riviertje zit en vrachtwagen vast in de modder. Elias trekt hem er
weer uit. We schuilen onder een grote boom tegen de regen en de bliksem, bij
nader inzien niet de meest handige plek om te schuilen. Dit belooft nog wat voor
het kamperen. Net voordat we de camping bereiken, moeten we nog door een
rivierbedding, die door de hevige regenval van zojuist, flink wat water te
verwerken heeft gekregen. Spanning en sensatie! We hebben nu een andere camping
dan voorheen, omdat in april de vorige camping onder water is gelopen en de
Nederlandse toeristen met helikopters geëvacueerd moesten worden. Rond 16.00
uur komen we aan op de camping in Turmi. Het is er vrij rustig en we kunnen onze
tenten opzetten onder twee overkapte betonnen kampeerplaatsen. We lopen wat rond
en maken de eerste foto's hier ban de Hamar-vrouwen. De mensen hier zijn rustig
en vriendelijk. Vooral de kleikapsels van de mannen zijn erg kunstig. De mannen
zijn ook erg ijdel. Als we, net voor we aankomen op de camping, stoppen voor een
foto van de lucht, komt een van de mannen in de spiegel van onze jeep zijn
kapsel fatsoeneren.
Langs de weg komen we een meisje tegen dat helemaal rood is,
lichaam, kleding, haar. Later komen we er achter dat dit betekent dat ze vandaag
getrouwd is. Vervolgens blijven ze 3 maanden in de trouwhut wonen en mogen
alleen onder begeleiding de hut verlaten. Verschillende vrouwen laten ons de
diepe wonden en littekens zien op hun rug. Of dit komt door de koorden waarmee
ze de jerrycans op hun rug binden of een gevolg is van de ceremonie waarbij ze
zweepslagen krijgen om de liefde voor hun man te bewijzen , weten we niet.
Zaterdag 5 oktober
Het was wel weer even wennen in de tent slapen, maar
uiteindelijk toch wel weer fijn. Het was wel behoorlijk warm. Om 5.30 uur ben ik
wakker en moet naar de WC. Daarna onder de koude douche en als Ron eronder staat
gebeurt wat al voorspeld was: een Hamar man komt op een trapje boven de douche
om het water bij te vullen. Het heeft vannacht gelukkig niet geregend. De
zonsopkomst is fantastisch. We hebben weer lekkere eitjes en om 8.00 hebben we
ontbeten en zijn we er klaar voor. De twee kinderen van de campingbeheerder, een
jongetje en een meisje, hebben het erg naar hun zin bij ons en genieten van
wat ze toegestopt krijgen: boterhammen met chocoladepasta, sinaasappel.
We lopen een stukje de weg op en worden door onze gidsen
vakkundig het dorpje links van de weg ingeloodst. Onze gids is hetzelfde
jongetje van gisteren met zijn blinde linkeroog: we noemen hem Koning eenoog. We
denken dat hij zijn ene oog te danken heeft aan zijn nogal wilde gedrag. Hij is
vandaag slechts gekleed in een lap die regelmatig afvalt en weer wordt
omgeslagen. In het dorpje zien we twee pas getrouwde vrouwen, waarvan we er
gisteren al een hadden gezien. Echt gelukkig zien ze er niet uit. De
zweepstriemen op hun rug zijn nog goed zichtbaar. Het zijn open wonden die met
een of ander mengsel zijn ingewreven. De dikke ketting die ze om hun nek hebben
is gemaakt van geitenvel met daaromheen aluminium. De ketting mag pas weer af
als hun oudste zoon getrouwd is. De rode kleurstof die ze in hun haren en hebben
is afkomstig van een steensoort die gebrand en verpulverd wordt. Daarna wordt er
met een plantaardige olie een dikke massa van gemaakt. We zien in het dorpje een
vrouw die het mengsel aan het maken is. Via een alternatieve route door de bush
lopen we terug naar de camping. Onderweg kopen we een neksteuntje voor 15 birr.
De koop is zo gesloten. Er komen 2 mannen aangelopen. Wij vragen:
"Hoeveel?" Zij: "15 birr". Wij: "oké". Zij blij
en wij blij. We komen nog langs een paar dorpjes. Onze Koning Eenoog komt uit
een van deze dorpjes. We beloven vanmiddag terug te komen.
Rond 10.30 uur vertrekken we naar de Dimeka-markt op een
uurtje rijden van de camping. Er zit weer een vrachtwagen vast in de modder van
de rivier bij de camping. We kunnen eromheen, dus toch vertrekken. Onderweg zijn
er niet veel mensen, ze zullen wel op weg zijn naar de markt. Een paar honderd
meter voor de markt lopen we met wat vrouwen mee. Hun koopwaar wordt vervoerd in
grote potten en kalebassen. Ik zie mooie potten en vraag Elias te vragen wat ze
kosten. We geloven onze oren niet: 3 birr. Daar kunnen we geen buil aan vallen.
Krijgen we de pot niet heel in Nederland, geen probleem. We doen een rondje
markt en drinken even wat in een cafeetje, waar Elias en Mulugeta alweer lekker
aan de injerra zitten.
Als we weer buiten komen, is de markt goed opgang gekomen.
Omdat hier ook veel nomaden komen, is foto's maken niet altijd even makkelijk.
De vrouwen zitten dicht bij elkaar met grote bakken rood poeder voor zich
(kleurstof). Ook hier weer veel geitenvellen met schelpen en kralen versierd als
kleding voor de vrouwen. Sommige mannen zien er met hun kleikapsels en veren erg
indrukwekkend uit. Onze jongen onderhandelt vakkundig over de prijs van de
foto's. We kopen lekkere bananen en een mooie neksteun. Van een man waar ik even
mee praat krijgen we 2 cadeaus: eerst een versierde kalebas (blijkt later vol te
zitten met kakkerlakken) en Ron krijgt later nog een neksteun. Ik vertrouw het
niet helemaal, maar Mulugeta zegt dat ik het gewoon moet houden. Dat doen we dan
maar. Als hij erop terug wil komen , horen we dat snel genoeg. Ron is het zat en
gaat het café in om iets te drinken. Hij zit gezellig naast twee meisjes in
spijkerbroek die zich verbazen over het feit dat hij zijn haar op zijn armen en
benen niet afscheert. Ze zijn erg blij met de zeepjes die ze krijgen. Ik loop
nog even de markt op om wat foto's te maken. Rond 13.00 uur rijden we terug en
even later zitten we aan een heerlijk bord rijst met geitenvlees. Het geitje
hebben ze vanmorgen aan de rand van het kampeerveld geslacht. Ron had dit
uiteraard opgemerkt. Net als vanmorgen worden we vanuit de bosjes geobserveerd
door verschillende Hamar.
Omdat het hard begint te waaien en het erg grijs wordt
verzamelen we de was onder het afdak, voordat we met een van onze kokjongens
naar een Hamardorpje gaan. Mulugeta gaat ook mee. De man des huizes, die naar
schatting 50 jaar of ouder is, heeft twee vrouwen. 1 Van hen heeft een
pasgeboren baby. We klimmen door het kabouterdeurtje naar binnen, zitten op een
geitenvel en krijgen thee die getrokken wordt van de schillen van koffiebonen te
drinken. Zelfs ik kan niet staan in de hut. Er zit nog een verdieping bovenop,
waar de kinderen slapen. Niet erg comfortabel. Ik krijg alweer een cadeautje:
een armband met schelpen en geitenhoefjes. Volgens Mulugeta hoeven we niets te
betalen, maar als we vervolgens ook geen foto's maken vanwege het slechte licht,
wordt dit niet echt gewaardeerd. Een van de meisjes, die we nu al voor de derde
keer tegenkomen, blijft aan onze arm trekken en om een foto vragen. We besluiten
daarom de rest van de compound maar te laten voor wat ie is. Op de terugweg gaan
we nog even kijken bij een cactus met bijna zwarte bloemen die hier vrij veel
voorkomt. Van dichtbij hadden we ze nog niet gezien.
Op de camping arriveert een Greenland
chauffeur, die op verzoek van zijn toeristen toch geprobeerd heeft de Mursi te
bereiken. Hij heeft het niet gehaald. (8 km in 2,5 uur en nog bijna 70 km te
gaan, jeep flink beschadigd door slippartijen). Wel twee dagen van hun programma
naar de knoppen. Nu weten we zeker dat we de juiste beslissing hebben genomen.
Ook van de Franse toeristen die we hier vandaag tegen zouden moeten komen geen
spoor.
Zondag 6 oktober
Verschrikkelijk slecht geslapen vannacht. De hele nacht
ontzettende buikkrampen gehad en een paar keer door de regen naar de WC
gehobbeld. Om 5.30 uur zijn we het beu. Ik voel me ontzettend slap dus Ron doet
het meeste van het inpakwerk. Ik moet toch aan de ORS geloven maar aangelengd
met wat sinaasappelsap is het redelijk te pruimen. De meest brutale van het stel
Hamar-vrouwen en mannen houden zich opvallend op in de buurt van onze tenten in
de hoop wat wegwerpkleding cadeau te krijgen. De rest van de dorpjes is ook
uitgelopen. Ze staan ons te bekijken vanaf de rand van de campsite. De
reisbegeleider trekt bekijks met de Greenlandsgids en maakt een foto van
Mulugeta met het meisje, dat in de gids staat afgebeeld. Ze zijn uiterst
verbaasd over de vreemde gezichten en reageren verontwaardigd op de foto van
Karo mannen op de voorkant van de gids. De Hamar en de Karo zijn regelmatig
verwikkeld in een stammenstrijd als gevolg van wederzijdse veediefstal. Hierbij
vallen vaak doden.
Het inladen van de jeeps gaat erg traag, met name het inzicht
in het efficiënt opladen van de Matrasjes ontbreekt volledig bij onze hulpjes.
Dan moeten de flesjes nog naar het dorp gebracht worden en zijn we rond 8.30
eindelijk klaar voor vertrek. Koning Eenoog is er ook om afscheid van ons te
nemen. Als we hem hadden aangemoedigd was hij zeker meegegaan. We verlaten Turmi
via de andere kant en rijden langs de overstroomde campsite. Er is helemaal
niets meer van over. Ik probeer wat te slapen en krijg daardoor niet veel mee
van de route die we rijden. Het is droog, veel accaciabomen en ook weer
weggeslagen bruggen, dus rijden we door de rivierbedding. Vandaag brengen we een
bezoek aan de Arbore stam. We staan wat ongeïnteresseerd naar ze te kijken,
waarschijnlijk zijn we een beetje stammenmoe. Uit alle hoeken en gaten komen
mensen toestromen. En natuurlijk willen ze allemaal op de foto. Het zijn wel
mooie mensen maar we er wordt niet uitbundig gefotografeerd. Uiteraard ontbreken
de vrouwen met baby aan de borst ook weer niet.
Net voordat we in Weyto aankomen begint het te regenen. De
chauffeurs zijn toe aan hun injerra en ook voor ons is dit de lunchstop. Bij de
aanblik van de injerra wordt ik al misselijk. Daarna rijden we nog een paar uur
naar Konso. Daar komen we rond 14.30 uur aan. Onderweg staan ze weer met
souvenirs aan de kant.
In Konso drinken we wat in het hotel waar we eerder overnacht
hebben. Ik heb nog steeds ontzettende buikkrampen en zoek het toilet op. Er komt
een lucht vandaan, dat wil je niet weten. Er valt wat geld op de grond. Dat is
voor de eerlijke vinder. Mulugeta vraagt of we onderweg de grondneushoornvogels
hebben gezien. En inderdaad, dat hebben we. Ze zaten met z'n drieën aan de kant
van de weg, maar doen hun naam geen eer aan als we een foto willen maken en
vliegen weg. Van iets voor Konso tot een stuk er na heeft het verschrikkelijk
geregend. De weg is behoorlijk glad, er vormen zich riviertjes en maïsvelden
zijn ondergelopen. We moeten een rivier oversteken die behoorlijk hard stroomt.
Als we gaan kijken hoe de andere jeep er doorheen komt rijden drommen de mensen
om ons heen samen. Terwijl ik een actiefoto maak van de andere jeep die door de
rivier komt rijden zitten de vrouwen aan mijn haren en armen te plukken. Bij Ron
zitten een paar kinderen, als hij aan de overkant van de rivier staat, in zijn
broekzakken te grabbelen. Hij trekt een van de boosdoeners flink aan zijn oren.
In deze streek komen de rolvormige bijenkorven veel voor. Ze
hangen mooi in de zon in de acaciabomen. Het is in middels opgehouden met
regenen. In een dorp waar we doorheen rijden staat iedereen midden op straat te
kletsen. Het is vandaag, net als de meeste andere dagen voor velen, een vrije
dag. Voorbij het dorp kopen we wat mango's voor morgen. Verderop moeten we
voorzichtig een begrafenisstoet uit elkaar drijven om erdoor te kunnen. Er
zitten grote bavianen op de weg en als Elias voor de grap een banaan gooit,
bijna in de auto. Ron wordt als gelukkige aangewezen om foto's te maken door het
open raam van de jeep en heeft het er niet helemaal op. Even later spot Ron in
een klein riviertje een krokodil. Even in z'n achteruit, want wij hebben
natuurlijk weer niets gezien. En inderdaad: op de oever ligt een kroko van een
meter of twee.
Rond 17.30 uur komen we aan in Arba Minch, dat "40
bronnen " betekent. Het terras geeft uitzicht op twee meren: links het
roodgekleurde Abaya meer en rechts het blauwgrijze Chamo meer. Het ene meer is
mistig boven het andere schijnt de zon. Een prima plekje om naar de
zonsondergang te kijken.
Maandag 7 oktober
De hele vakantie nog niet zo lekker geslapen. Het muskietennet
over het bed gehangen en verder niets meer gehoord. Vandaag wordt geen
stammendag maar een dierendag. We gaan een gamedrive maken in Nechisar National
Park. Elias en Mulugeta hebben ons zebra's beloofd, dus we zijn benieuwd.
Onderweg naar het park passeren we de schooljeugd in gele of paarse kleding. Ze
rennen bijna naar school. Wat een enthousiasme.
Bij de ingang van het park moet uiteraard weer onderhandeld
worden. Onderwerp van discussie is deze keer of we, als we tussendoor voor de
lunch het park uitgaan en later terugkomen om te kamperen, 1 of 2 keer 70 Birr
entree moeten betalen. Elias wint de discussie uiteindelijk in ons voordeel. Het
doet er echter niet verstandig aan om de kassajuffrouw nog eens openlijk uit te
lachen. Wie het laatst lacht, lacht het best. Nu moeten we extra betalen om met
de jeeps het park in te mogen. Dat het geld niet aan de weg besteed wordt, wordt
al snel duidelijk: dit is schudden voor gevorderden. In het park komen de
volgende diersoorten voor: krokodillen, hartebeest, gazelle, zebra, nijlpaard,
serval en vele soorten vogels, waaronder de grote kwak.
Het eerste deel van de route is erg begroeid. We zien enkele
bavianen en wat vogels. Bij een uitzichtpunt over het Chamo meer stoppen we. Met
de verrekijker kunnen we een groep kroko's zien liggen. Knorraven en wouwen
voeren vluchten uit boven de afgrond aan het meer. Een prachtig gezicht. In onze
jeep wordt gemopperd dat we toch geen zebra's gaan zien, maar een paar kilometer
verder, op de vlakte, staan ze er ineens. Gewoon tussen de koeien in het veld.
Het is inmiddels een paar jaar geleden dat we dit gezien hebben en we genieten
weer volop. We kunnen er redelijk dichtbij komen. Dit zijn de Burchell zebra's,
met veel zwarte strepen die doorlopen op hun kont. Op de vlakte lopen ook grote
trappen, Swayne's hartebeesten en gazelles. Die blijven wel op een afstand. We
besluiten de volledige route te rijden, die nog ongeveer 2,5 uur duurt. Meer van
hetzelfde, maar wel heel bijzonder. We stoppen nog een keer bij de kroko's die
nu een stuk beter te zien zijn. Een visser op een traditioneel papyrusvlot,
wordt achtervolgd door een krokodil. Spanning en sensatie. De krokodil druipt
uiteindelijk af.
We lunchen in een lokaal visrestaurant. Vis uiteraard. Het is
ook mogelijk kip, rundvlees of geit te bestellen. Achterin de tuin lopen kippen,
een stier en een paar geiten. Een mogelijk verband? Terwijl wij eten, gaan Elias
en Mulugeta een boot regelen voor vanmiddag en een hotel zoeken voor vanavond.
De bedoeling was om te kamperen maar omdat we morgen vroeg moeten vertrekken
gaat het in- en uitpakken te lang duren. Tegen Ashraf zeggen we wel dat het heel
hard regende, aldus Onze reisbegeleider. Mulugeta brengt ons naar het Chamo meer
voor de boottocht.
We worden door vriendelijke jongens 2 aan 2 met een klein
bootje naar een grotere gevaren die inmiddels is voorzien van een
buitenboordmotor. Onze schipper is bepaald niet de vriendelijkheid zelve. Al
snel komen we van vrij dichtbij een hippo tegen. Dat is al leuk. We varen langs
een grote groep pelikanen die mooi in het avondlicht zitten. Later komen ze laag
over het water in een V-formatie aangevlogen. Doordat we zo naar de pelikanen
aan het kijken zijn, zien we niet dat we links een groep krokodillen naderen. De
motor wordt afgezet en we kunnen ze tot ongeveer 10 meter naderen. De
schattingen over het aantal lopen uitreen van 30 tot ongeveer 70, maar dat het
er veel zijn daar zijn we het over eens. Dat ze groot zijn is ook een feit.
Afmetingen van 3 tot 4 meter zijn geen uitzondering. Op het strandje ligt een
groot aantal rustig te zonnen. Sommigen met hun bek open. Als ze het water in
gaan worden ze razendsnel. In het water liggen ook een aantal exemplaren. Hun
ogen komen net boven het water uit. We houden onze armen en camera's goed binnen
boord en kijken af en toe even of de bodem van de boot het houdt. Als er nu iets
gebeurt, loopt het niet goed met ons af. We zijn dan ook wel een beetje
opgelucht als we weer doorvaren.
Langs een andere club pelikanen varen we tussen de palen, door
waarop slangenhalsvogels hun vleugels zitten te drogen, naar een groep
nijlpaarden. Van een afstandje zien we een groep van 5 nijlpaarden. Veel tijd om
te kijken krijgen we niet want de motor wordt al snel weer aangezet. We zien nog
een paar nijlpaarden die onderduiken en met een hoop lawaai weer bovenkomen,
varen onder protest van de schipper nog een keer langs de pelikanen en staan
klokslag 17.00 uur weer aan wal. 1,5 uur nadat we vertrokken waren, terwijl we
2,5 uur hadden afgesproken. Voor die prijs, 500 Birr, een maandsalaris voor
sommigen, hadden we wel iets meer service verwacht. Niettemin zijn we allemaal
erg onder de indruk en hadden het beslist niet willen missen.
We worden teruggebracht naar het Bekele Mola Hotel, waar we op
het terras opnieuw van het uitzicht genieten terwijl de chauffeurs naar de
garage gaan om de voorlamp van de jeep van Mulugeta te laten repareren. Er zijn
nog een paar Nederlanders, een echtpaar dat hier een paar jaar werkt met dochter
en schoonzoon.. We eten in hetzelfde restaurant als vanmiddag. Daarna nemen we
onze intrek in het Mengistu hotel in de benedenstad. We hebben geen eigen WC en
douche op de kamer maar het is veel schoner dan verwacht. Ron verwijdert nog een
teek bij een reisgenoot, die hij bij de zebra's had opgelopen en daarna gaan we
rond 21.30 uur. Het was een mooie dierendag.
Dinsdag 8 oktober
Rond 5.00 uur wakker. En jawel, hij is er weer: de moskee. We
hebben het vannacht goed gehouden, maar nu moeten we toch echt naar de WC.
Gelukkig is het rustig in onze buik. We pakken nog maar een keer in en wachten
buiten totdat we gaan vertrekken. Het heeft vannacht alsnog keihard geregend,
dus wij blij dat we niet in de tent hadden gelegen.
We rijden naar een Dorze-dorp in de bergen. Het is een mooie
route, met tropische gewassen, naar het dorp, dat op ongeveer 2800 meter hoogte
ligt. De jeep moet flink trekken om omhoog te komen. Vrouwen met zware bepakking
klauteren ook de berg op. Wat een leven! De Dorze-stam bestaat slechts uit
enkele duizenden mensen. Zij staan bekend om hun geweven kleden, die in heel
Ethiopië verkocht worden. Hun huizen hebben de vorm van een hoge, slanke
bijenkorf en zijn voorzien van een neusvormige uitstulping bij de ingang die
gebruikt wordt als ontvangstkamer voor de gasten. De huizen zijn gemaakt van
bamboestaken en bedekt met bladeren van de vals banaan (ensete). Aldus de
Dominicus.
Doordat onze resibegeleider foto's heeft meegenomen om uit te
delen, worden we enthousiast ontvangen. Normaal schijnen de Dorze ook nogal
opdringerig te zijn maar deze keer valt het mee. Wel worden we omringd door
verkopers van geweven sjaals, lepels en kommen. Als we door het dorp lopen komt
de zon net mooi door. Vandaag heb ik een vriendin, een meisje van een jaar of
12, dat weinig Engels spreekt. Iedereen wil nu wel op de foto in de hoop de
volgende keer in de prijzen te vallen. Het zijn best fotogenieke mensen, dus
iedereen gelukkig. De huizen zijn bijzonder van vorm en worden omringd door
ensetebomen.
In een van de compounds deel ik mijn zeepjes uit aan een paar
vrouwen. In een mum van tijd staan ook een paar jongens, die er eerst nog niet
waren, er naar te graaien. Wegwezen. Als ze denken dat er maar iets te halen
valt, zijn ze er als de kippen bij. We bezoeken een compound met 4 hutten: een
geiten- en kippenhut, een keukenhut, een weef- annez slaaphut en een woonhut.
Inde kookhut ligt deeg gemaakt van de ensete, die gebruikt wordt om koeken van
te maken. We mogen even proeven. Niet echt lekker. Nu we dichter bij de jeeps
beginnen te komen begint mijn meisje over geld, een T-shirt en wat we verder
maar kwijt willen, zoals we dat inmiddels gewend zijn. Ik geef haar het laatste
zeepje en 2 Birr.
Beneden op het marktplein zijn 2 uitvaarten aan de gang. De
rouwenden hebben een witte doek omgeslagen en zingen en dansen. Om iets te
kunnen zien moeten we uit de jeeps want we zijn inmiddels al weer omringd.
Onderweg naar beneden stoppen we bij een paar weefkraampjes. Sommigen denken bij
andere verkopers nog meer te kunnen afdingen. De spullen die er liggen, zijn erg
kleurrijk en mooi maar wat moet je er mee als je weer thuis bent. Langs de kant
van de weg staan kinderen te dansen. Ik zit vandaag naast Mulugeta. Tenminste
iemand om mee te praten nu de volledige achterbank ligt te pitten. Hij vertelt
dat hij nog bij zijn ouders woont en de zorg heeft voor een tiener, die
familieleden lang geleden bij hem hebben achtergelaten. Nu nog een vrouw. De
route die we rijden is niet bijster interessant. We stoppen in een dorp bij het
Bekele Mola hotel voor de lunch. Kunnen de chauffeurs hun dagelijkse shot
injerra nemen. Op het terras smeren we onze eigen broodjes.
In de middag zitten we op een goede asfaltweg, dus kunnen we
even flink opschieten. Mulugeta heeft inmiddels erge dorst en is niet blij dat
we niet meer stoppen. Ron trakteert hem en Elias later op een drankje. Ook 's
middags is onderweg niet veel bijzonders te zien. Wel leuk zijn de reusachtige
cactussen die worden gebruikt als erfafscheiding. Weer eens wat anders dan
coniferen. Rond 15.30 uur komen we aan in het ressort Langano Beach. In het
weekend zit het grote park vol met rijke Ethiopiërs uit Addis Abeba. Er zijn
winkels, een groot restaurant, een bar, jetski's, ligbedden en waterfietsen. Nu
is het er zo goed als uitgestorven.
Ron heeft zijn plan om nog naar een National Park te gaan en
flamingo's te kijken inmiddels laten varen, en hijst zich in zijn zwembroek voor
een frisse duik. Het water blijkt warmer dan de gemiddelde douche in Ethiopië.
Dit is het enige meer in Ethiopië dat bilharzia-vrij is.
Woensdag 9 oktober
Fantastisch geslapen vannacht. Pas rond 4.30 uur voor het
eerst wakker. Gelukkig weinig muggen vannacht en voor het eerst was het
doodstil: geen moskee, geen honden, ideaal. Rond 6.15 uur worden we voor de
tweede keer wakker. Net te laat voor een mooie zonsopkomst boven het meer.
Lekker gedoucht, spullen ingepakt en op het terras gaan zitten. Ik heb geen zin
om te ontbijten, Ron wel. Als ik zit te schrijven, hoor ik een hoop herrie
achter me. De bavianen die eerst op de rotsen zaten, denderen nu over het dak.
Ook voor de kamer naast ons zit een aapje uitgebreid haar toilet te maken.
Mulugeta komt zeggen dat het erg mooi is aan het meer. Dat blijkt te kloppen.
We vertrekken iets na 8.00 uur naar Awash National Park, een
tussenstop voor de rit naar Harar. Als we Elias vragen om te stoppen als hij
Oromo-graven ziet die de moeite waard zijn, worden we op onze wenken bediend:
hij gaat meteen op de rem bij enkele mooi beschilderde graven in het bos. Omdat
de jeep voor klein onderhoud naar de garage moet, worden we gedropt bij Lake
Ziway, waar we een van de eerste dagen in het zuiden ook al zijn geweest. En ook
nu weer: vrienden in overvloed. Nu we 3,5 week door dit land reizen, zijn we
zelf inmiddels een stuk minder vriendelijk en gaan het gesprek niet meer aan.
Ook de waterlelies die ons verschillende keren worden aangeboden mogen ze
houden. We komen hier om vogels te kijken. En die zijn er vanwege het vroege
tijdstip in overvloed. Ron's camera draait weer overuren.
Omdat ze aan het water vis aan het schoonmaken zijn, wemelt
het van de hamerkoppen, ibissen, pelikanen en maraboe's. We kunnen ze bijna
aanraken, zo dichtbij komen ze. Met een hoop geruzie en gefladder wordt het
visafval vakkundig opgevangen. Ook deze keer van nijlpaarden geen spoor. We
rijden vandaag over een goede weg (fijn om te lezen). Onderweg worden grote
stapels watermeloenen verkocht. Die slaan we een paar in voor straks. In
Nazareth (hebben ze hier ook) stoppen we voor koffie en thee bij het River
café. De "river" is een betonnen geul waar geen water in staat. Wel
hebben ze hier de lekkerste cake die we tot nu toe gegeten hebben in Ethiopië.
Vanaf hier is het nog 2 uur rijden naar Awash. Het landschap
verandert: het wordt erg droog, dor, stoffig en heet. Het gebied waar we nu
doorrijden is duidelijk vulkanisch. Er staan grote zwarte rotsen van vulkanisch
gesteente. Er wonen niet zoveel mensen. We komen wat Afar-mannen tegen (die met
die messen) en heel veel kamelen. De weg is grootschalig onder constructie, dus
dat is weer hobbelen. Als we in de verte een meer zien liggen, denken we dat het
een fata morgana is. Dit blijkt niet het geval. Er loopt een weg over een dijk
door het meer met rechts van het meer een groene vlakte. Je verwacht het hier
niet. We wachten in de hitte op de andere jeep. Om ons heen ontstaan op de
vlakte enkele stofduivels.
De formaliteiten bij de ingang van het Awash National Park
verlopen deze keer vrij soepel. We krijgen zelfs allemaal een foldertje. Leuk
voor in het plakboek. De entree bedraagt 50 Birr. We krijgen ook een guard mee
om ons te beschermen tegen alle wilde dieren. Dat zal best meevallen denken we,
want je mag zonder begeleiding rondwandelen in het park. Dit is het meest
bezochte wildpark in Ethiopië en erg in trek voor korte trips voor mensen uit
Addis. Effe de natuur in. Onderweg naar de campsite steken eerst een kudu, later
een dick dick en kuduvrouwtje met kalf de weg over. Geen slecht begin. Er zijn
verschillende kampeerplaatsen, ieder met een eigen dierennaam. We zetten onze
tenten op op het nijlpaardenveld. We mogen de tent niet te dicht bij de rivier
zetten in verband met de mogelijke aanwezigheid van krokodillen. Voor de
liefhebbers laat de guard zien waar de krokodillen liggen te zonnen. Wij geloven
het wel: mooier dan dat we gezien hebben in het Chamo meer kan niet.
Apen zitten er ook. Ze zitten te wachten tot onze aandacht
verslapt om iets te jatten. De buit: een half broodje en een ananas. We wandelen
naar de waterval, die vlakbij de camping ligt. Onderweg zien we wat bavianen en
een dick dick. Van de 350 vogelsoorten die hier voor zouden moeten komen geen
spoor. Waarschijnlijk is het nog veel te heet. De waterval is niet echt
spectaculair, maar wel de moeite waard. Er stroomt meer water door de rivier dan
je zou verwachten in zo'n droog gebied. Er zijn twee uitzichtspunten: een van
boven en een beneden in de kloof.
We besluiten om meteen door te gaan naar de lodge aan de rand
van de vlakte: twee man voorin, vier achterin, Ron en de reisbegeleider op het
dak. Bij de tweede acaciastruik waar de jeep onderdoor moet rijden, wordt het
plan gewijzigd en gaan we toch maar eerst terug naar de camping. Elias en
Mulugeta hebben inmiddels fris en bier gehaald in Awash, dus de tweede jeep
staat ook tot onze beschikking. Elias blijft achter om voor ons te koken. Op de
vlakte zien we enkele antilopen, een hartebeest en een paar gemsbokken (allemaal
van vrij ver weg). Net op tijd voor de zonsondergang komen we aan bij de lodge.
Op het terrein staan enkele stoffige stacaravans. Erg druk is het er niet. We
drinken wat op het terras van de lodge, vanwaar we een mooi uitzicht hebben op
de kloof.
Op de terugweg naar de campsite nemen we de korte route; de
anderen rijden om. Het is inmiddels donker en Onze reisbegeleider voelt zich
niet helemaal op zijn gemak, zeker niet als er af en toe wegversperringen zijn.
Ook denkt hij van Mulugeta op zijn donder te krijgen. We zien nog wat uilen en
zijn toch wel opgelucht als we op de weg komen naar de camping. De slagboom is
inmiddels dicht en de guard laat weten dat we eigenlijk te laat zijn. We zijn
wel als eerst terug.
Donderdag 10 oktober
Om 5.00 uur begonnen met schrijven. Tenminste dat dacht ik.
Achteraf gezien moet het 4.00 uur zijn geweest. De apen zijn weer wakker en
hebben een strategische positie ingenomen; we houden onze spullen goed in de
gaten. Een van hen krijgt van Ron een halfrotte banaan cadeau. Die heeft zijn
ontbijt al vast binnen. Als ook een paar bavianen de kampeerplaats komen
verkennen, vluchten de andere apen weg. De bavianen smullen van de meloenresten
die de guard ze heeft gegeven.
Geheel volgens planning vertrekken we om 7.00 uur precies. We
ontbijten in Awash, zodat we niet onnodig veel tijd kwijt zijn met opruimen en
afwassen. Langs de weg staan zo'n 50 gemsbokken en ze zijn veel dichterbij dan
gisteravond. Het landschap is aanvankelijk nog steeds erg droog en dor. De
Afar-vrouwen vormen met hun gekleurde doeken en jurken een mooi contrast met de
stoffige savanne. Zolang we in de jeeps zitten vinden ze ons wel interessant,
als we er uit komen toch wel eng. Door de savanne lopen grote kuddes kamelen,
koeien en geiten. Als ze niet op de weg staan tenminste, want we kunnen er velen
maar ternauwernood ontwijken.
De weg is ook hier "under construction", wat inhoudt
dat we regelmatig over een noodweg moeten rijden. Onder toeziend oog van
Chinezen wordt hier gewerkt aan een mooie asfaltweg. Wat zullen de toeristen die
hier over een jaar komen blij verrast zijn. Naarmate we verder de bergen
inrijden, wordt het weer groener. Aan de lucht te zien valt hier nog regelmatig
een buitje. Ook hier weer veel landbouwgewassen. We komen diverse VN-jeeps tegen
van het World Food Program, dat ondersteuning biedt bij de ontwikkeling van
duurzame landbouw. Er is veel goederenvervoer op de weg omdat dit en
verbindingsweg is naar Djibouti. We lunchen in een dorpje op de binnenplaats van
een restaurantje. Zo worden de boterhammen tenminste niet uit onze mond gekeken.
Na de lunch is het nog zo'n 2 uur rijden. Ik wissel met Ron
van plaats voor in de jeep. Het gebied waar we nu doorheen rijden, is overwegend
islamitisch. Langs de kant van de weg worden bosjes qat verkocht voor zo'n 10
Birr per stuk. De mannen liggen veelal voor de deur van hun huis qat te kauwen.
En dit dag in dag uit. Als je bedenkt dat het gemiddelde inkomen zo rond de 200
Birr per maand bedraagt, is gemakkelijk uit te rekenen hoeveel voor vrouw en
kinderen overblijft. Veel boeren gaan over tot het telen van qat, omdat dit
relatief veel opbrengt. Dit wordt door de overheid oogluikend toegestaan.
Regelmatig vertrekken vliegtuigen vol qat naar o.a. Amsterdam en Jemen om andere
liefhebbers in hun dagelijkse qat-behoefte te voorzien. Ook de geiten, die de
restanten opeten, moeten er wel af en toe high van worden.
Net voor Harar rijden we langs een meer met flamingo's en om
15.30 uur komen we aan bij het hotel dat bij de orthodoxe markt ligt, net buiten
de stadsmuur om het oude centrum.. Er komt een vrouw een hand geven en vragen of
ik christelijk of moslim ben. Als ik zeg dat ik geen van beiden ben, wordt ons
gesprek acuut beëindigd. In een stad met bijna 100 moskeeën , is de kans groot
dat er een voor je deur staat, en jawel, we vallen weer in de prijzen. Zin om te
wandelen hebben we niet, dus installeren we ons op het dakterras dat uitzicht
biedt op het drukke straatleven, de markt en de golfplaten daken van huisjes.
Met de donkere wolken er boven en de zon die af en toe doorkomt een mooi
plaatje. Ook kijken we naar de wouwen die rondcirkelen en soms bijna op het
terras vliegen.
Vrijdag 11 oktober
Wonder boven wonder geen moskee gehoord vannacht. Volgens de
gids is er wel geroepen om 4.45 uur dus we zullen wel goed geslapen hebben.
Vanaf het dakterras zien we hoe Harar wakker wordt: heel langzaam. Ron ziet een
groepje jongens voetbal speelt met een rat totdat deze het loodje legt.
Vervolgens komt een wouw hem halen en vliegt ermee naar zijn nest in de boom
vlakbij het hotel.
Om 9.00 uur verzamelen we in de hal van het hotel voor een
tour door de oude stad. Onze gids van vandaag is Abdul, een man in een
spijkerpak en met een wit mutsje. De tour begint op de orthodoxe markt, die veel
groter is dan we vanaf het dakterras konden inschatten. Het hele gebied tussen
het hotel en een redelijk modern winkelcentrum is volgebouwd met kraampjes. Er
is werkelijk van alles te koop: kruiden, koffie, groente, fruit, lappen, granen,
ijzerwaren en plastic. Bij een van de eerste kraampjes kopen we enkele soorten
wierrookbrokken. Hoe we die thuis aan gaan steken weten we nog niet, maar toch
leuk om te hebben. Harar is de 4e heilige stad van de moslims is.
Toegang tot de oude stad is mogelijk via een van de vijf toegangspoorten. Ook op
dit vroege tijdstip liggen mannen al qat te kauwen. De oude stad bestaat uit
smalle oneffen steegjes, trappen en grotendeels wit geschilderde ommuurde
huizen. Een on-Ethiopische aanblik. Er wordt een eigen taal gesproken, het
Harari. Volwassenen spreken meestal ook Amhaars en Arabisch (de taal van de
Koran).
Abdul laat ons een koffiebranderij zien. Omdat het vandaag
vastendag is, is er niet veel activiteit. Ook bezoeken we een bakkerij. Er zijn
twee groepjes vrouwen bezig met het maken van koekjes. Nadat 's morgens het
brood gebakken is, kunnen vrouwen tegen vergoeding voor het gebruik van de oven
koekjes komen bakken voor bruiloften, verlovingsfeesten en partijen. In de oude
binnenstad is het oudste ziekenhuis van Ethiopië gevestigd, geopend in 1902.
Het is vrij rustig in de straten. We kunnen rondlopen zonder veel lastiggevallen
te worden. Wel trekken we veel aandacht en moeten veel handen schudden.
Omdat het vastendag en gebedsdag is, worden de moskeeën extra
veel bezocht en zijn er veel bedelaars actief. De vrouwen hebben zich
strategisch opgesteld bij de vrouweningang, de mannen bij de ingang voor de
mannen. Veel van hen lijden aan lepra, er is hier een groot lepracentrum
gevestigd. Verder lijkt dit een redelijk welvarend stuk Ethiopië te zijn. Door
smokkelwaar uit Somalië en Djibouti is men over het algemeen van alle gemakken
voorzien en veel huizen beschikken over een schotelantenne. Ook wordt er veel
gerookt. Iets wat we elders in Ethiopië nauwelijks zijn tegengekomen.
Door de soms openstaande deuren kunnen we af en toe een blik
werpen op de binnenplaatsen van de huizen. We bezoeken ook enkele typische
Harari-huizen. Die zien er prachtig uit. Grote houten deuren voorzien van
houtsnijwerk en een gastenkamer met verschillende niveaus bedekt met kleden en
kleurrijk versierde wanden. Er hangen veel gekleurde manden en schalen tegen de
muur, deels als versiering, deels omdat het een schande is om iets te moeten
lenen als je gasten hebt. In de wat modernere huizen, zijn we wanden uit
praktisch oogpunt iets minder rijkelijk gedecoreerd. In verband met de Ramadan,
die in november begint, wordt de grote schoonmaak gehouden: de deuren en de
muren worden opnieuw geschilderd en alle schalen worden van de muur gehaald en
schoongemaakt. De meeste families die hier wonen, worden gesponsord vanuit het
buitenland, anders zijn dergelijke huizen onbetaalbaar.
Om 15.00 uur begint de middagwandeling. Deze keer gaan we via
een andere poort de stad in. De stadswal waar we langs wandelen, is deels
gerestaureerd door Egyptenaren, deels door Italianen en deels door de
Ethiopiërs zelf; de verschillende stijlen zijn ook duidelijk zichtbaar. We
bezoeken enkele smederijen, waar sikkels gemaakt worden, 2 mannen met
blaasbalgen, een die de kolen opstookt en een die het daadwerkelijke smeedwerk
verricht.
Ook bezoeken we het rijkste Hararihuis. Er zit een oude vrouw
in een huisje te lurken aan een waterpijp in een huisje op de compound, een
prachtig gezicht. In het Rimbaudmuseum hangen zwart wit foto's die zijn gemaakt
eind 1800 begin 1900 en met name door Frankrijk zijn geschonken. Echt veel
veranderd lijkt er niet te zijn. Rimbaud was een Franse dichter, die hier (= in
Harar, volgens de reisgids is dit huis pas na zijn vertrek uit Ethiopië
gebouwd)destijds een aantal jaren heeft gewoond. In de bibliotheek staan zijn
boeken en de boeken waarin hij vernoemd is. In 2000 is de restauratie van het
huis voltooid, er is 3 jaar aan gewerkt. Het resultaat mag er wezen. Vanuit de
gekleurde zolderramen hebben we uitzicht op de golfplaten daken.
Op de Oromomarkt is het een drukte van belang. Omdat de
vrouwen die hier hun handelswaar verkopen in omliggende dorpen wonen en dus een
eind moeten lopen, komt deze markt pas in de loop van de middag op gang. De
getrouwde vrouwen hebben dikke zilveren kettingen om. Adbul vertelt dat ze vaak
al op 13 of 14-jarige leeftijd trouwen. Op het nabijgelegen plein waar de
slagerijen zijn gevestigd zitten hele rijen wouwen op het dak te wachten totdat
de verkoop wordt gestaakt. Kunnen zij gratis eten. Hoezo roofvogels? Als laatste
bezoeken we het huis, waar Haile Selassie, toen hij nog ras Makonnen heette
vroeger heeft gewoond. Het huis is niet te bezichtigen. Op dit moment wordt het
pand bewoond door een natuurgenezer die beweert bijna alle kwalen te kunnen
genezen, van AIDS tot kanker. We staan er een beetje sceptisch tegenover.
Om 18.50 uur verzamelen we voor de hyenafeeding. Dit gebruik
stamt uit het begin van de 19e eeuw, toen er hongersnood heerste en
de hyena's werden gevoerd om te voorkomen dat ze de lijken van de overledenen
als diner zouden gebruiken. Nu is het een zuiver toeristische attractie (die,
als we het narekenen, nogal lekker oplevert voor de hyenaman, namelijk 25 birr
p.p.). Als we aankomen, lopen er al zo'n 10 hyena's rond. Mulugeta en Elias zijn
ook meegegaan voor de belichting. Er is ook een Scandinavische groep. De
hyenaman kent elke hyena bij naam en ze luisteren ook naar hem. Hij roept ze om
de beurt bij zich om stukken vlees te eten van een stokje dat hij in zijn hand
heeft. Ik vind ze echt eng: korte achterpootjes, staart tussen de poten, grote
tanden en gluiperige ogen. Als we een beetje aan ze gewend zijn, mogen wij ook
voeren.
Zaterdag 12 oktober
Vanmorgen rond 4.45 uur wakker. Nu hoor ik de moskee wel. We
hebben een beetje onrustig geslapen omdat we het reiswekkertje kwijt zijn en
toch vroeg opmoeten. Als we, op zijn verzoek, onze reisbegeleider gaan wakker
maken, blijkt hij ook al op te zijn. We kopen vlug wat broodjes op straat en
iets voor zessen zitten we in de jeeps voor de lange rit naar Addis, zo'n 525
kilometer. We rijden Harar. Mensen zijn er nog weinig op straat, op de
vuilnisbelten scharrelen gieren hun kostje bijeen. We ontbijten in een dorpje
met, hoe kan het ook anders, omelet. Crazy Johnny is er ook. De wc is weer een
hele ervaring: je kunt de geur en de vliegen volgen en dan kom je er vanzelf bij
uit. Ook de deur van de wc is spannend. Als ik hem eindelijk dicht heb, vraag ik
me af of ie wel weer open kan. Omdat ie, net als alle andere deuren in dit land
ontzettend scheef is, lukt dat gelukkig. Een blik op de kamers en we zijn blij
dat we niet in dit soort hotels hebben hoeven te slapen.
De reis verloopt redelijk voorspoedig. Voor ons tenminste wel.
Onderweg zien we op verschillende plaatsen uitgebrande en gekantelde bussen en
vrachtwagens. Bij een ervan liggen 3 dode opgeblazen koeien, een akelig gezicht.
Waarschijnlijk zijn de ongelukken veroorzaakt door de harde wind en de veel te
zware lading. Of je nu vrachtwagen, vrouw of ezel bent, je moet met veel te
zware bepakking op pad. We komen onder weg onder andere enkele fraaie exemplaren
tegen (die nog wel rijden), beladen met zakken katoen en rijden hier met een
grote boog omheen. Op de vlakte waar ook Awash National Park ligt, is het
opnieuw vies heet en stoffig. Behalve wat Afar lopen er alleen wat kamelen en
die zijn wel wat gewend. In de categorie "Wat loopt er voor de auto
vandaag": koeien, geiten, schapen, ezels, paarden en kamelen. Het is dus
weer flink slalommen. Elias zegt nog nooit een beest te hebben aangereden, een
klein wonder.
Onderweg passeren een grote vulkaankrater, die inmiddels weer
aardig begroeid is. Ron was van plan hier te stoppen, maar doet dit maar niet
met een hongerige chauffeur achter het stuur. We stoppen 2 uur later om te
lunchen bij het River Café, waar we eerder ook al waren geweest. Ik wissel
adressen uit met Elais en Mulugeta beloof de foto's die ik van ze heb gemaakt op
te sturen als ze gelukt zijn. Mulugeta zegt blij te zijn vanavond weer bij zijn
moeder te mogen eten, maar ook verdrietig te zijn dat hij ons na vandaag niet
meer zal zijn. Hij had diplomaat kunnen worden.
We hoeven nu nog maar een kleine 100 km te rijden. Nu we
dichter bij Addis komen, wordt het steeds drukker op de weg. In het ontwijken
van vee zijn de chauffeurs heel goed, omgaan met veel verkeer is moeilijker. Ze
voeren enkele inhaalmanoeuvres uit die absoluut geen schoonheidsprijs verdienen.
Onderweg krijg ik de gelegenheid eindelijk een foto te maken van een jongen met
Leonardo di Caprio op zijn buik. Ethiopië… gesponsord door Titanic. Rond
17.30 uur komen we aan bij het Holiday Hotel. De tijd is nu echt gekomen om
afscheid te nemen van Elias en Mulugeta. Het is zonde! Als afscheidscadeautje
krijg ik van Mulugeta zijn Greenlandbrochure, zodat we nog eens aan hem denken.
Zondag 13 oktober
Vanmorgen iets later wakker dan normaal, zo rond 6.30 uur. Het
zal wat dat betreft waarschijnlijk niet moeilijk zijn om weer in het werkritme
te komen. We pakken onze laatste spullen in (het meeste hadden we gisteren al
gedaan) en gaan naar beneden voor het ontbijt. De kaas die ik krijg, is niet
echt smakelijk. Ik verheug me al op de broodjes hagelslag bij thuiskomst en Ron
kan bijna niet meer wachten tot hij met een pak melk en yoghurt herenigd wordt.
Ook de rest van de groep komt beneden ontbijten.
Rond 9.30 uur worden we door een busje van Greenland
opgehaald, dat ons naar het vliegveld brengt. Voor de laatste keer rijden we
door Addis. Iets voor tienen komen we aan. Op de vele aanbiedingen om onze
bagage te dragen, gaan we niet in, dat kunnen we gemakkelijk zelf. We nemen
buiten afscheid van de reisbegeleider (hij mag niet mee het vliegveld in), die
een dagje rust heeft voordat zijn volgende groep (van 18 mensen) aankomt. We
hadden zelf ook graag wat langer willen blijven.
|