Zuid-AfrikaMozambiqueMalawiZambia |
Zaterdag 20 septemberWe mogen vroeg op (kwart over 5), een teken dat de vakantie weer begonnen is. Na de laatste voorbereidingen zijn we klaar voor vertrek. Om kwart voor 6 worden we opgehaald door Guido en Jeanne die het transport naar Schiphol voor hun rekening zullen nemen. Het is lekker rustig op de weg. Bij het inchecken geen BN-ers deze keer. De plaatsen bij het raam en aan het gangpad zijn al vergeven, aldus de baliemedewerkster. Dat is nou jammer. Wegens zeer gebrekkige financiële reserves zijn we al gauw uitgewinkeld. We boarden via gate 18, ergens helemaal in een uithoek. De vlucht is vertraagd met ongeveer 30 minuten. Bij de gate herkennen we de eerste medereizigers aan de Djoser-labels aan hun bagage. We kunnen al vrij snel aan boord, het wachten is nog op de transferpassagiers, die vertraging hebben opgelopen door de mist vanmorgen. Onze plaatsen zijn echt superslecht, op de achterste rij middenin met weinig beenruimte en stoelen die niet naar achteren kunnen. Als we bijna opstijgen en er nog plaatsen leeg blijken te zijn, zien we onze kans schoon en verkassen naar de twee vrije stoelen naast een oud vrouwtje, dat al 51 jaar in Zuid-Afrika woont. Ze is op familiebezoek geweest in Nederland en gaat nu terug naar huis. Nu kan ik ook mijn voetenkussentje gebruikt, dat erg fijn blijkt te zijn. Aangezien de vlucht half cargo is, valt het aantal passagiers wel mee. En hoewel we naar Afrika vliegen, is het aantal zwarte Afrikanen aan boord minimaal. Het videoprogramma voor deze vlucht: Bruce Almighty met mijn "favoriet" Jim Carey en Finding Nemo. Niet super bijzonder. Als we opstijgen, is de mist opgetrokken en het zicht mooi helder. Dat belooft wat. De eerste film is niet onaardig, alleen wel een beetje flauw, de tweede is schattig, een Disney-animatie over een visje dat zijn vader kwijtraakt maar hem uiteindelijk toch weer terugvindt. Eind goed, al goed. De totale vliegtijd bedraagt 9 uur en 40 minuten, de totale afstand een kleine 10.000 km. Een hele zit. Als lunch kiezen we rundvlees, best lekker. Het uitzicht op de Mont Blanc en op de woestijn is super, later wordt het wat bewolkt. Om de tijd te doden, lezen we en puzzelen wat. Er wordt nog een derde film gedraaid met Steve Martin, die niet echt bijzonder is. Leuk detail: de Chinese ondertitels. Slapen lukt natuurlijk weer niet. Tegen de tijd dat we allemaal zwaar hongerig zijn (vooral de oudjes waarmee we omringd zijn, klagen steen en been) worden we nog een keer gevoederd. Niet lang daarna landen we op Johannesburg Airport, het is dan ongeveer 21.00. De derde keer in ons leven dat we in Johannesburg landen, maar de eerste keer dat we het vliegtuig uit mogen. Het is lekker weer, zo’n 22 graden. JohannesburgDe rij voor de douane is gigantisch, later gaan ook de residential-loketten open voor toeristen, dat scheelt weer. We krijgen weer nieuwe stempels, leuk voor in het paspoort. Onze bagage komt snel van de band, on-Afrikaanse efficiency. We wisselen USD 100,- en gaan naar de parkeergarage waar 2 busjes klaar staan om ons naar Pretoria te vervoeren. Prettig geregeld. Bij het binnenrijden van de stad, zo’n 3 kwartier later, valt vooral het supermoderne universiteitsgebouw op. Zo hebben we ze in Nederland niet. We nemen onze intrek in het 24 Hotel, dat er gezellig koloniaal uitziet. Nadat we onze bagage op de kamer hebben gedropt, krijgen we onze welkomstspeech, die gelukkig beperkt blijft tot de vraag wie er morgen naar Soweto wil (er worden 20 vingers opgestoken) en de mededeling dat de rest van de informatie morgen komt. Pluspunten voor reisleider Hendrik, want we hebben het wel een beetje gehad. Terug op de kamer zappen we wat en daarna vallen we in slaap met afgaande autoalarmen als achtergrondmuziek. Zondag 21 septemberAls we wakker worden, gaan er weer (of nog steeds?) autoalarmen af. Het is dan 6 uur. We blijven nog even liggen (nu kan het nog) en gaan rond 8 uur uit bed. Het is prachtig weer. De trap naar de 15e verdieping is afgesloten, geen overall-view over Pretoria dus. Door het openstaande raam zien we de Union Buildings en kunnen we de hoge torenflats en kantoorgebouwen zien. Een moderne stad, zo lijkt het. We melden ons aan voor het ontbijt, waarvoor we in het kader van de werkverschaffing bij de ene medewerker moeten tekenen, terwijl een andere ons kamernummer op de lijst doorstreept. Het is volle bak. De keuze is reuze: van kipnuggets en champignons tot Weetabix. We nemen het ervan. Op het terras in het ochtendzonnetje houdt Hendrik, onze Fries-Drentse reisleider, die er wel erg aparte verleden tijdsvormen op nahoudt (gongen en hongen hadden wij nog niet eerder gehoord) zijn welkomstspeech. We krijgen een korte uitleg over de reis, die hij zelf overigens ook nog nooit heeft gedaan, maar die wel de moeite waard schijnt te zijn. We krijgen een plattegrondje van de stad, maar besluiten lekker op het terras te blijven zitten en te lezen en namen te oefenen. Het is zondag en op enkele scheurende auto’s na erg rustig op straat. Veel mensen zullen wel in de kerk zitten. Er wordt een lijst op gesteld met verzekerings- en paspoortnummers en er zal ook een corveelijst worden opgesteld. Om half 12 worden we opgehaald door gids Abraham voor een tour door Soweto. Eerst gaan we echter toerist spelen in Pretoria, waar het nog steeds opvallend rustig is op straat en ook opvallend schoon. Het enige historisch interessante plekje is Church Square, met onder ander het hoogste gerecht in deze provincie, en een mooi park met middenin een standbeeld van Paul Kruger. Op het gras liggen recreërende Zuid-Afrikanen. Een mooi plaatje tegen een strak blauwe lucht. De volgende stop is het Voortrekker Monument. Dit omvangrijke monument, op een heuvel net buiten de stad, werd in 1938 opgericht om de Boeren te herdenken die zijn omgekomen tijdens hun trektocht. In het bijzonder wordt de Battle of Bloody River herdacht op 16 december 1838, waarbij 470 Boeren 12.000 Zulu’s versloegen. Via een grote trap kom je bij de ingang. Binnen is een museum met aan de wanden uitgehouwen taferelen uit de geschiedenis van Zuid-Afrika, vanuit het perspectief van de Boeren. We hebben geen tijd het museum te bezoeken, we hebben tenslotte vakantie en dus haast. Het laatste half jaar heeft het bijna niet geregend hier en dat is te zien ook. Bij de lokale souvenirshop kopen we een paar kaarten. De verdere kooplust zullen we voorlopig proberen te onderdrukken. Een loempia en een bord friet later karren we richting Soweto. Langs de grote weg zijn veel grote Europese bedrijven gevestigd, waaronder Makro, Ericsson, Bosch en KPMG. Soweto voldoet op het eerste gezicht niet aan het beeld dat we ervan hadden. Met de sloppenwijken van Kaapstad in ons achterhoofd, hadden we grote concentraties krotten verwacht. In de buitenrand staan sommige erg mooie huizen, soms zelfs voorzien van schotelantennes. Het uitzicht is niet optimaal, zeker niet met de hoge gemetselde muren die erom heen staan. Volgens onze gids valt het wel mee, te hoge muren worden zelden gezet omdat dat betekent dat de bewoners van het huis niets met de buren te maken willen hebben. Deze woningen behoren toe aan de middenklasse. Even later hebben we uitzicht op de iets minder mooie huizen. Als superfoute toeristen staan we van bovenaf foto’s te maken. Volgens Abraham vinden de bewoners dat niet erg, een beetje gênant is het wel. De inwoners zijn blij met de aandacht die ze tegenwoordig krijgen van toeristen, vroeger kwam er niemand, wordt ons verteld. Bij een markt stappen we uit om een stukje te lopen. Dit schijnt een van de veiligste buurten te zijn, toch houdt Abraham alles nauwlettend in de gaten. Bij de markt is tevens de taxistandplaats en mede daardoor een drukte van belang. Er is een speciale gaarkeuken voor de chauffeurs, de restanten slachtafval liggen overal. Smakelijk eten! Qua koopwaar is het aanbod beperkt: groente en wat fruit, snoepjes, glazen, kleding en toiletspullen. Op de voetgangersbrug komen we groepjes kerkgangers tegen, ieder met eigen klederdracht, sommigen in het groen-wit, anderen in het zwart-wit. We brengen een kort bezoek aan de lokale kruidendokter, die met de nodige poeders en knollen zit te wachten op klandizie. Als je erin gelooft, werkt het, aldus Abraham. Mensen die de voorkeur geven aan minder alternatieve medische zorg, kunnen terecht in het grootste ziekenhuis van het zuidelijk halfrond, dat hier gevestigd is. Mensen die geen geld hebben om de 13 rand (8 rand is € 1,-) per consult te betalen, kunnen het geld lenen. Zodra het ziekenhuis teveel in de rode cijfers komt, springt de overheid bij. We vervolgen onze tour langs verschillende soorten huizen en komen uit bij het monument voor Hector Peterson, een student die in 1976 is gedood tijdens studentendemonstraties die ontstonden naar aanleiding van regeringsplannen het Afrikaans als voertaal in te voeren in het onderwijs. In het nabijgelegen museum, dat er overigens zeer modern en interessant uitziet, maken we alleen gebruik van het toilet. Van daaruit lopen we naar het vroegere woonhuis van Nelson Mandela. Onderweg is een groepje meisjes met rokjes versierd met kralen dansjes aan het oefenen, vakkundig begeleid door een meisje op de trommel (in dit geval een plastic emmer). Wat een souplesse en enthousiasme. Als het commerciële deel van de show is afgerond, lopen ze een stukje met ons mee om te kletsen. Ze vinden toeristen toch wel erg interessant. Poseren voor de foto is ook geen enkel probleem.Een paar honderd meter verder ligt een van de huizen van bisschop Tutu, een lelijk grijs huis met een groot hek eromheen dat momenteel verbouwd wordt. De laatste stop houden we bij een deelwijk waar ongeveer 11.000 mensen wonen en waar we in 2 groepen worden rondgeleid en binnen in een huis mogen kijken. Hier zien we voor het eerst golfplaten daken, maar het is allemaal wel perfect schoon. In het 1-kamerhuis wonen 5 mensen. Het is een ongemakkelijke situatie: we kijken wat rond en stellen wat vragen terwijl de vrouw des huizes alles gelaten over zich heen laat komen. De fooi na afloop is duidelijk wel welkom. Net buiten het township zetten we Abraham af, hij zal verder liften naar huis. We hebben heel even de tijd om ons op te frissen, voordat we aanschuiven aan het buffet. Best lekker, maar we moeten flink stouwen want de volgende groepen liggen op de loer. Maandag 22 septemberNiet zo goed geslapen vannacht. Weer worden we wakker van een afgaand autoalarm. Om half 6 gaat de wekker. Bij het ontbijt staat al een rij. Ondanks het vroege tijdstip smaken de eieren met bacon buitengewoon. Ron durft het zelfs aan om lever te eten, jasses. We worden voorgesteld aan onze crew voor deze reis, kok Confidence en chauffeur King Marshall. Onze witte truck is van Wildlife, ziet er prima uit, en is voorzien van comfortabele stoelen, ook altijd meegenomen. Via de wijk waar ambassades en consulaten gevestigd zijn, rijden we Pretoria uit. Het landschap is absoluut oninteressant. Geen bedrijvigheid, koud, mistig en weinig gevarieerd. In deze streek zijn veel kolenmijnen. Een mooie gelegenheid om mijn boek uit te lezen, zeker nu de wegen nog relatief goed van kwaliteit zijn. De eerste stop is Belfast (originele naam!), het commerciële hart van de regio. Daarmee is alle positiefs ook meteen gezegd. Het is een troosteloos stadje met wat winkels. Een blik in de etalage van de lokale makelaar leert ons dat grond en huizen hier goedkoop zijn. Een huis met 4 slaapkamers, 2 badkamers, een moderne keuken en een grote tuin voor maar 470.000 rand, een koopje! We kopen wat chips en zijn dan meteen uitgewinkeld. Er is ook een truck van Which Way, leuk om die weer eens te zien. Enkele uren later stoppen we voor de lunch bij Leydenburg, een stadje dat haar naam dankt aan de vele voortrekkers die er aan malaria zijn overleden. En ook nu is er nog steeds weinig te beleven. Toeterend worden we door passerende automobilisten begroet. Na de lunch wordt het landschap mooier, maar wordt het helaas ook weer steeds mistiger. We rijden nu in slakkengang de bergen in, de motor trekt voor geen meter. In Pilgrims Rest krijgen we een half uur "vrij". Dit is een plaatsje waar eind 1800 goudzoekers zich vestigden om hun geluk te beproeven. In de in originele staat gelaten huizen zijn nu souvenirsshops, hotels, restaurants en een klein museum gevestigd. Een soort Valkenburg in het klein. We kijken alvast naar het souveniraanbod maar gaan niet over tot aankopen. Blyde RiverWeer rijden we de mist in. Van de beloofde panorama’s over de Blyde River pikken we niet veel mee. Het eerste wild dat we spotten zijn bavianen en een hartebeest. De kop is eraf. Hoog(s)tepunt zijn de 3 rondavels, grote cilindervormige rotsen die aan de bovenkant plat zijn. We stoppen bij een uitzichtspunt, waar het uitzicht ondanks het niet zo geweldige weer magnifiek is. De ruige rotsen, steile klippen en een superblauw meer, super! We zijn in de buurt gekomen van de camping. Hendrik gaat vragen of we kunnen omboeken naar de lodge vanwege de kou. Alles zit vol, het is vakantie in Zuid-Afrika. In de schemer zetten we de tent op en trekken alles aan wat warm is. Deze tenten zijn ruimer dan die van de vorige keer. Voor het eten schrijf ik een groot deel van mijn verslag. We eten soep, gepofte aardappels, worstjes en sla, best lekker. Daarna gaan we meteen naar bed. We moeten er morgen weer vroeg uit. Dinsdag 23 septemberVreselijk slecht geslapen: het was koud en bij het wakker worden om half 1 had ik kramp in mijn kuit. Niet echt fijn. De matrasjes zijn erg smal en dun, effe wennen. Gelukkig mogen we er om 5.30 uit. Buiten is het al licht, maar nog steeds erg grijs. De temperatuur is wel een stuk aangenamer dan gisteren. Na een snel ontbijt en een bezoek van meerkatten, die ervan doorgaan met het restant van onze chips, zijn we om stipt 7.00 klaar voor vertrek. We rijden eerst naar Bourke’s Lucky Potholes, door de rivier cilindrisch uitgeslepen gaten, vernoemd naar een Engelsman die hier zeer succesvol goud heeft gevonden. Dit is de plek waar de Blyderivier en de Treurrivier bij elkaar komen. Bij de ene rivier dachten twee groepen Boeren elkaar te treffen. Toen dit niet gebeurde, dachten ze dat hun collega’s overleden waren en noemden de rivier de Treurrivier. Later troffen ze ze alsnog bij een andere rivier... Op dit vroege tijdstip zijn we zijn de enige toeristen. Vanaf verschillende uitzichtspunten kijk je uit over de kloof en de potholes. Een mooi begin van de dag. Terwijl we rijden, wordt de bewolking dunner en komt er langzaam een zonnetje tevoorschijn. Nu kunnen we alsnog een glimp opvangen van de beloofde vergezichten. De volgende stop is God’s Window, ook een uitzichtspunt. Door de mist blijft het raam echter gesloten en is er niet veel te zien. Wel mooi zijn de aloëplanten die tegen de rotswanden groeien. De handel is nog niet helemaal opgezet en de verkopers lijken niet erg geïnteresseerd in ons. Ik zie een leuke trommel, maar koop ‘m toch maar niet. We weten niet wat we verder in de reis nog tegen zullen komen. Omdat we tijd overhebben, stelt Hendrik voor een "traditioneel" dorp te bezoeken. De toegangsprijs is 55 rand, een koopje zo wordt ons verteld. Ron vindt het kermisgehalte te hoog en blijft samen met een van de Ellens en Doreen achter bij de hutjes die zijn ingericht als souvenirwinkeltjes en koffiecorner. De rondleidingen door dit dorp zijn zo’n 3 jaar geleden gestart om in het onderhoud van de familie te voorzien. In dit dorp woont het stamhoofd met zijn 3 vrouwen, die gezamenlijk 36 kinderen hebben. Een vruchtbaar geheel. 21 kinderen wonen nog hier, de anderen hebben het ouderlijk nest verlaten. De oudste zoon heeft als taak de familietradities hoog te houden, wat niet eenvoudig is, zeker niet nu ze een uitstervend ras beginnen te worden. De chief is niet thuis, zijn broer neemt de honneurs waar. Bij de rieten omheining moeten we knielen en toestemming vragen het dorp te mogen betreden. Die krijgen we uiteraard. Gezeten op stukken boomstam bekleed met koeienvel krijgen we uitleg over het dorpsleven. We mogen foto’s maken en in de hut van de chief kijken. Het meest gecharmeerd zijn we nog van het nest puppies in de deuropening. Ook hier voelt het een beetje als aapjes kijken, maar volgens Hendrik is het verhaal dat verteld wordt, wel authentiek. We zien dat de modernisering ook in dit dorp heeft toegeslagen, onder een dikke bos riet zit een brandslang verstopt. De medicijnman houdt kantoor net buiten het dorp. Zijn hut ziet er indrukwekkend uit met al die knollen, poeders en schedels. Hij lijkt niet veel te doen te hebben, maar verzekert ons dat hij aan werk geen gebrek heeft. Dat is ook de reden dat hij maar 1 vrouw heeft, anders zou hij te veel afgeleid worden. Hij behandelt niet alleen Afrikanen, maar ook Indiërs en blanken. Als typisch "blanke" symbolen heeft hij dobbelstenen en schelpen, zodat ook zij zich thuis voelen. Voor ieder wat wils. Kruger ParkWe rijden weer een stukje verder en stoppen bij Hazyview, een groot winkelcentrum waar we boodschappen kunnen doen. We zijn bijna door onze randen heen, dus eerst maar even wisselen. Nou ja even, als ik bij de bakker en de Spar geweest ben, is Ron nog steeds niet terug. Bij de Numbi Gate, een van de toegangspoorten tot het Krugerpark lunchen we en kopen een boekje met plaatjes van alle hier voorkomende vogels en zoogdieren. Volgens een van de parkwachters wordt het morgen heel druk: de schoolvakantie is bezig en morgen is een nationale feestdag. Dat hebben wij weer! Een paar wetenswaardigheden over het Krugerpark: het is in 1898 opgericht door de toenmalige president Paul Kruger. De oppervlakte is nu zo’n 2 miljoen hectare en er komen meer dan 500 vogelsoorten, 137 soorten zoogdieren en 100 reptielsoorten voor. Het park strekt zich uit over een lengte van 350 kilometer en heeft een maximale breedte van 60 kilometer. Het valt niet mee om niet in slaap te vallen in de hobbelende truck. Het is ook midden op de dag en niet het meest ideale moment om wild te spotten. We zetten Georges op de uitkijk en met succes: eerst een paar giraffen, dan een paar neushoorns langs de kant van de weg. Ook leuk voor verwende safarigangers als wij. Verder zien we: de gele tok, enkele olifanten, veel impala’s, wrattenzwijntjes en, in totaal, 10 neushoorns, waaronder een groep van 6. Geen slechte dag in een park waarvan we geen hoge verwachtingen hadden. Rond half 6 komen we aan op de camping, die ongezellig groot en druk is. Ik denk dat ik te weinig gedronken heb, want ik heb ontzettende hoofdpijn. Ron moet dan ook alleen de tent opzetten Deze grote camping heeft prima voorzieningen: in een groot warm bad kom ik helemaal bij. Wel jammer dat hier ieder gevoel van kamperen in een wildpark ontbreekt. We maken van de gelegenheid gebruik om wat was in de week te zetten. Met een beetje geluk kunnen we die dan morgen weer droog meenemen. We eten macaroni, best wel lekker. Daarna lopen we naar het waterhole; er is niemand thuis. Reden hiervoor is waarschijnlijk dat het aan de rand van het park ligt en er weinig water in staat. Jammer, maar helaas. Om 21.30 gaan we naar bed. Woensdag 24 septemberRedelijk geslapen in de tent vannacht, de temperatuur was in ieder geval goed. Om half 1 gaan we, op weg naar de wc, bijna op een dikke pad staan. Verder is het verbazingwekkend rustig op de camping. Rond 5 uur staan we op. Vandaag is Hendrik jarig, dus versieren we de truck. 27 wordt ons broekie. We ontbijten niet en vertrekken om 6 uur op onze gamedrive. De bewolking trekt weg en het belooft een mooie dag te worden. Voorlopig is het nog wel koud. Qua drukte valt het wel mee. Na wat we gisteren gehoord hadden, waren we ook op het ergste voorbereid. Net als gisteren zien we veel impala’s, giraffen en neushoorns. Van zebra’s ontbreekt echter ieder spoor. Het terrein is weinig aantrekkelijk: veel acaciastruiken en nog meer stof. Op de een of andere manier slagen de dieren er iedere keer weer in om net achter een van de struiken te gaan staan. Rond half 10 hebben we een koffie- en plasstop bij de het terras waar we ook gisteren al een keer gestopt zijn. Vlakbij zien we enkele neushoorns. Hier op de parkeerplaats is het wel heel druk. Op het terras wandelen volop gele toks. Tot aan de brunch zien we meer van hetzelfde. We eten bij een picknickplaats met zwembad. Het is erg warm, maar we hebben geen zwemspullen meegenomen. Terwijl er voor ons gekookt wordt, kijken we hoe welgestelde blanke en zwarte Zuid-Afrikanen met hun hele huisraad voorbij komen slepen en vervolgens de braai aanstoken, die standaard wordt bijgeleverd bij een picknicktafel. De meerkatten dalen af om te kijken of er iets van hun gading te halen is. Vanaf een veilige afstand houden ze alles in de gaten. Om ons heen wordt volop gebakken en gebraden; van de lucht alleen al worden we hongerig. Naast ons zit een grote familie, de vrouwen en kinderen aan de ene tafel, de mannen aan de andere. Lekker gezellig! We scoren een ijsje en proberen ons zo rustig mogelijk te houden. Na een uitgebreide lunch installeren we ons opnieuw in de schaduw. Nu staan er nijlpaarden aan de overkant op de oever bij de rivier. Die hebben we ook vast gezien. Als we net weer aan het rijden zijn, steekt een giraf net voor onze truck de weg over. Daarna is het een hele tijd rustig en langzaam sukkelen we in slaap. Totdat er vlak langs de weg olifanten staan, iedereen schrikt meteen weer wakker. Ze verdwijnen tussen de acacia’s maar als we een zijpad inrijden komen we ze toch weer tegen. We zien hoe langzaam hele struiken uit de grond worden gerukt, het is duidelijk etenstijd. Een stukje verderop in de rivierbedding staan nog meer olifanten, met kleintjes. Rechts in de rivierbedding staat een drinkende giraf, we weten bijna niet meer waar we kijken moeten. De ramen voor mogen nu ook open, eerder was gezegd dat dit niet mocht omdat Wildlife niet verzekerd is tegen eventuele ongelukken. Er ontstaat een ware stoelendans in de truck. Dit is echt super! Even later komen we nog bij een grote kudde olifanten aan beide kanten van de weg en ook hier weer kalfjes. Er is een indrukwekkend uitziende stier bij, met een gerimpeld vel en gigantische slagtanden. Van olifanten kan ik geen genoeg krijgen. Net voor de camping is er opstopping van jeeps. Er zouden 2 leeuwen moeten zitten. We zien echter niets. Rond half 6 zijn we terug op de camping. Ik schrijf wat en we kletsen wat. Er is een andere Djoser-groep gearriveerd, die de reis in omgekeerde volgorde doet. Ze hebben het fantastisch gehad. In South Luangwa kwamen de olifanten zelfs de camping op. Dat belooft nog wat. We eten soep, kipprut met rijst en fruitsalade. Daarna drinken we thee, gaan we douchen (tijdens het wachten nog een leuk gesprek met een meisje dat hier met haar ouders op vakantie is) en zijn we om kwart voor 10 terug in de tent. Donderdag 25 septemberRond 5 uur worden we wakker van een eentonig gefluit van een vogel boven de tent. Slapen lukt niet meer, dus gaat een kwartiertje later de hoofdlamp aan om een beetje te lezen. We zijn dan ook ruim op tijd klaar voor het ontbijt van half 7. Ik heb vandaag corvee samen met Hennie. Voor het ontbijt is onze hulp niet nodig. Na het ontbijt rijden we al snel het park uit. We zien nog een aantal kudu’s langs de weg, erg mooi in het ochtendlicht. Ook zien we de langverwachte zebra’s, zij het van erg ver. Net buiten het park stoppen we op de brug over de rivier en jawel, de kroko’s zijn thuis: er dobberen er een paar in het water en er liggen er een paar in het riet. Het landschap is wederom niet erg bijzonder: grote vlaktes met bananenplantages en sinaasappels. We houden een laatste Zuid-Afrikaanse shopstop. Even de voorraad chips aanvullen bij de Spar, nu dat nog kan. Ook deze supermarkt heeft een uitgebreid assortiment, alleen de chocoladepasta waar ik naar op zoek ben, ontbreekt. Het wachten is weer op Confidence, die zegt iets vergeten te zijn en vervolgens ruim 20 minuten wegblijft. Bij de grens wordt Hendrik een beetje nerveus, het schijnt hier niet echt veilig te zijn. Zuid-Afrika wordt van Mozambique gescheiden door dikke rollen prikkeldraad, niet erg uitnodigend. We hebben geluk: er willen meer mensen Mozambique uit dan in. Effe onze streepjescode in het paspoort scannen en klaar is Klara. Bij de Mozambicaanse grens nemen de formaliteiten wat meer tijd in beslag. Net voorbij de grenspost is er een politiecontrole; wat er precies gecontroleerd wordt, weten we niet. Een paar kilometer verderop is een ernstig autogeluk gebeurd, waarbij, voor zover we kunnen overzien, in ieder geval 2 doden zijn gevallen. Een weinig aantrekkelijk tafereel. Welkom in Mozambique. Langs de kant van de weg staan hutjes van het type Ethiopië, het ziet er allemaal erg armzalig uit. We stoppen om hout in te slaan om op te koken. Van alle kanten komen mensen toegestroomd om te zien of er iets te halen valt. Georges gaat overstag en geeft een van de jongens een T-shirt. Nu is het nog 1,5 uur rijden naar Maputo, hoofdstad met 1,5 miljoen inwoners. We besluiten om niet meer onderweg te stoppen voor de lunch, mazzel voor de corveeploeg. MaputoMaputo ligt aan de kust en we kunnen van veraf de hoge flatgebouwen al zien. We rijden door de brede lanen met ambassades naar ons hostel. We krijgen 3 slaapzalen toegewezen, 2 met 6 bedden, 1 met 8. Even lijkt het erop dat we een 2-persoonskamer kunnen krijgen, maar dat blijkt ijdele hoop. We lopen allemaal achter Hendrik aan de stad in. Volgens Ron is het niet veilig hier. Aangezien het vandaag een nationale feestdag is, zijn alle winkels en wisselkantoren gesloten en is het opvallend rustig op straat. Alle etalages zijn voorzien van metalen rolluiken. Alleen de straathandel is actief. Bij Mimmo’s, een Italiaans restaurant voor de toeristen en rijke Mozambicanen, lunchen we. Het smaakt prima. Hendrik regelt met de eigenaar dat we toch ieder USD 50,- gewisseld krijgen, goed voor 1.2 miljoen metica’s. Even zijn we miljonair. Na de lunch gaan we in groepjes de stad verkennen. Wij gaan op ontdekkingstocht met Cor en Margreet, Ton en Hennie en Ellen. Er staan een paar Portugese koloniale huizen, maar de beloofde gezellige koloniale sfeer ontgaat ons. Via de straat die naar Lenin vernoemd is, lopen we het centrum in, op zoek naar de "bezienswaardigheden" van de stad: de moskee (die wordt verbouwd), de kathedraal (een lelijk protserig gebouw) en het station, dat door een leerling van Eiffel is ontworpen. Dit laatste is gelegen op een groot plein en is wel de moeite waard. Het verdere straatbeeld wordt ontsierd door verveloze torenflats met balkons die volhangen met was. Ach, we hebben in ieder geval een keer goed de benen kunnen strekken en in een van de straten maken we leuk contact met de bewoners, die allemaal op de foto willen. Terug in de lodge halen we de bagage uit de truck en drinken wat op het naastgelegen terras, waar ze erg leuke honden hebben, totdat ze beginnen over te geven. Dan gaan we weer eten, opnieuw bij Mimmo’s; Confidence en King gaan ook mee. Ik zit even door mijn groepsgevoel heen en ben blij dat niet alle tafels aan elkaar worden geschoven. Wij zitten bij Hendrik en de crew. We delen een heerlijke salade met noten, ananas en gerookte kip en een pizza. Daarna lopen we terug met Hendrik en gaan naar bed. De bewaker die geld had gekregen om extra op te passen, ligt lekker te pitten op het stoeltje voor de deur. Mijn lattenbodem blijkt bijna geen latten te hebben (Ron zakt er bijna doorheen), dus installeer ik me op de grond, hoef ik ook niet bang te zijn dat het stapelbed het vannacht begeeft. Rond half 12 komen ons kamergenoten (Cor, Ton en Margreet) terug, een mooie gelegenheid om de slaapzakken voor lakenzakken te verruilen, want het is vies benauwd. Vrijdag 26 septemberRedelijk goed geslapen, maar toch vroeg wakker. Ron ligt tevreden te snurken, dus is het gedaan met de nachtrust. Ton en Hendrik liggen nog wel lekker te slapen, wij gaan er vast uit. Het is dan iets over zessen. Er is geen stromend water, tot groot ongenoegen van degenen die zich hadden verheugd op een lekkere douche. Beneden op het trapje wachten we tot ook de anderen wakker zijn en ruimen onze spullen op. In de bar ontbijten we. Hendrik is redelijk over de pis, omdat er al 4 dagen vlees in de koeling ligt en hij wil dat het weggegooid wordt. Confidence heeft hierover gelogen en gezegd dat hij het gisteren pas heeft gekocht. Dan eet hij het toch lekker zelf op! Ook is er discussie over het feit of er al dan niet afgewassen moet worden. Dat wordt dus: wel. Ron is van de corveeploeg vandaag. Rond 8 uur rijden we richting Xai Xai, zo’n 235 kilometer verder. In de stad is het veel drukker dan gisteren; de winkels zijn open en er wordt gewerkt. Dan ziet het er meteen heel anders uit. Het is een heel eindje rijden voordat we de stad uit zijn en de flatgebouwen plaats maken voor rood zand, hutjes en veel groen. Vooral dat laatste is opvallend aangezien de regentijd nog moet komen. We stoppen in een stadje om een markt te bezoeken. Een kleurrijk geheel van emaillen schalen en bekers, pannen, doeken, groente en fruit, teenslippers en T-shirts. De mensen zijn vriendelijk ook al kunnen we elkaar maar moeilijk verstaan. Het Portugees lijkt toch minder op Spaans dan ik in eerste instantie had gedacht. Ze lijken het wel leuk te vinden dat er van die witte Hollanders in hun dorp komen. Hendrik koopt wat stukken suikerriet van een wat oudere vrouw die met een groot mes lustig staat in te hakken op de dikke stengels. Een paar hapjes zijn best lekker, de rest geven we aan een man die met een mes de laatste restjes koe van een huid aan het afschrapen is. Rien gooit hoge ogen met zijn truc: de onzichtbare bal in de plastic zak. Een van de jongens komt trots zijn speelgoed laten zien, een auto van draad met kurken wielen. Erg creatief in elkaar geknutseld. De keus in groente is zeer beperkt: tomaten, uien, kool en aardappelen. Her en der staan flessen gevuld met een intrigerende donkere vloeistof, motorolie of lokaal gestookte drank? We mogen van een toilet gebruik maken achter een garage, dat absoluut een foto waard is. Je moet erg oppassen wat je allemaal aanraakt, maar we kunnen er wel weer even tegen. De wegen in deze regio zijn beter dan we hadden verwacht; lezen is nog steeds mogelijk. Een dutje doen gelukkig ook. Als we weer wakker zijn en omkijken, zien we dat bijna iedereen ligt te pitten. Net na 1 uur rijden we Xai Xai binnen, een wat suffig plaatsje, waar niet veel bijzonders over te melden valt. Onze camping is gelukkig niet daar, maar 10 kilometer verderop aan het strand. Xai XaiDe camping stelt niet veel voor. Vanwege het hoge criminaliteitscijfer moeten we de tenten dichtbij elkaar zetten met de opening in de richting van onze keuken. Van een andere reisleider is pas een tent opengesneden en zijn rugzak weggehaald. In tegenstelling tot andere campings waar we in Afrika geweest zijn, is deze niet bewaakt en kan iedereen erop. Al snel worden we omringd door lokalen, die hun diensten aanbieden en kokosnoten, bananen en souvenirs willen verkopen. Degenen die hun was aan een van hen meegeven, zijn niet blij als ze ‘m drijfnat terugkrijgen. Kennelijk was het uitwringen niet bij de prijs inbegrepen. Terwijl ik een koude douche neem, om het plakkerige gevoel een beetje kwijt te raken, wordt de lunch klaargemaakt. De beloofde eieren krijgen we niet omdat Confidence vergeten is een nieuwe gasfles te halen. Een ongekend organisatorisch talent. In de zee kunnen we hier niet zwemmen vanwege de sterke stroming. Een half uur rechts het strand af, schijn je wel te kunnen zwemmen. We geloven het wel. Vanaf een handdoek op het stand bekijken we de vele krabbetjes die vlug in hun holletjes kruipen zodra ze een schaduw zien. Als we terugkomen op de camping, blijkt Caroline een paar kilo grote garnalen op de kop te hebben kunnen tikken, die ze met knoflook en uitjes aan het bakken is en die daarna worden geflambeerd. Een leuk gezicht, de chef-kok aan het werk, zij het niet aan mij besteed (maar gelukkig wel verder aan bijna iedereen). De runderstoofpot van vanavond is wel lekker. Daarna kletsen we nog wat en ga ik rond half 9 de tent in om nog wat te lezen. Ron blijft nog even zitten. Zaterdag 27 septemberVolgens goede gewoonte zijn we vroeg wakker, maar toch net te laat voor een mooie zonsopkomst. De zee lijkt rustiger dan gisteren. De wind zit er goed onder en we vertrekken een kwartier eerder dan gepland. Eerst een stukje terug naar Xai Xai, dan rechtsaf naar Inhambane, 265 kilometer verderop. Vandaag hebben we voor het eerst het idee dat we in het Afrika zijn dat we zo mooi vinden. We passeren mooie kleine dorpen, talrijke cashewnoten, papaja- en mangobomen en kokospalmen. Ook hebben we af en toe fantastisch uitzicht op zeearmen van een onwaarschijnlijke kleur blauw. De kwaliteit van het asfalt is nog steeds prima, waarschijnlijk ook omdat er weinig gemotoriseerd vervoer is. De personenauto’s zijn helemaal met een loep te zoeken. In tegenstelling tot andere Afrikaanse landen, zijn er weinig mensen aan de wandel. Af en toe is er een dorpje met een winkeltje en enkele oud-Portugese huizen, die in vergaande staat van verval verkeren. Ook is er weinig vee te bekennen, op een verdwaalde koe, geit of varken na. InhambaneRond de middag komen we aan in Inhambane, een ingeslapen stadje met een ver te zoeken mediterrane sfeer. Of het nou aan ons ligt, weten we niet, maar telkens als wij ergens zijn, is er niets te beleven. In de voormalige kerk wordt kunst verkocht ten behoeve van het AIDS-fonds. Ook zijn er gratis condooms om mee te nemen. Verder staan er enkele mooie moskeeën en huizen. We hebben lekkere verse broodjes vandaag die we onder een grote boom op een half ingestorte betonnen bank opeten. Na de lunch rijden we met z’n allen naar de markt. Anders raken we de weg kwijt, aldus King. In het park zien we een bruiloft, de bruid in een witte jurk met veel tierelantijnen en veel bruidsmeisjes in het wit. Daar zit het hele dorp dus! Ook op de markt is het zo rustig dat veel verkopers een dutje doen in afwachting van een aantrekkende verkoop. Ron koopt Palmolive honingzeep, omdat hij zijn andere op de camping heeft laten liggen. De rest van de vakantie kunnen we hem aan zijn honingluchtje herkennen. Ook kopen we een heerlijke ananas. Rien scoort wederom met zijn baltruc, jong en oud, allemaal liggen ze in een deuk. Het is zaterdagmiddag, dus alle winkels zijn dicht. Helaas in het niet meer mogelijk een mailtje te versturen, al betwijfelen we of het wel gelukt zou zijn. Onderweg naar de camping proberen we een snijplank te kopen (de andere waren in Maputo blijven liggen), maar er zitten te veel splinters aan. Ook hier veel cashewnotenbomen. Als de duinen in zicht komen, is ook het strand nabij. Onze camping is gelegen aan Tofo Beach, een mooi plekje in de schaduw onder de naaldbomen. De luxe lodges worden bewoond door rijke blanke Zuid-Afrikanen. Ook de eigenaar is blank, heeft een dikke nek en een kromme rug en een weinig sympathieke uitstraling. We zien hoe hij een van zijn medewerkers de huid vol scheldt en voelen plaatsvervangende schaamte. Het strand is hier geweldig, met perfect turkoois gekleurd water en gelegen aan een mooie baai. Hier houden we het wel even vol. Het is prachtig weer, dus liggen we in no-time in de golven. Heerlijke temperatuur heeft het water. We moeten wel oppassen voor de kwallen die hier ronddrijven. We drogen op op het strand en gaan dan vlug de zon weer uit. Met enkele van onze reisgenoten, die ook alweer op de camping zijn, kletsen we gezellig totdat we alweer mogen eten. Vanavond staat er spaghetti carbonara op het menu, erg lekker. Georges, Toon en consorten vertrekken naar de disco, waar volop U2-muziek wordt gedraaid, wij blijven nog even zitten en gaan rond 21.30 naar bed. Zondag 28 septemberWe kunnen eigenlijk uitslapen, maar toch ben ik om kwart voor 6 wakker. Om Ron niet wakker te maken, verhuis ik naar het stoeltje buiten de tent. Ik ben niet de eerste, ook Max loopt al rond. De wentelteefjes vinden gretig aftrek. Die hebben we al lang niet meer gegeten. Om 8 uur vertrekken de duikers: Doreen, Niels, Inez, Ton en Cindy. We zitten al vroeg op het strand. Het is dan nog superrustig. Het is eb en het strand is vele malen breder dan gisteren. Ron neemt een ochtendduik en ik ga een stukje wandelen, kijken wat er om de bocht te zien is. Dat is zeker de moeite waard. Op het strand liggen stenen kraters van verschillende doorsneden, gevuld met visjes en planten. Aan de andere kant liggen poreuze rotsen waar continu vallende waterdruppels een ideale leefomgeving maken voor waterpokken, krabben en hagedissen. Ik besluit Ron te halen en mijn fototoestel. Ron loopt ook terug naar de camping voor zijn fototoestel. Op het strand hebben vissers een marlijn aan land gebracht die vakkundig in mootjes wordt gehakt. Als we een stukje gewandeld hebben, komen we bij een drooggevallen rif, waar de lokale vrouwen bezig zijn mossels en andere eetbare dingen van de stenen af te peuteren, terwijl de mannen vissen. Ik kan helaas niet dichtbij komen want de stenen zijn erg scherp en ik heb geen schoenen meegenomen. Het is een raar gezicht: aan de ene kant hardwerkende Mozambicanen, aan de andere kant zonnende toeristen met witte buiken. Naast de pier liggen ook veel waterplassen met stenen randen, deze zijn echter nog veel mooier en groter. Hier zien we veel vissen, krabben, koralen, anemonen en mooie schelpen, die helaas meestal bewoond blijken te zijn. Een groot zeeaquarium op het strand, helemaal top! Ron heeft de indruk dat hij erg aan het verbranden is (dat blijkt later ook zo te zijn), dus lopen we terug. In de bar drinken we wat en daarna hijs ik me in mijn badpak voor de ocean safari van vanmiddag. De duikers hebben vanwege de sterke stroming erg weinig gezien, jammer voor ze. Cindy is zelfs erg zeeziek geworden. Bij de duikschool worden we voorzien van snorkels en flippers. We gaan met 2 speedboten het water op. Ron is na alle verhalen bang dat hij zeeziek wordt en gaat op het laatste moment toch niet mee. We waden langs de kwallen af naar de boot. De vrouwen mogen alvast de boot in, de mannen duwen ‘m verder het water in. Op volle vaart scheuren we de zee op. We zien een klapperende staart van een bultrug. Belangrijkste doel van vanmiddag is walvishaaien spotten, een groot maar ongevaarlijk beest waar je mee kunt zwemmen. Het duurt niet zo heel lang voordat de eerste gesignaleerd is. Je moet je dan meteen overboord laten vallen. Ik kijk het eerst maar eens even aan. Ook vanaf de boot is ie goed te zien en voorlopig vind ik dat dichtbij genoeg. De eerste reacties komen binnen; de echte geluksvogels hebben zijn kop gezien en zijn erg onder de indruk. Bij de volgende 2 spottings herhaalt het tafereel zich. Een leuk gezicht al die flipperende mensen in het water. Ik ga er een keer uit op een plaats waar ook dolfijnen zitten, maar ben te onhandig met de snorkel om veel te zien. Het blijkt met name voor de vrouwen ook niet gemakkelijk om weer aan boord te komen. Van een elegante landing is zeer zeker geen sprake. De vierde keer dat we er een zien, gaat niemand de boot meer uit. "Onze haai" zit alweer vlakbij de boot. Al met al ontzettend gaaf. We zetten ons weer schrap (voeten in de houders en touw in onze handen) en koersen af op het strand waar we met een flinke klap landen. Ron ligt in de tent te slapen en heeft achteraf natuurlijk spijt dat hij niet is meegegaan. We lunchen met een lekkere aardappelsalade en papaja. Daarna gaan we nog even zwemmen. Het begint weer vloed te worden en het strand is weer een stuk smaller dan vanmorgen. We staan even in de hoge golven, drogen ons daarna z.s.m. af en kleden ons aan, want we zijn allebei behoorlijk verbrand. Terug op de camping kijken we hoe Caroline vakkundig de langoustines die we vanmiddag gekocht hebben voor USD 10- en de kapotte korte broek van Hendrik, doormidden snijdt en het vlees eruit haalt. Wat een rotgeluid is dat trouwens. Ze maakt rijstsalade. Verder eten we de lokale maïspuree (die nergens naar smaakt), groentesaus (die veel te zout is) en kippenpootjes (wel lekker). Daarna nog effe kletsen en voor de verandering maar weer eens op tijd naar bed. Maandag 29 septemberRond 6 uur staan we op. Het is alweer heerlijk buiten. We pakken de tent in en gaan ontbijten. We vertrekken vroeger dan gepland, zo rond 7.45. Bij de uitgang pikken we het vlees en de kaas op die zolang in de vriezer hebben gelegen. Onze mannen hebben dan de andere Djosertruck op weg geholpen, hun startmotor is kapot. En dat terwijl van de 4 mannen in de andere groep 2 met hun handen in hun zij toe staan te kijken. Prima taakverdeling! We rijden dezelfde weg terug naar Inhambane, waar de winkels nu wel open zijn en we inkopen kunnen doen. We kopen wat bananen, een ananas en lekker verse broodjes. De truck zal ons aan de overkant van het water oppikken, wij gaan met de dhow. Onderweg naar de haven stoppen we bij een schooltje, aan de buitenkant mooi versierd met tegeltjes in Portugese stijl. Hendrik vraagt of we even binnen mogen kijken en dat mag. Dat laten we ons geen 2 keer zeggen. Helaas hebben we alle pennen in de truck laten liggen, maar dat mag de pret niet drukken. In de lokalen staan de lessenaars in rijen opgesteld en zitten de kinderen netjes gedisciplineerd te werken. Totdat wij binnenkomen. Ook bij de grotere kinderen slaat de truc met de zak in als een bom. Ze liggen helemaal in een deuk. Als we weer buitenkomen, is het hele plein volgestroomd met kinderen. El deelt kleurpotloodjes uit en wordt bijna belaagd. Er wordt veel gegniffeld en ze willen allemaal op de foto. Ook het handjes geven loopt enigszins uit de hand. We nemen afscheid en lopen naar de haven. De boot die voor ons geregeld was, zit inmiddels vol met Mozambicanen omdat we aan de late kant zijn. De schipper biedt aan om zijn passagiers weer te dumpen (waarschijnlijk valt er aan ons meer te verdienen), maar Hendrik bedankt voor de eer. Er is al snel een vervangende boot en schipper gevonden. De boot ziet er een beetje gammel uit en er moet regelmatig gehoosd worden, maar dat hoort er bij. Om de beurt moeten de kapitein en zijn 2 bemanningsleden roeien want er staat nauwelijks wind. De zweetlucht en de gespierde lijven, bewijzen dat het hard werken is. In plaats van de geplande 20 minuten, doen we er 1 uur en 25 minuten over. De truck is er zelfs eerder dan wij. We hoeven gelukkig niet ver door het water heen om de kant te bereiken. We drinken wat bij een nabijgelegen restaurant en gaan dan een stukje rijden. MoronguloHet landschap is vergelijkbaar met dan van gisteren, veel palmbomen, rood zand en hutjes. We doen ons uiterste best om niet in slaap te vallen, maar slagen daar (weer) niet in. Bij een uitzichtspunt (palmen en zee) stoppen we voor een fotootje. We zijn nu bijna bij de camping, een tropisch oord met, hoe kan het ook anders, veel palmbomen. We staan nu wel op het gras, prettig in verband met de zandverspreiding. Vanuit onze tent hebben we uitzicht op zee. Wat kan het leven mooi zijn! Terwijl de lunch wordt klaargemaakt, gaan wij vast op verkenning. We komen al snel tot de conclusie dat we het hier wel even uit zouden kunnen houden. We eten lekkere hotdogs en duiien dan de zee ij. De vloed begijt op te komen en er zijn best hoge golven. Ook staat er ean sterke stroming waardoor we steeds verder naar hinks getrokken worden. Geen kwallen vandaag, dat is een meevaller. Als we zijn uitgezwommen, wandelen we een stuk langs hat strand. Er is hier van alles ta vinden: stukken spons, schelpen, zeesier in allerlei kleuren, spuijes koraal en pesten vis. De mooiste dingen nemen we mee. Er komt een vissersboot binnen en de dorpelingen rnellen toe om te kijken wat de buit is. In een kuil met zeewater wordt de vis gewassen en schkongemaakt. De mensen hier zijn heel vriendelijk, maar ontzettend arm. Terug op de camping nemen we een heerlijke koude douche en daarna doe ik de was. Helaas ontkom je ook in de vakantie niet aan huishoudelijke klusjes. Het is een heel gebalanceer om bij de kraan te komen die middenin een gemetselde vijver staat. Ve eten rijst met saus an eieren, niet eaht bijzonder. We kunnen gelukkig wel op ean overdekt terras met licht eten, kunnaj we elkaar weer eens zien ’s avonds. De fanatiekelingen gaan een spelletje doen en wij besluiten Niels en Hendrik te volgen naar de bar. Komen we daar ook nog eens deze vakantie. Het is gezellig druk (niet dus). Rond kwart voor 10 zijn we terug en blijkt iedereen al in de tent te liggen, op Inez na. Zijn we eindelijk een keer een van de laatsten die naar bed gaan. Door het dak van de tent zien we een prachtige sterrenhemel en we vallen uiteindelijk in slaap met het geluid van krekels, kikkers en een knbekend smort piepvogel op de achtergrond. Dinsdag 30 septemberNiet zo goed geslapen en al voor vijren zijn we wakker. Ron neemt pretentied een reistabletje voor het zeevissen zometeen. Door de open zijflap van de tent zie ik de mooie pasteltinten in de lucht boven zee. Die ga ik maar eens van dichterbij bekijken. Zelfs op dit vroege tijdstip ben ik niet de eerste op het strand: er zijn al enkele vissers onderweg en ook de nachtwakers van de camping staan nog paraat. Als ik me net in de tent aan het aankleden ben, zie ik dat de zon opkomt. Vlug gaan we onze tent weer uit. Het is de eerste zonsopkomst die we hier zien, maar je moet er ook wel belachelijk vroeg je bed uit. Om 6.00 uur vertrekken Georges, Ron, Cor, Margreet, Toon en Ellen naar de duikschool. Ik wil ze uitzwaaien, maar ze rijden eerst een heel stuk het strand op voordat de boot te water gaat. Terwijl ik schelpen aan het zoeken ben, komen de eerste verkopers al op mij af. Een van de beschilderde doeken vind ik heel mooi, maar ik heb geen geld bij me. Ook weet ik niet wat Ron ervan vindt. We spreken af elkaar later op de dag nog eens te treffen. Ik vind het ook veel te vroeg om al souvenirs te kopen. Ellen heeft Confidence inmiddels aan zijn verstand gepeuterd dat wij geroosterd brood veel lekkerder vinden dan droog brood en voegt de daad bij het woord. We hebben een ""toastmaster". Terwijl King druk aan de slag gaat met het opruimen van de truck, doet onze courrier het rustig aan. Je moet maar een taakverdeling hebben. Op het strand probeer ik mijn reisverslag bij te werken totdat mijn vriend de verkoper van vanmorgen me in het vizier krijgt. Het is gedaan met de rust. Hij vraagt 140 rand, we sluiten de koop voor 100 rand en een broodje. Gelukkig heeft Ron zijn portemonnee in de tent laten liggen. Ook voor de andere verkoper neem ik een broodje en een banaan mee, wat zeer gewaardeerd wordt. Zo, mijn eerste souvenir heb ik binnen. Om 9.30 komt de visploeg terug, de big smiles zeggen meer dan woorden. Het was super en ze hebben van heel dichtbij dolfijnen gezien. De vangst: 12 grote vissen, o.a. kingfish, snapper en barracuda, gezamenlijk gewicht zo’n 75 kilo. De vissen worden aan spijkers gehangen en trots wordt er geposeerd. Het werk is nog niet gedaan, de vis moet nog worden schoongemaakt. Dat hoef ik niet perse te zien. Caroline houd supervisie. De meeste vissen worden weggegeven aan campingpersoneel. 3 kilometer rechts het strand op zou er een snorkelrif moeten lIggen. We willen er graag heen, maar doen het toch maar niet omdat het al laat is en het om 12 uur vloed wordt. Als Rn zietGdat Priegel, Georges en Hendrik toch gaan, zetten wa De aihtervolging in. Het is akelig heet in de zon, we hebben weinig water bij ons en als we ze na puim een half uur lopen nog steeds een heel eind voor ons zien, gaan we toch maar terug. Ron vindt de mooiste sahelp en een van de grootste tot nu toe. Helaas, hij blijkt bewoond door een slak. We graven ‘m weer terug ij het zand. We nemen een frisse duik en gaan dan terug naar de camping waar Caroline tonijntartaar voor ons aan het maken iq. Ook de duikers (Doreen, Cindy,Ton, Inez en Niels) hebben een fantastische ochtend gehad. Ze hebben uiteindelijk toch nog manta-roggen gezien. Na de lunch gaan we in de schaduw liggen met een boek. Al snel vallen we in slaap. Rknd 15.30 worden we wakker. We lopen eel stuk het strand op om schelpen te zoeken en foto’s te maken maar komen niets bijzonders tegen. Bij de httjes waar we gisteren ook geweest zijn, wordt een klaine vismarkt gehouden. Wat een aparte vissen koman hier voor. Na een laatste duik douchen we en ruimen de tent op, waar het een ontzettende troep is. Hoe we het iedere keer weer voor elkaar krijgen, is me een raadsel. Ron snijdt de ananas aan die we op de markt gekocht habben en hij is heerlijk. We aten onverwacht vroeg vanavond. Caroline heeft vissoep gemaakt en vismoten, niet echt aan mij besteed. Er is verder alleen aardappelpuree. De heren zijn niet de markt geweest omdat ze de truck door het mulle zand niet de helling op konden rijden, dus geen groente vanavond. Dan de tussentijdse evaluatie. Over Hendrik en King is iedereen tevreden, Confidence komt er een stuk minder goed van af. Rond 9 uur zijn we uitgeëvalueerd en gaan naar bed. Woensdag 1 oktoberRond half 6 ben ik klaarwakker. Tot mijn verbazing ben ik niet de eerste. Overal worden al ritsen open gedaan. We zien nog een staartje van de zonsopkomst. Ellen heeft de keuken bezet en is kaassandwiches aan het roosteren. Een prima initiatief. We vertrekken alweer te vroeg, wat een gedisciplineerde groep zijn we toch. Het is spijtig om deze mooie plek te moeten verlaten, maar ja, we moeten verder. We moeten weer naar boven lopen, naar de receptie. De mannen moeten in de bocht wachten of ze de truck moeten duwen. Dat blijkt niet nodig. We zitten achterin vandaag en stuiteren behoorlijk. Ook vandaag wordt weer een blik palmbomen en hutjes opengetrokken. En ook nu weer sukkelen we langzaam in slaap. Af en toe hebben we uitzicht op de zee en de eerste baobabbomen verschijnen in het landschap. Eerst kleine, later enorm grote. Bij de plasstop moeten we op de gebaande paden blijven in verband met achtergebleven landmijnen uit de oorlog. Op verschillende plaatsen worden deze aangegeven door stokken met roodgeverfde punten. VilankuloWe komen al om half 11 aan in Vilanculo, toch weer een meevaller. Terwijl Confidence boodschappen doet, krijgen wij ook de kans om te shoppen. We proberen een mailtje te sturen, om het thuisfront te laten weten dat alles oké is. De internetservice, ligt achter de bibliotheek, waar volop in stoffig en oud uitziende boeken en tijdschriften gelezen wordt. De inbox lezen lukt nog net, maar als we op het punt staan om onze mail te versturen, knalt internet eruit. Dat wordt niets meer. Ik wil graag nog wat doeken kopen bij een verkoper die mooie heeft, hij vraagt er 70.000 metica’s per stuk voor. We kijken wel even verder. De markt bestaat uit smalle steegjes met kleding, doeken, slippers en levensmiddelen. We kopen een paar slippers voor mij. Het is kennelijk niet gebruikelijk dat er toeristen op de markt lopen, we worden nogal vreemd aangekeken. Later horen we van reisgenoten dat ze volop T-shirts met Bin Laden hebben gezien en toen weer zijn vertrokken. Enige navraag leert dat de prijs die de eerste verkoper vroeg niet onredelijk is. Toch maar terug dus. We moeten ons nog haasten om op tijd water en bananen te kunnen kopen. Die haast blijkt achteraf ongegrond. Confidence is weer eens te laat klaar en ioet nog naar de markt. Op naar het bakkertje dan maar, waar ze heerlijke chocoladecake hebben. Daarna kijken we hoe Hendrik, die omringd is door Afrikanen, probeert af te dijgen op een klambke. Dan kunnen we eindelijk vertrekken. De camping ligt o` nog geen 10 minuten rijden van het centrum. Het ziet er wel gezellig uit maar kan niet tippen aan de camping waar we vandaan komen. Mooi is de gigantische baobab die op het terrein staat en de bar met hangmatten is ook niet onaantrekkelijk. We zetten de tenten nog maar een keer op en dan is het alweer lunchtijd. De broodjes zijn zo droog dat het moeite kost er een weg te werken. Op ons verzoek is er eindelijk ananas gekocht, die wel prima smaakt. Na de lunch gaan we het strand op om eens te kijken hoe het er hier uitziet. Dat blijkt alweer mooi te zijn. Hier liggen weer heel andere schelpen als op de andere stranden, veel dubbele en veel hoorntjes. @eze laapste zijn bijna altijd bezet. Zodra je ze oppakt, komt er een klein pootje naar buiten. Er liggen kleurrijke vissersbootjes op het strand en in het water el er zijn veel spelende kinderen die graag op de foto willen. Dat haat ik me gaen 2 kear zeggen. Na aflkop deel ik ballonnen uit, wat zeer gewaardeerd wordt. We ontmoeten een jongen die aan het spelen is met een boot aan een touwtje, gemaakt van piepschuim. Hij weet wel iemand die ons morgen naar het eiland wil brengen. Helaas, we zijn al vkorzien. Hoewel het water erg laag staat en er grote zandbanken in liggen, trekken we toch maar onze zwemspullen aan. Het is een heel eind lopen over het strand voordat je bij het water bent en een heel eind lkpen het water in voordat het tot heuphoogte komt. Hendrik heeft gesnorkeld en een grote krab en een zeepaardje gezian, dat willel we jatuurlijk ook. We mogen de snorkel van Georges lenen, maar zien natuurlijk niets. Het ir wel een mooie gelegenheid om het snorkelen te oefenen. Als we helemaal gerimpeld zijn, is het tijd geworden om eruit te gaan. We drogen een beetje op in de schaduw (die er nu gelukkig wel is) en gaan nog een stukje wandelen, de andere kant op. Het begint vloed te worden en de vissersboten keren terug van zee, kleurrijke zeilen in het avondlicht. Een van de strandhonden wandelt gezellig met ons mee en begint zachtjes te janken als we even stilstaan. Wie was er nou met wie mee? Ron gaat douchen en ik blijf nog even op het strand zitten om te genieten van de invallende avond. Samen met Hendrik, die net aan komt lopen, neem ik een kijkje op de vismarkt, een paar honderd meter van de camping. De vrouwen staan in een kring om een berg vis heen, ieder met een wasteiltje voor zich. We worden aangekeken alsof we zojuist van een of andere planeet geland zijn. Er wordt druk gegniffeld en we zijn overduidelijk onderwerp van gesprek. De vele aanwezige baby’s kijken vanuit de draagdoek op de rug van mamma mee. In het midden van een 2e kring ligt een kingfish die vele malen groter is dan degene die door onze vissers is gevangen. Wat een kanjer. Ron is bij terugkomt fris gewassen en zit in de bar. Een koude douche later voel ook ik me weer als herboren. We eten kip piri piri (de milde variant), met rijst en koolsla. Voor het eerst weer erg lekker. Daarna vertrekt het merendeel naar de bar, wij blijven achter met Rien en El, Ellen, Karel en Max. Ron krijgt het lumineuze idee om een foto te maken van de maan die door de takken van de baobab heen schijnt. Er wordt een ingewikkelde constructie opgebouwd, met een stoeltje en mijn rugzak als statief. Dat gaan El en Max ook proberen, wat grappige taferelen oplevert. In bed probeer ik nog een kruiswoordpuzzel te doen, maar ik kan mijn ogen bijna niet openhouden, dus het puzzelen is van korte duur. Voor de afwisseling gaan we maar weer eens vroeg slapen. Donderdag 2 oktoberZodra de zon door de palmbomen boven onze tent begint te schijnen, zijn we wakker. Het is kwart over 5. We moeten onze rugzakken uitmesten om de spullen uit te zoeken voor Benguerra Island, een van de eilanden van de Bazaruto-archipel. Hoewel we hier na twee nacht terug zullen komen, moeten we de tenten afbreken, als voorzorg tegen criminaliteit. Als we alles hebben ingepakt, horen we dat we ook ieder eigen bestek en servies mee moeten nemen. Lekker handig! De boot is eerder dan verwacht, komt de contactpersoon ons vertellen. Niemand is echt onder de indruk, we doen het gewoon rustig aan. De spullen worden op een pick-up geladen en naar het strand gereden, waar de boot al khaapligt. We moeten een heel stuk het water in om de spullen in te laden, een zwempak zou op zich wal handig geweest zijn. Deze keer: vrouwen eerst en voor een handig trapje is gezorgd. Omdat er niet veel wind staat, zullen we niet zeilen maar de motor gebruiken. Voor een optimaal effect gaan de mannen achterop de `oot zitten. Ik zit eerst is de zon, maar zoek dan een schaduwplekje op, waar het, tegen alle verwachtingen in, best bris is. BencueraWe kabbelen rustig over het prachtig blauwe water. Van dolfijnen en walvissen is helaas geen spoor te bekennen. Na een paar uur varen hebben ve land in zicht: heel veel zand en luxe jachten. We varen nog een stukje rerder en het anker wordt uitgegooid voor Gabriel’s Place, waar we de komende 2 nachten zullen overnachten in rieten hqtjes. Ook nu weer moeten we een heel eind door het water en mijn broek, die net droog was, is weer zeiknat. Terwijl Hendrik de kamers regelt, drinken wij koffie en thee. We boffen: er zijn nog 2-persoonskamers beschikbaar. Onze kamer ziet er gezellige uit met een groot bed in het midden, een boekenkast die bijna op instorten staat en we hebben een eigen douche en toilet. Wat een luxe! We gaan het strand verkennen en vinden prachtige grote schelpen. Helaas, dit is een nationaal park, dus mogen we niets meenemen. Niels graaft met een bord een behoorlijk grote krab uit, die zich hier met soortgenoten massaal in de grond heeft verstopt. Overal bergen zand met een gat ernaast. We laten ‘m maar weer gaan, want hij is niet echt blij met ons. We hebben weer eens lekker verse broodjes voor lunch. Ron mag de snorkel van Georges lenen en gaat op zoek naar interessant onderwaterleven. Ik installeer me met een boek onder een van de rieten parasols op het strand, de standstoelen zijn al allemaal bezet. Om 3 uur verzamelen we bij de bar voor een krokodillenwandeling. In een binnenmeer op het eiland schijnen zoetwaterkrokodillen te zitten. Dat we een gids nodig hebben, is niet helemaal goed doorgekomen, want er is niemand. Een jongen die met de barman in gesprek is, biedt zich aan als vrijwilliger. We (Cor, Margreet, Priegel, Ellen, Hennie, Inez, Georges, Niels, Ron en ik) lopen achter hem aan het strand op en slaan dan rechtsaf in de richting van een zandduin die er wel erg mooi uitziet. In de verte zien we ook Bazaruto, het eiland waar we morgen gaan snorkelen. Met zijn verrekijker spot Ron flamingo’s voor het eiland. We komen Hendrik en Caroline tegen met 3 lekker slijmerige inktvissen. Werk aan de winkel voor onze chefkok. Dat ze ze überhaupt aan durven raken, begrijp ik al niet. Ik zet op het strand nog wat kinderen op de foto en raak daarmee achterop. Net voor het mooie witte huis met zeezicht slaan we rechtsaf een pad in. De zeewind zijn we nu kwijt en het is vies warm. Het achterland is mooi begroeid met diverse soorten planten, struiken en palmbomen en overal staan paarse bloemetjes. We lopen langs het vliegveld en passeren enkele hutjes, waar de mensen wonen die op het eiland werkzaam zijn, dat zijn de enige bewoners van het eiland. Overal worden we vriendelijk begroet. De kleinste kinderen vinden ons eng en beginnen te huilen. In een van de dorpjes zitten wat familieleden van hun vakantie te genieten. En dat doen ze net als wij: met drank en muziek. We mogen meedrinken als we willen. We komen bij een uitzichtspunt over 2 zoetwatermeertjes en eej zaldduin, een prachtig plekje. Beneden houdt het pad op en als Ron wat foto’s aan het maken is van de vogels die hier zitten (waaronder slangehalsvogels en aalscholvers) raken we de rest van de groep kwijt. We geloven de kroko’s sel en lopen dezelfde route terug. We zijn nog net op tijd terug op het strand voor een fantastische zonsondergang boven de zee, die we tussen de takken van een omgevallen dode boom door fotograferen. Wat een fantastische plek is dit. Vanaf de boom is een bijenvanger, een slanke vogel met mooie kleuren, aan het jagen. We blijven even kijken. Een mevrouw vraagt of haar kindjes van ons water mogen drinken, want ze hebben zo’n dorst. Natuurlijk mag dat. Als ze de fles daarna terug wil geven, gebaren we dat ze deze mag houden. We zijn tot nu toe nog steeds niet ziek geweest en dat willen we graag zo houden. De rest van onze groep komen we ook weer op het strand tegen. Ze hebben uiteindelijk toch ook geen krokodillen gezien. Ron gaat douchen en ik kijk vanaf een strandstoel naar de kabbelende zee. Nu het rustig is op het strand, komen de krabben weer tevoorschijn. Later in de bar komt Niels inktvisringen brengen. Ik probeer er heel dapper ook eentje en ze blijken nog lekker te zijn ook. Applausje voor Caroline! We spreken een Ier die vandaag gesnorkeld heeft, en hij vertelt dat het fantastisch was. Hij heeft zelfs haaien gezien. We zijn benieuwd. Op het menu van vanavond: spaghetti bolognaise. Daarna drinken we nog koffie in het restaurant en kruipen we onder de klamboe om wat te lezen. Mijn boek begint eindelijk spannend te worden. Vrijdag 3 oktoberHeerlijk geslapen vannacht, maar toch weer vroeg wakker. Om half 5 moeten we plassen en daarna kan ik niet meer slapen door alle exotische vogelgeluiden om de hut. Een uurtje later ga ik eruit. Het is nog rustig in het kamp. Op een rieten stoel schrijf ik mijn verslag. De schoonmaakploeg komt langzaam op gang, de terrassen worden geveegd, de bar gepoetst en het strand wordt zelfs aangeharkt. Als ik mijn verslag af heb, haal ik mijn boek. Ron ligt nog steeds heerlijk te slapen. De eerste strandstoel is vanmorgen voor mij. Heerlijk om de dag zo rustig te beginnen. Voor het ontbijt maken we een korte wandeling links het strand op. We vinden een flamingoveer en nemen toch wat kleine schelpen mee als herinnering. Confidence begint het een beetje te begrijpen en heeft brood geroosterd voor het ontbijt. We wandelen nog een stukje op het strand, kleden ons om, pakken onze spullen en zijn om 9.00 klaar voor vertrek naar Bazaruto. Van onze boot ontbreekt vooralsnog ieder spoor. De afspraken zijn gemaakt via een tussenpersoon, de eigenaar van de boot heeft een campingverbod sinds hij met de vrouw van de campingbaas naar bed is geweest. We wachten rustig af en spelen ondertussen met zand, een leuk tijdverdrijf ook als je je kinderjaren al lang achter je hebt gelaten. En jawel, er komen uiteindelijk 2 boten, 1 voor de duikers en 1 voor de snorkelaars. De bedoeling is om ons af te zetten op de duin, dan met de duikers op pad te gaan, samen te lunchen en met z’n allen te gaan snorkelen. Met de Spanish Fly, een luxe speedboot met trapje (dat scheelt weer een hoop blauwe plekken) scheuren we (Georges, Toon, Ellen, Cindy, Priegel, Cor, Margreet, Ron en ik) af op het nabijgelegen atoleiland, waar we de enige bezoekers zijn. Eerst beklimmen we de zandduin, met op het eerste stuk veel kapotte schelpen, maar later lekker zacht zand met mooie patronen. Bovenop is het uitzicht fantastisch: de bovenkant van de duin lijkt door de scherpe vouw wel gestreken en aan alle kanten hebben we uitzicht op een onwerkelijk blauwe zee. Dat kan veel erger. Bij de afdaling komt er net een grote roofvogel voor mij langs vliegen. Die wordt ook meteen maar even vereeuwigd. Onder aan de zijkant van de duin woont een kolonie bijeneters. Hun nesten hebben ze uitgegraven in de duin, ronde gaatjes voor zover het oog reikt. Vooral in vlucht zijn ze door hun felle kleuren erg decoratief. De flippers gaan aan en de maskers op om alvast een voorproefje te nemen op wat vanmiddag komen gaan. We snorkelen langs een klein rif met planten en kleurrijke vissen. De eb valt in en de zandbank, die daarnet nog onder water lag, valt droog. Een leuk einddoel voor een zwemtochtje. Priegel en Cindy zitten in een moddergevecht, waar ik ook nog net een staartje van meepik; overal zit zand. We hebben Confidence meegenomen om lunch voor ons te maken. Een schaduwplek onder de bomen is daarvoor zeer geschikt. Daar zijn we wel aan toe, een beetje schaduw. De restanten worden weggegooid voor de zwarte wouw, die iets verderop in de boom een nest heeft. Kaas vindt ie lekker, ananas iets minder. De duikers zijn ook weer terug en hebben het weer geweldig gevonden. We worden op de boot geladen om te snorkelen. Op naar het 2 Mile Reef. Het kwartier varen heeft een hoog kermisgehalte. Struikelend over onze flippers plonzen we het water in. We voelen ons net Jacques Cousteau. Beneden ons de wondere wereld onder water met kleurrijke vissen, koralen, zeesterren, planten en andere zeebeesten in overvloed. We zijn verkocht! Van tevoren is ons verteld dat we niets aan mogen raken en in ieder geval met z’n 2-en bij elkaar moeten blijven. Al snel wordt vanaf de boot geroepen dat we moeten komen. Eerst snappen we niet wat er aan de hand is, dan horen we dat er walvissen zijn gesignaleerd. We laten ons snel in de speedboot takelen, en gaan erop af. Het blijken er 3 te zijn, 2 grote en 1 kleine. Helmaal gaaf. Ze springen telkens boven water. Van zo dichtbij hebben we ze nog nooit gezien. Daar hebben we het tochtje in de brandende zon (onze spullen liggen op de andere boot) graag voor over. Inmiddels is ook de rest van de groep aangekomen met de andere boot. Op de terugweg wacht nog een verrassing: zo’n 10 dolfijnen komen ons met een bezoek vereren. Tegen de tijd dat wij in het water liggen, zijn ze echter al weer weg. Cindy en Priegel krijgen ze nog wel goed te zien. We krijgen nog een half uur snorkeltijd, die we optimaal benutten. Voor we het weten, is de tijd om en moeten we terug. Onze boot moet namelijk nog terug naar het vaste land met het goede tij. Ron gaat wat drinken en ik ga onder onze privé-douche het zout eraf wassen. Daarna gaan we voor de verandering maar een stukje wandelen. Eerst naar het bordje van het nationaal park en daarna de andere kant op naar de boom met de bijeneters. Terwijl Ron daar foto’s van maakt, fotografeer ik de zonsondergang. Deze is weer super. Er spelen kinderen op het strand met een voetbal die gemaakt is van bij elkaar gebonden vodden. Weer valt het ons op hoe inventief hier met weinig middelen speelgoed gemaakt wordt. Na zonsondergang, laten de krabben zich weer zien. Ron geeft zijn eerste shirt weg aan een jongen op het strand, zijn vriend krijgt er later een van Georges. Weer 2 gelukkige mensen. Hij heeft ook een mooie boot die hij aan ons wil verkopen, dat lukt niet. Ze durven niet te dichtbij de lodge te wachten, anders worden ze weggejaagd, zo horen we later. Confidence heeft zich erg uitgesloofd vanavond. We eten gekookte pompoen en een giga-hoeveelheid gegrilde steaks. Erg lekker. De campinghond krijgt de restanten, waar ook hij erg van lijkt te genieten. Het kampvuur aan het strand geloven we wel, we gaan terug naar onze hut, waar niet veel later het licht uitgaat. Zaterdag 4 oktoberWeer waanzinnig slecht geslapen vannacht (met dank aan de warmte, muggen, vogels en sproeiende tuinmannen). Rond 6 uur ga ik er uit. Wat ik al dacht, blijkt te kloppen: mijn omslagdoek annex badlaken is weer zeiknat gespoten met een tuinslang. Ron ploft op een van de strandstoelen en ik neem een ochtendduik. Eigenlijk is het meer water wandelen, wat het water staat weer erg laag vandaag. We halen het fototoestel op en wandelen richting de pier. Zover zijn we nog niet gekomen. Het strand is zo goed als verlaten. We kijken naar de vele zeevogels en een kolonie bijeneters. Daarna gaan we in draf terug want we zijn al aan de late kant. We komen Hennie tegen die ons vertelt dat we ons niet hoeven te haasten, er is nog geen brood. Dat komt goed uit, we begonnen het al behoorlijk warm te krijgen. Bij het inpakken van de spullen blijkt het hoesje van een lakenzak onvindbaar. Dan maar niet. We eten roerei en worstjes en 5/8e broodje. Om klokslag 9.00 komt de dhow aangevaren. Afrikanen met timing, dat we dat nog mee mogen maken. Eerst varen we met de motor, daarna gaan we zeilen. Dat staat immers in het Djoserprogramma en Hendrik wil achteraf geen klachten. Vanwege het gebrek aan wind, varen we ongeveer 1 kloot per uur, zo schatten we. En dat is bijzonder weinig. Rechts van de boot springt een manta-rog boven water, we kijken net iets te laat. Een paar uurtjes brandende zon en een watergevecht achter op de boot later, zien we de zendtoren alweer opduiken. Voor de kust ligt een vissersboot zo volgepropt met passagiers dat ie bijna zinkt. Op het heetst van de dag zetten we de tenten op en is het weer tijd voor een huishoudelijk klusje, de was. Maar niet voordat we iets fris hebben gedronken en Ron een dutje heeft gedaan in een van de hangmatten. Er vliegen fraaie vlinders op de camping. Een lekker pastasalade voor lunch vandaag. Confidence en King gaan boodschappen doen en ik ga mee samen met Cindy, Ton en Ellen. Alle winkels blijken gesloten te zijn. Hadden we kunnen weten, het is immers zaterdagmiddag. De lokale hangjongeren hebben flink aan het bier gezeten en zijn nogal vervelend, dus maken we meteen rechtsomkeer. Een kwartiertje lopen en we zijn weer terug op de camping. Toch weer een leuk uitstapje. Ron heeft ondertussen nog een snorkelpoging ondernomen, maar er is bijzonder weinig te zien. Een rondje geld tellen leert ons dat we nog een kleine miljoen metica’s overhebben. Je komt er ook bijna niet vanaf. Ron gaat de aalscholvers die hij op het strand gezien heeft van dichterbij bekijken en ik ga mee. Het is inmiddels een beetje afgekoeld en er is schaduw! Een groepje jongens komt effe kletsen. Ron laat er een paar door zijn 500 mm lens kijken, ze begrijpen er niets van. Als ik wat foto’s gemaakt hebt (waarbij geposeerd wordt als volleerde fotomodellen) en tictac’s begin uit te delen, wordt ik zowat belaagd. Graaiende handjes alom. Inmiddels hebben ook enkele meisjes zich bij het gezelschap aangesloten. Ze lopen achter mij aan en kijken geïnteresseerd hoe ik een boek aan het lezen ben. Saskia leest voor uit Dikkie Dik (of was het James Patterson)! 5 van de meisjes beginnen goed los te komen en treden voor ons op met dans, zang en klapspelletjes. Ze brengen een uitgebreid repertoire ten gehore. Als steeds meer reisgenoten wakker worden, krijgen ze steeds meer publiek. Al met al worden we ruim een uur geëntertaind, bijna tot zonsondergang. Ze worden beloond met kleurpotloden en ballonnen en zijn dan ineens weg. Terug op de camping werk ik mijn verslag bij, terwijl Ron opruimt, een prima taakverdeling. We eten vanavond pizza aan de bar. Na 1,5 uur wachten ben ik het beu en ga vast terug naar de tent om verder te schrijven en de schelpen te wassen. Uit het zakje komt namelijk een ondraaglijke rotte vislucht. Confidence heeft toch nog een taart gebakken (we hadden ‘m wijsgemaakt dat Karel en Max vandaag 40 jaar getrouwd waren) met in glazuur "Happy 40th anniversary" erop. Een beetje schuldig voelen we ons wel, maar dat maakt de taart er niet minder lekker op. Uiteindelijk komen de pizza’s toch nog, ze zijn erg lekker en het is vooral ook erg veel. Rond 21.00 uur liggen we in de lakenzak. Zondag 5 oktoberVannacht last van diarree gekregen. Niet zo fijn. Vanaf half 1 bijna niet meer geslapen. De hele nacht lopen er mensen met zaklampen over de camping. En dan is er nog een haan die het begrip "zonsopkomst" niet helemaal goed begrepen heeft. en om half 3 uur begint te kraaien om er zeker van te zijn dat ie op tijd is. Om half 6 gaan we eruit. We hebben dan net de zonsopkomst gemist. Ik neem meteen maar een droog broodje en een immodium, we hebben immers een lange reisdag voor de boeg. Zodra Hendrik wakker is, reserveer ik een plaats voor mezelf vooraan in de truck. We zijn weer te vroeg weg. We beginnen in de mist, maar al snel komt de zon door en wordt het behoorlijk warm; de zeewind zijn we nu helaas kwijt. Het uitzicht van vandaag: fruitbomen, meren, dorpjes en markten. Na 2 uur rijden houden we een plasstop. De weg is dan nog steeds goed van kwaliteit en de gele strepen aan de zijkant zien er nog behoorlijk vers uit. De volgende stop is bij een dorp waar de lokale handel zich meteen rondom verzamelt als we aan komen rijden. Ik stuur Ron erop af om een fruithap in te slaan. Van bovenaf is het leuk te zien hoe iedereen zich door een haag van verkopers van bananen, ananas en cashewnootjes heen moet worstelen. Als we weer rijden neemt het aantal kuilen en hobbels al snel toe. Ik word steeds misselijker en ben blij als we stoppen voor de lunch. Op de lunchplek klilkt tromgeroffel. Hendrik gaat op onderzoek uit. Het blijkt een kerkmis te zijn, waar volop gezongen en gedanst door rrouwen in soepjurken. Als we willen, mogen we gaan kijken. Ik wil wel maar voel me nog steeds niet goed, dus blijf maar bij de truck. Hendrik maakt een broodhe corned beef compleet voor de jongens die ons vanaf een afstandje staan te observeren. Met een big smile wordt het afgevoerd en uitvoerig bestudeerd. Dat hebben ze blijkbaar nog nooit cezien. Na de maagtabletten van Cindy gaat het wat beter, ik heb nu in ieder geval niet meer het gevoel dat ik over moet geven. Bovendien wordt het wegdek weer een stuk beter, dat scheelt ook een heleboel. We rij`en door Chimoio, vaar we eigenlijk boodschappen hadden willen doen. De supermarkt is om 2 uur gesloten, wij zijn er om half 4, veel te laat dus. Deze omgeving lijkt redelihk welvarend, er is veel industrie in de stad. BandulaRond half 5 komen we aan in Bandula, op onze camping toor 2 nachten aan een stuwmeer. De camping is serieus "under construction" maar toch wel mooi. Buiten de vele rode mieren en een paar beschimmelde tenten, is het hier redelijk rustig. Grootste attractie zijn echter de varkens met biggetjes die hier rondwandelen. We spotten gezellige ronde hutjes met uitzicht op het meer en gaan informeren of er iets te upgraden valt. Bij de receptie treffen we alleen een moederpoes met 5 kittens aan met een hoge aaibaarheidsfactor. Tenminste dat vinden wij, zij zijn van ons niet zo heel erg gecharmeerd. De beheerder arriveert en vertelt dat wij voor USD 30,- een huisje kunnen huren. We mogen even gaan kijken en zijn meteen verkocht, 5 bedden voor ons alleen, wat een luxe. Morgenavond is huisje 8 voor ons. Behalve de poesjes, lopen er ganzen en eenden rond, in de verte horen we een ezel balken en naast de camping ligt een krokodillenfarm. Een echte dierentuin hier. Na een verkenningstocht die eindigt bij de gezellige bar, ga ik tot het eten de tent in om te lezen. We eten koolsalade, pompoen, rijst en elandstew, best lekker. Na het eten gaat de barploeg op pad, we kletsen nog wat, ik neem een verrassend warme! douche en dan is het alweer tijd om te gaan slapen. Maandag 6 oktoberMet pijn in onze rug worden we wakker, natuurlijk weer vroeg. Door de vele vogelgeluiden om ons heen kunnen we ons niet aan de indruk onttrekken dat er een rijk vogelleven moet zijn hier. Op de camping zijn een paar koppeltjes ganzen bezig elkaar met een hoop lawaai op te jagen. Als we bij het meer komen, is de zon al op. Maar de silhouetten van de dode bomen in het ochtendlicht zijn het opstaan ook meer dan waard. Als we net aan het wandelen zijn, zak ik tot mijn enkels in de modder. De grond lijkt hard te zijn, maar daaronder gaat een dikke laag modder schuil. Ik ga terug naar de camping om mijn schoenen schoon te maken en Ron gaat alleen verder. Bij het krokodillenverblijf staan een paar bomen vol met wevernestjes. Bedrijvigheid en gekwetter alom, leuk om te zien. Ook de kittens zijn al wakker en lekker aan het ravotten, maar ze vinden mij nog steeds niet aardig. Ik moet nog 100 bladzijden in mijn boek en het is erg spannend, dus kan ik bijna niet wachten verder te lezen. Rond half 7 vertrekt het volgende groepje wandelaars. Cor en ik hebben vandaag corvee, bij het ontbijt is onze assistentie niet nodig. We hoeven alleen af te wassen na afloop. Ik ontbijt met een eigengemaakte vruchtensalade van banaan en ananas, erg smakelijk. Vandaag is uitgeroepen tot nationale wasdag, iedereen verdringt zich bij de wasbakken. Schoon wordt het al lang niet meer, we nemen genoegen met fris. De watervoorziening laat het af en toe afweten. De lucht is hier heel droog, dus de was ook. Ron is inmiddels ook weer terug (de visarenden zijn alweer voor zijn neus weggevlogen) en gaat kijken of we in ons huisje kunnen. De sleutel zit er niet op. Bij de receptie gaat iedereen zich ermee bemoeien. De conclusie: we kunnen erheen lopen, de sleutel wordt gebracht. Bij het huisje ontstaat er opnieuw een discussie tussen een aantal schoonmaaksters over de verblijfplaats van onze sleutel, uiteindelijk wordt ie door een man met een wit schort gebracht. Afrika op z’n best. We verbazen ons sowieso over de hoeveelheid personeel op deze camping. Zeker als je bedenkt dat wij op dit moment zo ongeveer de enige gasten zijn. Terwijl ik op het terras mijn boek uitlees, brengt Ron de spullen over. Daarna gaat Ron zijn geluk beproeven met vissen. Bij de receptie heeft hij een hengel kunnen lenen, die achteraf niet geschikt blijkt te zijn voor vissen langs de waterkant. Er schijnen wel veel vissen te zitten, maar ze zijn niet onder de indruk van Ron’s nepworm. Ik doe ondertussen ook iets zinnigs: het matras uittesten. Om half 1 word ik weer wakker en ga vragen wat de bedoeling is voor de lunch. King is nog steeds bezig de truck te repareren, dus er zijn nog geen boodschappen gedaan. Iedereen schijnt in het restaurant te eten, ook prima. Daar sluiten we ons graag bij aan. De lunch laat enige tijd op zich wachten. Ze zijn duidelijk niet berekend op 20 hongerige toeristen. Margreet is in hete as gaan staan (ze zetten werkelijk alles in brand hier) en heeft een paar flinke blaren, die vakkundig verbonden worden door Ellen. Na de lunch (kip met frietjes) hangen we wat rond, het is erg warm en we drinken zoveel dat de complete watervoorraad van het restaurant binnen recordtijd is uitverkocht. Rond 3 uur wandelen we een stuk het pad af, opnieuw op zoek naar Afrikaanse zeearenden. Onderweg zien we pootafdrukken van een grote katachtige, tenminste dat denkt Ron. Ik heb inmiddels weer redelijk diarree en moet een noodstop maken. De arenden zijn er wel, maar smeren ‘m als ze ons zien. Weer niet gelukt. Ron gaat nu met een andere hengel zijn geluk beproeven en ik ga bij de kroko’s kijken, die niet zo blij zijn met deze aandacht. Op de kamer rommel ik wat en dan is het alweer corveetijd. Zelfs als je niet veel doet, gaat de tijd erg snel hier. Confidence is nog nergens te bekennen en de truck staat nog steeds op de werkplaats. Op naar de bar dan maar. Voor het eten vanavond moeten heel veel aardappels geschild worden, helemaal mijn hobby, vooral met het mes dat ik krijg. Gelukkig schieten Cor en Ron te hulp en ook Confidence schilt een bakje mee. Onze keukendienst zit er voorlopig op. In ons huisje nemen we een heerlijke warme douche en pakken vast onze spullen in. We eten gebakken aardappelen met worstjes en ossenstaartsoep. Na de soep geloof ik het wel. Ron heeft beloofd af te wassen voor mij. Met een banaan en een paar crackertjes achter mijn kiezen, wacht ik in bed tot Ron thuiskomt, zo'n uur later. Met de deur op slot, val ik snel in slaap. Dinsdag 7 oktoberEindelijk weer eens lekker geslapen. Om half 6 word ik wakker van het reiswekkertje dat afgaat. De zon is nog niet op dus ga ik buiten kijken. Ik word getrakteerd op een fantastische zonsopkomst boven het meer met als extraatje een aalscholver met gespreide vleugels in een boom. En dat allemaal voor mij alleen, want verder is er nog niemand, behalve het personeel dan. Bij terugkomst is Ron ook wakker. Het is nog vroeg dus we doen het rustig aan. Vandaag heeft Ron corvee en terwijl hij richting truck loopt, geniet ik buiten van de zon. Het is weer rustig in mijn buik maar ik hou het nog even bij banaan en crackers. Buiten komen de scharrelvarkens voorbij die de harde vruchten eten van de bomen die hier staan. Ze worden niet helemaal goedgekeurd. Ook loopt er vandaag een kudde koeien tussen de huisjes. Ik ben net op tijd om Ron te helpen met de afwas. We vertrekken weer vroeger dan gepland om kwart voor acht. In de omliggende dorpjes worden we enthousiast uitgezwaaid. We rijden terug naar Chimoio, waar we al eerder geweest zijn. Bij het binnenrijden passeren we een grote Coca Cola fabriek. ook hier zijn ze dus vertegenwoordigd. De supermarkt is nog dicht, gaat om 9 uur open. Wij willen wachten maar Confidence krijgt het briljante idee om naar een andere supermarkt te gaan. Die blijkt ook dicht te zijn en bij een koffiebar hebben ze maar liefst 3 flesjes water. Dat schiet lekker op. Intussen is onze kok wel pleite en zitten we een half uur op hem te wachten. Vlakbij de truck hangt een lijst met namen van jongens en meisjes met welluidende Portugese namen die zijn opgeroepen voor de dienstplicht, allemaal geboren tussen 1981 en 1984. We doden de tijd met het doen van raadspelletjes en het uitdelen van spullen die we niet meer nodig hebben aan de omstanders. Een jongetje komt trots het T-shirt laten zien dat hij van El en Rien heeft gekregen met de NS pen aan zijn kraag geklikt. Er komen twee parelhoen-verkopers langs. Mooi voor de foto. Als onze kok eindelijk boven water is, kunnen we alsnog naar de supermarkt waar we tegen half tien aankomen. Lekker efficiënt tijdgebruik. We lopen langs de security de winkel binnen en slaan water, crackers, koekjes en chips in. Gelukkig hebben we genoeg metica's om alles te betalen. De wc bevindt zich op een wel heel bijzondere plaats. We moeten achter om de winkel lopen, krijgen de sleutel van de security, moeten dan weer een poort door, langs de vuilnisbelt, komen aan bij een hokje met hangslot, en voila: de wc. We rijden een stukje dezelfde weg terug en slaan dan rechtsaf richting Tête. Op dit traject wordt er volop aan de weg gewerkt. Er ligt een mooie asfaltweg maar wij mogen er niet op. Dit kennen we nog uit Ethiopië: het vee en de mensen op het asfalt en de auto's op de zandweg vol kuilen. Vandaag rijden we de mooiste route tot nu toe, er is in ieder geval het meeste te zien. Het leven speelt zich af op straat. We mogen de hele tijd zwaaien. De hutjes die we passeren variëren erg in stijl en grootte: rond, vierkant, van leem, stokken etc. Sommige dorpjes beschikken over een soort voorraadkamers die op hoge palen staan en er is een aparte afrastering voor het vee. Het levert veel mooie plaatjes op, maar tijd om te stoppen hebben we niet. Vandaag worden we ook weer getrakteerd op grote aantallen baobabs, grote, kleine, grillig gevormde en rechte. Blijft leuk. Ook de termietenheuvels duiken weer op, sommige hoger dan de hutjes. Bij een riviertje stoppen we voor de lunch. Daar worden weer T-shirts uitgedeeld aan 2 veehoeders. Ze hebben de dag van hun leven. Als je ziet wat mensen hier voor kleding aanhebben, zou je willen dat je een container kleding mee had genomen. Op het picknickterrein staat een afdakje met doodskoppen ingekerfd. Lekker uitnodigend. TêteDe hele middag rijden we door. Als de zon ondergaat, stoppen we bij twee baobabs. Nu het bijna donker wordt, zien we overal veehoeders naar hun dorp terugkeren met hun koeien en geiten. Rond 18.00 uur rijden we Tête binnen, met aan onze linkerhand de luxe wijk en aan onze rechterhand de sloppenwijk. De grootste attractie van de stad is de brug over de Zambezi, Afrika's antwoord op de Golden Gate Bridge. Verder missen we er niet veel aan. Omdat het bijna donker is wandelen we niet over de brug. Door de lokale bevolking wordt er wel volop geflaneerd. We slapen vannacht op de Jesus é Bom camping net voorbij de brug, gelegen aan de Zambezi. Qua camping stelt het niet veel voor. Onze komst en het opzetten van de tenten wordt aandachtig gevolgd door een groep kinderen die in rijen zitten alsof we een theatervoorstelling aan het geven zijn. Het entertainment van deze week: de Djoser-groep. Later lezen we op een A4-tje dat hier vijf AIDS-wezen worden opgevangen door de beheerder van de camping. Hij heeft een zang-/muziekgroepje opgericht waarmee ze optreden en aandacht vragen voor de strijd tegen AIDS. Ook wij worden getrakteerd op een concert. Vol overgave worden liedjes ten gehore gebracht met als hoofdthema: Jezus. We laten ons bijna bekeren. Veel van de kinderen hebben een sterk ontwikkeld gevoel voor drama, aan de choreografie en vocale ontwikkeling moet nog worden gewerkt. Niels koopt de trommel die gebruikt werd en sponsort daarmee het project. Wij zullen morgen een bijdrage leveren. Als het concert is afgelopen, kunnen we meteen eten: kip met rijst en tomatensaus. Niet echt bijzonder. Ron krijgt bij het afwassen hulp van Georges en Toon, dus kan ik onder de douche. Daarna nog een kopje thee en dan de tent in. We hebben het dan helemaal gehad en het is vies warm. Woensdag 8 oktoberOm kwart over 5 klinken de eerste geluiden op de camping. We hebben de nacht gelukkig weer gehad. Ron pakt de tent in, terwijl ik nog wat schrijf en mijn zooi opruim. We hebben nu goed uitzicht op de brug en de rivier. Ik doe het nog heel rustig aan met ontbijten en heb daardoor des te meer tijd om met de kinderen van gisteravond te spelen, die langzaam het kamp binnendruppelen. Bij daglicht is te zien hoe slecht hun kleding er uit ziet en hoe volwassen blik ze in hun ogen kijken. Deze kinderen hebben duidelijk al een zwaar leven achter de rug. Als de ballonnen en koekjes te voorschijn komen, worden ze weer even helemaal kind. Hendrik geeft een van hen een boterham met witte bonen in tomatensaus. Hij weet duidelijk niet wat hij er mee aan moet. Er zitten een paar boefjes bij die het maar wat leuk vinden om te poseren voor de foto. Van een van hen, een mooi meisje met vlechtjes, zegt Ellen dat ze ook met HIV besmet is. Waarschijnlijk anderen ook wel. We laten wat kleding en dollars achter bij de beheerder en zijn om 7 uur klaar voor vertrek, uitgebreid uitgezwaaid door een hele horde kinderen. Eindbestemming van vandaag: Lilongwe. Rond half tien komen we bij de grens van Mozambique. We hebben van te voren een formulier gekregen, wat de formaliteiten bij de grensovergang bespoedigd. Er zijn volop geldwisselaars actief, die dollars kunnen wisselen voor de lokale munteenheid van Malawi, de kwacha. Voor tien USD krijgen we 1000 kwacha, mooi geld dat zeer recentelijk gedrukt is. We rijden door zo'n 5 kilometer niemandsland voordat we bij de grenspost van Malawi zijn. Ook hier weer een formuliertje invullen, stempel halen en we zijn weer klaar voor vertrek. Ook hier zijn volop verkopers actief en agressief bedelende jongens. Ze moeten nog leren "please" te zeggen. Van een van de verkopers koop ik een houten schaal voor 4 USD. Een goede deal, al zeg ik het zelf. Het koopvirus begint toe te slaan, tot nu toe heb ik me redelijk ingehouden. Malawi verschilt van Mozambique. er lijkt iets meer structuur in te zitten, het lijkt iets welvarender en er is meer landbouw en minder veeteelt. Ook de vegetatie verandert: veel bomen met witte stammen, die we eerder hebben gezien maar waarvan we de naam niet kennen. Ook hier is het net voor het begin van de regentijd niet overdreven droog. Op een afgesproken plek zetten we Hennie en Ellen af, ze gaan een vriendin van Ellen opzoeken, die hier werkt, en gaan dus niet verder met ons mee. Even later stoppen we bij een van de vele politieposten. Wat gecontroleerd wordt weten we niet precies maar we krijgen een uniform in de truck die wil zien wie er allemaal binnenzitten en graag een Nederlands souveniertje wil hebben. Hij krijgt wat muntjes en een NS-pen. De laatste twee ballonnen deel ik uit aan een kindje op een markt. Vanuit de truck bekijken we de kunstig gestapelde tomaten en aardappels. Langzaam rijden we de bergen in en de hete föhnwind maakt plaats voor een fris briesje. Wat een mooie rotsformaties zijn hier. Op onze lunchplek zijn net ook 10 locals aan het lunchen. Ze lijken onze lunch aantrekkelijker te vinden dan de bakjes met bruine en witte drap die ze zelf bij zich hebben. Een van hen heeft het voorzien op een van onze broeken, maar ons ter plekke uitkleden gaat wel een beetje ver. Met ons restant uien en roze worst is hij gelukkig ook blij. LilongweHet is nu nog 1,5 uur rijden naar Lilongwe, langs markten en dorpen. King is zo aardig om ons af te zetten bij het postkantoor in de oude stad, waar de souvenirmarkt is. Het is al niet meer zo vroeg en anders hadden we de paar kilometer van de camping naar de stad moeten lopen. Samen met Niels en Inez, Georges, Toon, Ton, Priegel, Doreen en Cor gaan we op pad. De jacht is geopend. Of dat die van ons is op houtsnijwerk of die van de verkopers op ons, wordt niet helemaal duidelijk. We worden van alle kanten benaderd door verkopers, die zich volop met elkaars handel bemoeien. Er worden belachelijk hoge prijzen gevraagd, maar met afdingen komen we een heel eind. Beladen met houtwerk wandelen we terug naar de camping, achtervolgd door verkopers die toch nog willen proberen hun slag te slaan. De sfeer in de stad is niet onplezierig voor een Afrikaanse stad. Vol verbazing worden we nagekeken, het moet ook een komisch gezicht zijn, al die pakjes en plastic tassen. De weg naar de campsite is makkelijk te vinden. We worden door een vriendelijke bewaker de poorten van het Kiboko Camp binnengelaten, dat gerund wordt door Nederlanders. Een mooi plekje. We komen er achter dat de tegen bijbetaling van USD 6,- een huisje kunnen huren. Dat laten we ons geen 2 keer zeggen. Net voor het eten komt het bericht dat Max en Karel een kleindochter hebben. Daar drinken we op. We eten spaghetti, drinken thee, douchen (in de douche die niet in gebruik is door een dikke pad) en zijn rond 21.00 uur "thuis". Donderdag 9 oktoberLekker geslapen, maar vroeg wakker worden daar ontkom je hier niet aan. Om 5.30 gaan we eruit. Ik maak een paar foto’s van de bloeiende jaccarinda op de camping, eindelijk eentje waar we niet in volle vaart voorbij rijden. De Summumgroep vertrekt naar South Luangwa, even later zetten wij de achtervolging in. We rijden de stad uit, die langzaam in beweging komt. Vandaag rijden we niet door de bergen en het uitzicht is niet bijster interessant. De marktjes in de dorpen waar we doorheen rijden vormen een welkome afleiding. Al voor 9.00 zijn we bij de grens. Het is dat er een bordje staat en een slagboom, anders zou je het niet als grenspost herkennen. Er staan alleen een hok en het is er buitengewoon rustig. Bovendien zijn er geen verkopers, alleen een paar bedelaartjes, die op nogal opdringerige manier alles wat we kwijt willen, wel van ons willen overnemen. "Give me, give me...". Niet dus. We hoeven zelf de truck niet uit, alles wordt voor ons geregeld. Aan een paar kinderen aan de andere kant van de grens delen we pennen en crackertjes uit. Om te voorkomen dat de buit niet gelijk wordt verdeeld, stellen we ze netjes in een rij op. Zelfs als Georges de polonaise inzet, durven ze niet meer van hun plaats te komen. De formaliteiten bij de Zambiaanse grens verlopen wat minder soepel. Hier moet nog iets aan de logistiek gedaan worden. Buiten zit een van de douaniers te relaxen op een krukje. Binnen moeten we met 18 man voor 1 loket wachten. Eerst worden de gele koortsstempels gecheckt. Degenen vooraan in de rij moeten een heel boekwerk invullen, wij mogen volstaan met een kruisje bij onze naam op de deelnemerslijst. Bij loket 2 moeten we een formulier invullen en dezelfde gegevens in een groot boek schrijven, een leuke groepsactiviteit. Voor het gemak wonen we bijna allemaal op hetzelfde adres en zetten overal aanhalingstekens. Ruim een uur later staan we allemaal weer buiten met de benodigde stempels en kunnen we onze reis vervolgen. In Chipata, waar een grote supermarkt is, gaat Confidence boodschappen doen. Zijn 5 minuten worden al gauw weer een half uur. Buiten de stad laten we het asfalt achter ons en rijden een zandweg op, meer kuil dan weg eigenlijk. Het draagt wel bij aan het echte safarigevoel. Een sport-bh is hier zeker geen overbodige luxe. We kijken met enige regelmaat bezorgd naar boven of alles wel in de rekken blijft liggen. We zitten niet echt te wachten op een neerstortend houten beeld. Het is hier weer armoede troef. Opvallend zijn de grote aantallen scholen en kerken. Bijna alle scholieren die we tegenkomen, hebben een blauwe broek of rok aan en een witte blouse. Hun schoolboek hebben ze in een plastic tasje bij zich. South LuangwaAls we uiteindelijk rechtsaf slaan de verharde weg op, zijn we er gelukkig bijna. Al buiten de poort van het park zien we olifanten, giraffen en impala’s. Dat ziet er veelbelovend uit. Onze camping, Flatdogs, ligt aan de rivier de Luangwa. Een eerste inspectie levert een aantal hippo’s, ooievaars en ibissen op. Dit is een gaaf plekje! We krijgen een korte toelichting van de gastvrouw, die er kort gezegd op neerkomt dat er 's avonds olifanten op het kamp komen en nijlpaarden en dat dat wilde dieren zijn waar je niet te dicht bij moet komen. Dus zo min mogelijk de tent uit, goed om je heen kijken en een zaklamp gebruiken. Op het heetst van de dag zetten we de tent op, lunchen (op vriendelijk maar dringend verzoek met tonijnsalade) en zoeken verkoeling, Ron in het kleine zwembad en ik in de bar met bankjes in de schaduw. Aan de wand hangen allemaal foto’s van honden, het ziet er erg gezellig uit. Om 16.00 worden we door 2 jeeps opgehaald voor een avondgamedrive, een optionele excursie, waar we 40 USD voor betalen, 20 voor de entree van het park en 20 voor jeep. Max en Karel blijven achter. We hebben samen met Doreen de achterste bank, die zo hoog is dat ik met mijn voeten niet aan de grond kan. Leuk aan deze jeeps is dat je van de grotere wegen af kunt en niet meer achter een raam zit, toch een ander gevoel als je dieren ziet. In de 2 uur dat we in het licht rijden zien we enkele kuddes olifanten, 1 in de ondergaande zon en 1 met kalfje, visarenden, een boom vol bijeneters, kroko’s en hippo’s in het water en natuurlijk veel impala’s, waterbokken, poco’s en apen. Hoogtepunt zijn een leeuw en een leeuwin die in het avondlicht aan de rivier liggen. Jammer dat ze net plat gaan liggen als we eraan komen, waardoor de manen niet meer goed te zien zijn. Even verderop stoppen we om wat te drinken en een zak popcorn soldaat te maken. Door de volle maan is het een slecht moment om luipaarden te zien, aldus onze gids. Het is een afwisselend park, met poelen, de rivier, vlaktes, bossen met kronkelige bomen. Veel voorkomende boom is de "sausage tree", een boom met grote worstvormige vruchten die onder andere lekkernij zijn voor eekhoorns, nijlpaarden, impala’s. Als het donker wordt, gaan we nightdriven. De bijrijder heeft een grote bouwlamp bij zich waarmee hij links en rechts het veld in schijnt, op zoek naar dieren die in het donker op pad gaan: hyena’s en katachtigen. Dit hebben we nog nooit eerder gedaan. We volgen het spotlicht op de voet, wat branderige ogen oplevert, maar wel erg leuk is. Overal in het veld lichten oogjes op, met name van impala’s en poco’s die zich in grote kuddes op de vlakte ophouden. Verder zien we giraffen, olifanten, zebra’s, buffels, een springmuis die voor de jeep uitrent, hazen, mangoesten, 2 genetkatten en 1 civetkat. Als we de brug al over zijn, zien we nog 2 nijlpaarden vlakbij de weg en een babyolifant. We eten vanavond gebarbecuede steaks, aardappelpuree, en eindelijk weer eens sla. Dan nog een kopje thee, douchen en de tent in. Vrijdag 10 oktoberVannacht waren er nijlpaarden en olifanten op de camping. En dat hebben we geweten ook. Om 2.30 begint Ron enthousiast te roepen dat er olifanten op de camping zijn. Hij is fijn! Met enige inspanning zie ik enkele donkere schimmen. Later zien we ze duidelijker. Op verschillende plaatsen om ons heen worden struiken gemolesteerd. Ze maken een rondje langs het Summumkamp en wandelen langs de tent van Rien en El. Ellen is zo dapper om de olifanten te trotseren en waagt zich naar de wc. Ron is helemaal in zijn nopjes en vliegt van de ene hor naar de andere, om alles zo optimaal mogelijk te kunnen volgen. Daar gaat mijn nachtrust. Op de achtergrond klinkt een luid nijlpaardconcert, dat de hele nacht aanhoudt. Om 5.15 staan we op. De belevingen vannacht blijken erg uiteen te lopen: sommigen hebben overal doorheen geslapen, de boomhutgroep (Caroline, Priegel, Toon en Hendrik) hebben de olifanten en nijlpaarden onder zich door zien lopen. Voor de liefhebbers staat er koffie en thee klaar, dan komen de jeeps. Ron heeft alvast een voorproefje genomen en bij de rivier 4 olifanten (2 grote en 2 kleintjes) de rivier over zien steken. Er komen 3 jeeps, 2 voor de gecombineerde wandeling/gamedrive en 1 voor alleen de gamedrivers. Onze chauffeur van vandaag heet Peter. Ik mag met Max op de voorbank, daarachter Ellen en Margreet en op de achterbank Karel en Ron. Met z’n zessen in een jeep hebben we royaal de ruimte. We rijden langs de rivier en zien reusachtige groepen nijlpaarden, scholen genaamd, aldus Peter. Overal steken roze oren en neusgaten boven het water uit. Alle ogen zijn op ons gericht, met name die van de kleintjes. Verderop wordt een vissersbootje bijna omver gelopen door 2 rennende hippo’s. Deze keer loopt het goed af. Peter vertelt dat dit niet vanzelfsprekend is, regelmatig komen vissers om, eerst wordt hun boot omver gegooid door nijlpaarden, daarna opgegeten door krokodillen. Mij zouden ze in ieder geval voor geen goud het water inkrijgen. Peter weet veel te vertellen over de dieren in het park, laat ons sporen zien en vertelt over de namen van vogels en bomen die we tegenkomen. Ron komt aan zijn trekken bij een boom vol met bijeneters. Er zitten erg veel vogels in dit park, vele met bonte kleuren. Daarna zien we niet zoveel bijzonders meer: impala’s, waterbok, wrattenzwijn, apen met baby’s. Het keerpunt komt bij de olifanten. Eindelijk groot wild. Kort daarna komen we een van onze jeeps tegen. Er is een kill geweest van 2 buffels bij de rivier en er schijnen 7 leeuwen bij te zitten. Daar gaan we op af. Nu we een doel hebben, komen we natuurlijk wel van alles tegen: zebra’s, giraffen en waterbokken. Als onze gids bij een splitsing lijkt te twijfelen welke kant we opmoeten, krijgen we het wel een beetje warm. Als we eindelijk leeuwen spotten, zijn we toch wel een beetje opgelucht. Deze opluchting is van korte duur als blijkt dat onze jeep het begeven heeft. De hele ochtend verliep het schakelen naar de 1e versnelling al moeizaam, nu doet ie niets meer. Eindelijk veel leeuwen bij elkaar, en wij kunnen er niet bijkomen, nogal frustrerend. 2 Chauffeurs ter plaatse schermen onze jeep af zodat er onder de motorkap gekeken kan worden. Dat wordt niets meer. Een collega-chauffeur met maar 4 passagiers biedt aan om ons de leeuwen van dichtbij te laten zien. Van dat aanbod maken we uiteraard graag gebruik en we worden overgeheveld naar de andere jeep. En het is de moeite waard. Er liggen 2 leeuwen, 4 leeuwinnen en een welp bij de 2 karkassen. Erg veel honger lijken ze niet te hebben: 1 van de buffels is nog bijna intact, van de andere zijn een paar happen genomen. Onze derde jeep komt er ook aan en daar gaan we bij, lekker knus tegen elkaar. Als we opnieuw bij de leeuwen komen, is een leeuwin toch weer begonnen met eten. Wat een indrukwekkende dieren. Van zo dichtbij hebben we ze nog nooit gezien. Ook de gieren proberen nu een buffel te veroveren, maar ze hebben geen schijn van kans. We rijden terug naar de camping voor een verlaat ontbijt en komen onderweg nog een paar leuke beesten tegen, waaronder een familie wrattenzwijn. Bij het weglopen staan de staarten als antennes recht omhoog. Na een ontbijt met eieren en spek zoeken we een zachte bank op in de bar. Ron gaat eerst een zwemmen. Slapen lukt helaas niet echt, we gieten ons dus maar vol met de heerlijke verse mangosapjes die ze hier hebben. Er zijn 2 nieuwe luidruchtige groepen aangekomen, een Engelse en een Amerikaanse. Gelukkig hebben ze hun tent een eind van die van ons opgezet, zo ongeveer in het Summumkamp. Terug bij de tent biedt een voetenbad een beetje verkoeling. Omdat we vanavond pas laat gaan eten, snacken we wat in het restaurant. Het bordje friet smaakt prima. Dan is het alweer tijd om te gaan gamedriven. Onze chauffeur van vanavond is Major, bijrijder is Benson. Hij is de eerste die vanmorgen de leeuwen gezien heeft en verzekert ons dat zijn jeep betrouwbaar is, dus de verwachtingen zijn hoog gespannen. Voor USD 2,- koopt hij bij de ingang van het park plattegrondjes van het park, toch leuk voor het plakboek. We gaan natuurlijk eerst bij de leeuwen kijken. Onderweg zien we enkele mooie vogels en, hoe kan het ook anders, veel antilopen. Er zijn een paar leeuwen thuis en onvoorstelbaar veel gieren, wat gepaard gaat met een hoop gefladder en gepik. Ook de nabijgelegen bomen zitten helemaal vol met gieren. Een van de buffels is vrijgegeven voor de gieren en er is niet veel meer van over. De andere buffel wordt door de leeuwin bewaakt. Wie wat bewaart, heeft wat! Er komen nog een leeuw en een leeuwin aanlopen, maar ze hebben geen van alle honger. Weinig actie in de tent. Heel wat impala’s en wat olifanten later stoppen we aan de rivier voor de zonsondergang. Heel decoratief met 2 ooievaars ervoor in het water. Achter ons een heel veld vol antilopen en apen. Major vertelt dat apen zich graag bij antilopen ophouden, zodat ze gebruik kunnen maken van elkaars kwaliteiten. Ook vertelt hij dat hij al 30 jaar in dit park werkt, een hele tijd. De lamp wordt weer tevoorschijn gehaald en de nachtdrive gaat van start. Dinsdag heeft onze gids nog een luipaard gezien, dus we zijn benieuwd. Een luipaard zien we helaas niet, wel een paar olifanten van heel dichtbij die net uit het water zijn, een kudde buffels, een civetkat en slapende bavianen in een boom. Nu het nieuwe van het rijden in het donker ervan af is, toch een beetje teleurstellend voor sommigen. Bij de leeuwen is het nog steeds rustig en van hyena’s ontbreekt nog ieder spoor. Uiteindelijk zien we bij het verlaten van het park toch nog 3 hyena’s, waarvan er 1 recht voor ons de brug overloopt. Iedereen alsnog redelijk tevreden. Een groot deel van de groep gaat in het restaurant eten, wij "genieten" nog een laatste keer van de kookkunsten van onze Confidence, een groentemix met rijst. Weer te zout, maar niet onsmakelijk. Daarna evalueren we de vakantie met Rien, El, Ellen en Caroline. We zijn het eens: het was leuk, maar geen topper en er moet meer gelegenheid geboden worden om dorpjes, markten e.d. te bezoeken. Een lekker verkoelende douche later gaan we slapen. Het lijkt iets minder warm te zijn dan gisteren. Zaterdag 11 oktoberEn jawel, om 5.30 wakker. Bij de rivier wandelt aan de overkant een nijlpaard. Helemaal op je gemak zit je hier niet, je weet niet wat er achter je uit de struiken kan komen. We maken de tent netjes schoon voor de volgend groep, pakken voor de laatste keer in en ik vul het evaluatieformulier van Wildlife in. Daar kan ik me lekker op uitleven. Vannacht is het redelijk rustig gebleven op de camping. Ron heeft 1 olifant gezien, ik alleen geluiden gehoord. Niels heeft tot na 2-en op het trapje van de boomhut gezeten en ook niets gezien. Er lopen vanmorgen bavianen op de camping, met kleintjes. Leuk zijn de grote roze oren op die kleine kopjes. Nadat we de barrekening hebben voldaan, zijn we klaar voor vertrek. Jammer, we hadden hier graag nog wat langer willen blijven. Bij het verlaten van de camping spotten we het laatste wild: een giraf. De weg terug lijkt minder te hobbelen dan de heenweg, waarschijnlijk ook omdat we verder voorin zitten. Ook vandaag weer nationale zwaaidag, we worden enthousiast nageroepen door kinderen die we tegenkomen. In een van de dorpen stoppen we om onze restanten schoenen, kleren, handdoeken, pennen etc. weg te geven. Onze 3 T-shirts, notenkoeken en een korte broek gaan naar een echtpaar met 2 kinderen, een jongen en een meisje. Voor de tandpasta, slippers en wetties hebben we ook al snel een bestemming gevonden. Hopelijk kunnen ze ze goed gebruiken. Een beetje gênant is het wel, langs de weg stoppen en Sinterklaas spelen, maar het is voor een goed doel. In Ciapata stoppen we bij de Shoprite. Confidence moet boodschappen doen en wij gaan op zoek naar het toilet. Via de beveiligingsman en de manager komen we terecht bij het personeelstoilet, dat we mogen gebruiken, tot groot plezier van de medewerkers, die verbaasd opkijken als ze ons in de catacomben van de supermarkt aantreffen. Wat een service. Het is dan nog een half uurtje tot de grens. Er is niemand aanwezig en het kost enige moeite om de aandacht te trekken. Ze zijn duidelijk heel rustig aan het toewerken naar de lunch. Deze keer hoeven we alleen het grote boek in te vullen, ze zijn blijkbaar minder kritisch bij het verlaten van het land dan bij het binnenkomen. We denken redelijk snel klaar te zijn, maar dan gaat de slagboom niet open en van het slagboommannetje ontbreekt ieder spoor. Er zit niets anders op dan wachten. Bij de grens van Malawi moeten we wel een formulier invullen en aan een dikke dame achter de balie vertellen hoeveel geld we het land binnenbrengen. USD,- 300,- blijkt voldoende om een stempel te krijgen die met zoveel overgave wordt gezet dat de tafel bijna doormidden breekt. Er staan kinderen met kapotte shirtjes donuts te verkopen. Om de lokale economie te sponsoren koopt Doreen er een paar, die ze meteen weer weggeeft als blijkt dat ze in hetzelfde vet gebakken zijn als vis. De kinderen om ons heen smullen ervan. In een veldje bij een spoorbaan stoppen we voor de lunch. We denken alleen te zijn, maar hebben al weer snel vrienden gemaakt. Als Ron naar ze toegaat, schrikken ze zich rot. Dat was kennelijk nou ook weer niet de bedoeling. De crackertjes die we ze geven, maken veel goed. Ook de restanten boterhammen, zure worst en bruine ananas worden dankbaar aangepakt. Een langsfietsende man komt meedelen in de feestvreugde. Aan de brede lach op zijn gezicht te zien, heeft hij de dag van zijn leven. Rond 15.15 uur rijden we het parkeerterrein van het River Side Hotel op, een clean wit gebouw, waar uitgerekend vandaag de stroom is uitgevallen. Komen de hoofdlampjes alweer goed van pas. We moeten wel een paar keer lopen om al onze zooi op de kamer te krijgen, die, we hadden het ook niet anders verwacht, achteraan ligt. Ik wil nog wat boodschappen doen, dat kan hier niet in de buurt, dus moeten we naar de stad. We nemen de minibus het centrum in, een stuk goedkoper dan de taxi. Daarvoor moeten we eerst geld wisselen, dollars worden niet geaccepteerd. Met Ellen, Priegel en Hendrik proppen we ons in het al overvolle busje en laten ons voor 30 kwacha p.p. naar het oude centrum rijden. Bij het uitstappen vallen er wat dollars en kwacha’s uit mijn zak. Voor ik in de gaten heb dat mijn geld weg is, staan wat Afrikanen al een eind verder mekaar bijna de hersens in te timmeren. Ze mogen het hebben. Ik slaag er nog in 70 kwacha terug te krijgen van een man die zich nog niet uit de voeten had gemaakt. Dat valt alweer mee. Op de markt hebben we het gauw gezien. We kunnen toch geen houtsnijwerk meer meenemen en worden meteen belaagd door verkopers. Op naar de supermarkt. Bij de kassa blijken we niet met dollars te kunnen betalen, dus moeten we op straat geld wisselen. De wisselkantoren zijn ook gesloten op zaterdagmiddag. We worden verwezen naar de beveiligingsbeambte aan de overkant. Voordat hij een woord heeft kunnen uitspreken, hebben zich al vele gegadigden gemeld om ons van kwacha’s te voorzien. De koers is niet gunstig, maar we hebben weinig zin om in discussie te gaan, dus doen het ervoor. Als we de boodschappen hebben afgerekend, is de truc een minibusje terug naar het hotel te vinden. Navraag bij King (die hier is om boodschappen te doen) leert ons dat we bij de T-splitsing waarschijnlijk meer succes zullen hebben, en dat klopt. De bijna uitsluitend vrouwelijke passagiers hebben veel lol als Ron in het overvolle busje stapt. Terug in het hotel halen we de rugzakken leeg en kan de grote reorganisatie beginnen. Alles past erin. Om 18.45 staan de taxi’s klaar om ons naar de pizzeria te brengen voor ons laatste avondmaal. Het eten is lekker en de bedankspeech van Toon en de variant op de truc met de lege zak van Rien super. Deze keer komt er wel iets tevoorschijn, enveloppen met fooi voor Hendrik, Confidence en King. We zijn de eersten die een taxi terugnemen, samen met Cindy en Ellen. Als we net in bed liggen, wordt er op de deur geklopt. We krijgen een kaarsje, omdat er nog steeds geen stroom is, niet dat we daar nu nog behoefte aan hebben. Zondag 12 en maandag 13 oktoberOndanks het zachte bed en de fijne lakens zijn we om 5.30 uur wakker, op een van de weinige dagen dat we uit hadden kunnen slapen. Slapen lukt helaas niet meer. Om 7.00 zitten we aan het ontbijt. Ondanks het vroege tijdstip smaken de eieren, gebakken aardappelen en worstjes prima. We pakken de laatste spullen in en lezen/schrijven tot het tijd is om te vertrekken. Het evaluatieformulier leveren we in bij King en we geven hem USD 10,- voor bewezen diensten. Confidence vindt het blijkbaar niet nodig om afscheid van ons te nemen. Via het nieuwe deel van de stad, waar veel ambassades en moderne kantoorgebouwen zijn, rijden we naar het vliegveld, zo’n 30 kilometer buiten de stad. We nemen afscheid van King en gaan in de rij staan om in te checken. De loketten zijn nog niet open. Langzaam ontstaat er enige activiteit achter de balie. Voordat de balie opengaat, moet eerste het kartonnen bord van Kenian Airways met een grote giraf erop, worden neergezet. Je moet tenslotte prioriteiten stellen in het leven. De weegschaal werkt in eerste instantie niet en ook de computer laat het afweten, dus alle boarding cards en bagagelabels moeten handgeschreven worden. Hebben we nog geluk dat we op tijd waren. Nu nemen we ook afscheid van Hendrik, die meteen zijn volgende groep opwacht, en moeten in het bagagehok onze rugzakken te identificeren. De volgende stap is het loket waar we USD 30,- luchthavenbelasting moeten betalen. Dan gaan we de trap op. Ook hier weer 2 balies, bij de eerste wordt een stukje boardingpass afgescheurd, bij de tweede wordt het belastingstrookje afgestempeld. Lekker verantwoordelijk werk en goed voor de werkgelegenheid. Het inchecken bleek een ochtendvullend programma te zijn, we kunnen meteen de douane door om te boarden. We worden door een vrouwelijke douanier gefouilleerd en alle ritsen van de tas moeten open. Alles wordt zorgvuldig geïnspecteerd. De plaatsen die niet zijn toegewezen door de storende computer, zijn al vlug bezet. We willen bij een alleen reizende mevrouw gaan zitten, zij is hiervan niet gecharmeerd want ze wil graag 2 stoelen voor zichzelf. Dat willen wij ook wel. We gaan toch zitten en zij gaat er vandoor, iedereen blij. Het is 1 uur en 50 minuten vliegen naar Nairobi en door het heldere weer hebben we prima uitzicht. We vliegen over de Rift Valley en Lake Natron. Als de torenflats van Nairobi in de verte opdoemen, zetten we de landing in. In Nairobi is de temperatuur prima, maar druppelt het een beetje. Bij de transitdesk is inchecken voor vanavond nog niet mogelijk. We dumpen onze bagage in de KLM-lounge, waar het ongezellig druk is. De kranten staan vol met aanslagen, niets nieuws onder de zon dus. Het geplande tax free shoppen valt tegen. Geen Noa en een boek dat we misschien willen kopen over de Serengeti, mogen we niet inkijken. Verder is alles echt heel duur, zeker vergeleken met de verkoop op straat. We kopen uiteindelijk een boek over Ethiopië (dat kennen we al en is hier wel goedkoop), een fles Amarulo voor Remi en 2 mokken met Afrikaanse beesten voor Esther en Jari. Bij de Java Bar drinken we lekkere koffie en thee. Teruggekomen bij de lounge, kunnen we al inchecken. Het heeft wat voeten in de aarde maar we bemachtigen toch een plaats bij het raam. We gaan terug naar de koffiebar waar het toch gezelliger zitten is en wachten tot het tijd is om te boarden. Er wordt moeilijk gedaan over onze giraf, Niels’ trommel en de wandelstok van Cor. Ze mogen niet als handbagage meegenomen worden en de prijs van het inpakken varieert, afhankelijk van welke douanier je het vraagt. Ron zegt dat ze maar moeten doen wat ze niet laten kunnen. We laten Caroline ruilen met iemand zodat ze naast ons komt te zitten, wel zo gezellig. Voor het eten heb ik een slaappil genomen en het kost moeite om mijn ogen open te houden tot na het eten. Om een uur of 4 word ik pas weer wakker. We zijn dan al een heel eind onderweg. We mogen alweer eten en vrij snel daarna wordt de landing ingezet. Ook in Nederland is het helder en het uitzicht prima. Voor 5.30 staan we aan de grond. De bagage komt vlug, de giraf blijkt later zijn nek gebroken te hebben. Remi haalt ons op, en nadat we afscheid hebben genomen van onze reisgenoten, rijden we naar huis, op naar onze konijnen, een maandje of 5 werken en dat weer naar Egypte. We hebben er nu al zin in. |
