Verhalen

Uitgebolderd

Zwart - wit

Bokkenlucht

Bokkenlucht

Beweren dat je altijd reeën ziet als je de natuur in gaat lijkt opschepperig maar voor sommige gebieden durf ik dat wel. Zo durf ik te beweren dat ik altijd reeën zie als ik naar de Kampina ga. Zeker als ik alleen ga in de vroege uren. Nou kom ik hier tegenwoordig veel en weet de weg, zodat ik ook wel aardig weet waar ik ze moet zoeken. Vaak zie ik er meerdere op verschillende plekken en soms een enkele bok of geit, een beetje afhankelijk van de tijd van het jaar.


Van nature zijn reeën tamelijk schuw en zijn voortdurend waakzaam voor gevaar. Vaak hebben ze jou al lang in de gaten voor je ze zelf ziet. Bij het beoordelen van een situatie vertrouwen ze erg op hun gevoeligste zintuigen. Hun gehoor en neus zijn erg goed ontwikkeld terwijl ze alleen aan hun gezichtsvermogen niet veel hebben. Hier kun je bij het benaderen van reeën gebruik maken door “uit de wind” te blijven waardoor ze je niet ruiken.


Op een mooie ochtend begin mei 2008 liep ik weer eens een rondje over de Kampina. Ik was vroeg opgestaan en al een paar uur onderweg en dacht er inmiddels over om naar huis te vertrekken. Verse koffie en een ontbijtje lokten. Op het gebied van de reeën was het wat teleurstellend geweest, want in tegenspraak met mijn bewering, had ik nog geen ree gezien. Verder was het zoals bijna altijd prachtig, kikkers kwaakten in de vennen, de bosbessen stonden in bloei en de eerste muggen plakten aan de kleverige blaadjes van de kleine zonnedauw. Op zich genoeg om het een prachtige ochtend te noemen.


Maar ja, na een wandeling over de Kampina naar huis gaan zonder reeën gezien te hebben kan eigenlijk niet. Ik besloot dan ook nog een rondje aan mijn route te plakken. Een rondje door een rustig gebied waarvan ik wist dat daar vaak reeën zaten.


Sneller dan verwacht had ik resultaat. Ik was nog maar honderd meter op weg het ingeslagen pad in, en zag op korte afstand van het pad een reebok staan vreten aan verse blaadjes. Hij stond mooi dichtbij en uiteraard wilde ik proberen enkele foto’s te maken. Zoals vaak bij dergelijke toevalsontmoetingen had ik mijn apparatuur weer niet helemaal op orde voor de gelegenheid die zich voordeed. Deze keer had ik de poten van mijn statief helemaal ingeschoven omdat dit nou eenmaal makkelijker loopt, en moest deze dus eerst uitschuiven om door de lens vrij zicht te kunnen krijgen op de bok. Om de klus ongemerkt te klaren zakte ik wat door mijn knieën, en wonder boven wonder lukte het zonder dat de bok iets in de gaten kreeg.


Mijn aanwezigheid werd echter al snel opgemerkt toen de autofocus scherp stelde. Mijn tele-objectief maakt nogal veel herrie en had bovendien nogal moeite met de ondergroei van pijpenstrootje waardoor hij een aantal keer op en neer ging om tenslotte toch scherp te stellen op mijn onderwerp. De bok reageerde direct door op te kijken en me doodstil aan te blijven staren, of althans in mijn richting te blijven kijken. Ik bleef doodstil staan en dacht dat de kans op een tweede foto wel verkeken zou zijn. In tegenstelling tot wat ik verwachte, sprong hij niet af maar ging al vrij snel weer door met vreten. Ik wachtte even rustig af en probeerde toen weer een foto te maken. De bok keek bij de klik wel op maar sukkelde al vretend een stukje verder, zich duidelijk niet storend aan mijn aanwezigheid. Al fotograferend naderde ik de bok tot op ongeveer 20 meter door steeds voorzichtig mijn statief te verplaatsen en wat achter bomen te blijven. De bok vrat ondertussen rustig door en liep wat voor me uit, af en toe opkijkend en soms even op zijn hoede als ik te veel bewoog. Inmiddels, na veel foto's, had ik mijn voorzichtigheid wat laten varen en liep met het statief in mijn handen rustig rechtop achter de bok aan. Uiteindelijk stond ik zo’n 15 meter van de bok de laatste foto’s te maken. Mijn geheugenkaartje was vol en ik moest tussendoor nog beslissen welke foto’s ik weg wilde gooien om ruimte te maken voor nieuwe. Tenslotte, na ruim een kwartier, hield de bok het voor gezien en ging er in een rustig drafje vandoor. Ik besloot hem verder met rust te laten en verder niet meer achter hem aan te sjouwen door het bos. Het was mooi geweest, en tevreden en me nog verbazend over deze ontmoeting keerde ik terug naar huis.


Vaak zijn toevallige ontmoetingen met reeën vluchtig. Als ze je eenmaal in de gaten hebben zijn ze meestal snel verdwenen. Zeker als je ze van dichtbij verrast. Op deze bijzondere ochtend lukt om onverklaarbare redenen alles en stoorde dit ree zich nergens aan. Tijdens de bijna 20 minuten dat ik er bij stond heb ik vaak gedacht dat het beest doof en blind was en in ieder neusgat een kurk had. Allemaal heel onwaarschijnlijk. Blinde, dove reeën drinken geen wijn. Andere ook niet trouwens. Misschien stonk ik zelf wel gewoon naar ree.